Nieuwe Bijbelvertaling voor een nieuwe eeuw
1998-07-10
Aan het begin van de volgende eeuw zal een Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) voor het hele Nederlandse taalgebied het licht kunnen zien. Het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting hebben daarvoor de handen ineengeslagen. Waarom kwamen zij tot dit initiatief? En aan welke eisen moet de vertaling voldoen?- Jaargang 42
- nummer 14
1. Zowel protestantse kerken als de Rooms Katholieke Kerk achten een gemeenschappelijke nieuwe bijbelvertaling van groot belang. Ook heeft de joodse gemeenschap belangstelling voor een nieuwe vertaling van het oude testament. In de meeste Westeuropese landen is er al een gemeenschappelijke bijbelvertaling; in Nederland zijn alleen de Groot Nieuws Bijbel en de Friese Bijbel interconfessioneel opgezet. De eerste is een bijbel in de omgangstaal, de tweede heeft een beperkt lezerspubliek.
2. Voor het eerst komt er een bijbelvertaling uit voor het hele Nederlandse taalgebied, inclusief Vlaanderen.
3. De Nieuwe Bijbelvertaling moet geschikt zijn voor liturgisch gebruik, maar ook voor gezamenlijke en persoonlijke lezing thuis en op school. Speciale aandacht krijgen de voorleesbaarheid van de tekst en de kenmerken van de diverse tekstgenres , bijvoorbeeld poëzie.
4. Het taalgebruik zal eigentijds zijn. Gestreefd wordt naar een vertaling uit de brontekst in de taal van de lezers en gebruikers aan het begin van de nieuwe eeuw.
5. De Nieuwe Bijbelvertaling moet de standaardvertaling van de bijbel in de Nederlandse cultuur worden in de komende decennia.
6. Voor de Nieuwe Bijbelvertaling wordt gebruik gemaakt van nieuwe inzichten in de bijbel- en vertaalwetenschap, bijvoorbeeld op het gebied van de structuur van teksten en de betekenis van woorden.
Kortom: De Nieuwe Bijbelvertaling moet „een ’klassieke’ vertaling van de bijbel” worden, „qua taal en stijl up-to-date, en historisch en theologisch naar de huidige inzichten verantwoord.” (dr. S.J. Noorda, voorzitter van de
begeleidingscommissie van de NBV, bij de officiële presentatie van het project op 2 september 1994)
Naam
De nieuwe vertaling wordt door alle betrokkenen Nieuwe Bijbelvertaling genoemd. Voorlopig tenminste, want mogelijk komt er nog een andere naam voor deze vertaling. ’Nieuwe Bijbelvertaling’ is de werktitel.
De aanduidingen ’kerkbijbel’ of ’Vertaling 2000’ zijn niet adequaat. Zo kan door de term ’kerkbijbel’ het idee post vatten dat de vertaling niet geschikt is voor gebruik anders dan in de kerk. En met ’Vertaling 2000’ wordt er wel geduid op de volgende eeuw, maar daarmee ontstaat een ongewenste datering.
Werkwijze
Het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting werken samen aan de Nieuwe Bijbelvertaling.
Er is overleg met de Vlaamse Bijbelstichting en het Vlaams Bijbelgenootschap.
Het NBG voert het project uit; projectleider is drs. Robert Scholma. Er is een team van 15 externe projectmedewerkers en een aantal interne medewerkers, die twee aan twee bijbelboeken vertalen. Ieder ’vertaalkoppel’ bestaat uit een neerlandicus of een vertaalwetenschapper en een oud- of nieuw-testamenticus.
Bij het benoemen van de externe vertalers is gekeken naar de kwaliteiten van de kandidaten, terwijl ook zoveel mogelijk rekening is gehouden met de kerkelijke achtergrond. De vertalers hebben duidelijke affiniteit met de bijbel, de kerken en de christelijke geloofstraditie. Een coördinatieteam o.l.v. dr. K.F. de Blois, waarvan ook leden van de NBGvertaalstaf deel uitmaken, assisteert de projectleider bij de wetenschappelijke en inhoudelijke coördinatie. Er is een begeleidingscommissie ingesteld waarin mensen zitten met relevante inhoudelijke en bestuurlijke ervaring. Deze commissie begeleidt het project bestuurlijk: zij adviseert de besturen van het NBG en de KBS. Voorzitter respectievelijk vice-voorzitter van deze begeleidingscommissie zijn dr. S.J. Noorda en prof.dr. P.C. Beentjes. De leden van de begeleidingscommissie vormen met 45 andere personen de groep van 55 supervisoren, met name afkomstig uit twintig kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland en Vlaanderen. Ook vertegenwoordigen zij bepaalde wetenschappelijke disciplines.
Als afspiegeling van de toekomstige gebruikers van de Nieuwe Bijbelvertaling beoordelen zij proeven van de vertaling.
Vertaalmethode
De vertaalmethode is te karakteriseren als brontekstgetrouw en doeltaalgericht.
Alle kenmerken van structuur, stijl en communicatieve functie van de brontekst worden verdisconteerd in de vertaling, maar niet per se op gelijkluidende wijze. De weergave van deze brontekstkenmerken moet gebeuren in goed, natuurlijk Nederlands. Kenmerken die eigen zijn aan de brontaal worden als zodanig niet in de vertaling overgenomen. Volgens deze werkwijze zullen begrippen als ’zonde’ en ’bekering’ in de vertaling voorkomen wanneer zowel de brontekst als de Nederlandse taal dit rechtvaardigen.
Andere mogelijkheden?
Een vraag die voor de hand ligt is of het niet mogelijk was de bijbelvertaling te herzien die het NBG in 1951 uitbracht. Tussen de jaren 1951 en 1960 is geprobeerd tot zo’n herziening te komen.
Men trok toen echter de conclusie dat reviseren eigenlijk betekent dat je een nieuwe vertaling gaat maken.
In de Nieuwe Bijbelvertaling kunnen nieuwe inzichten uit de bijbel- en vertaalwetenschap beter worden verwerkt dan in een herziening. Ook is het niet zo dat de Nieuwe Bijbelvertaling bestaande vertalingen zoals de Statenbijbel, de NBG-vertaling 1951 en de herziene Groot Nieuws Bijbel (1996) overbodig maakt. De geschiedenis leert dat er diverse bijbelvertalingen naast elkaar kunnen en misschien wel moeten bestaan. Elke bijbelvertaling heeft zijn eigen lezers. De Groot Nieuws Bijbel bijvoorbeeld is een toegankelijke vertaling voor mensen die niet zo vertrouwd zijn met de bijbelse taal – een groeiende groep, ook binnen de kerken. De Statenvertaling en de NBG-vertaling 1951 zijn voor bijbellezers die graag een meer traditionele en letterlijke bijbelvertaling willen gebruiken. De rijkdom van de bijbel is zo groot dat die niet in één ’type’ bijbelvertaling te vatten is. Het is daarom goed om bij bijbellezen en bijbelstudie meerdere vertalingen naast elkaar te gebruiken.
Planning
Vanaf september 1998 zullen proefuitgaven op de markt gebracht worden. Uiteraard zijn de uitgevers zeer benieuwd naar de reacties. De vertalers werken nu aan circa vijfentwintig bijbelboeken. De vertaling van zo’n tien bijbelboeken is inmiddels ter toetsing aan de supervisoren voorgelegd.
Supervisor drs. J.H. Veefkind
Vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken is drs. J.H. Veefkind, predikant van de gemeente in Amersfoort, als supervisor bij dit project betrokken.
In zijn rol als supervisor heeft ds. Veefkind inmiddels een aantal proefvertalingen gelezen, op kritieke punten vergeleken met de Hebreeuwse en Griekse grondtekst en ze van positief of negatief commentaar voorzien. Hij heeft alle vertalingen die hij tot nu toe beoordeeld heeft, bovendien voorgelezen aan gezinsleden, onder wie zijn vier kinderen. Een van de voordelen van voorlezen vindt ds. Veefkind dat daarbij onmiddellijk duidelijk wordt welke passages ’goed lopen’ en waar je al lezend over struikelt. Zijn jonge publiek gaf ongezouten commentaar, dat hij in veel gevallen naar de vertalers doorsluisde. Op grond van de teksten die hij tot op heden aangereikt kreeg, heeft ds. Veefkind zich een globale indruk kunnen vormen van de toekomstige bijbelvertaling.
Hij vindt het in het algemeen een vertaling die, vergeleken met de NBGvertaling 1951, veel duidelijk maakt.
Een vlotte vertaling waar vaart in zit, al zijn er zijns inziens ook gedeelten bij die ’stug en vermoeiend’ zijn door onder meer veel te lange zinnen. Die passages noemt hij, mede op basis van het commentaar van zijn kinderen, houterig, langademig en niet modern. Aan die teksten moet, vindt ds. Veefkind, nog heel wat gebeuren. Over de acceptatie van de Nieuwe Vertaling in onze Kerken, wil ds. Veefkind nog niet veel zeggen omdat het daarvoor nog veel te vroeg is. Verreweg het grootste deel van de bijbel moet hij nog onder ogen krijgen. Bovendien wil hij ook niet voor onze kerken spreken. De Nieuwe Vertaling zal zelf haar weg naar de kerken moeten vinden, vindt hij.
Voorbede
De bijbel heeft als Woord van God unieke betekenis voor deze wereld. Het NBG stelt zich daarom ten doel de bijbel te verspreiden en door te geven in Nederland en wereldwijd. Voor dit werk is de voorbede essentieel.
In het NBG-gebedsboekje 1998, dat wereldwijd wordt gebruikt worden per week steeds onderwerpen aangereikt van het bijbelwerk. In de periode 22-28 november 1998 wordt voorbede gevraagd voor het vertaalwerk aan de Nieuwe Bijbelvertaling. Tevens wordt in die week aandacht gevraagd voor het buitenlandse bijbelvertaal- en verspreidingswerk via de Bijbel per Maand-Club die dit jaar 25 jaar bestaat.
Informatiemateriaal
Er zijn inmiddels in de serie NBV Informatie acht brochures, een folder en een video verschenen met informatie over het vertaalproject. De meest recente informatie vindt u in de brochures nr. 7 en 8.
NBV Informatie nummer 7
Voortgangsoverzicht van het project. Namenlijsten van supervisoren, Vlaams lezerspanel, begeleidingscommissie, projectleiding, projectsecretariaat, coördinatieteam en vertaalteam.
Samenvatting van de vertaalfasen.
NBV Informatie nummer 8
De supervisoren over hun rol. Deze brochure is de neerslag van de werkvergadering en informatiemiddag die op 2 juni 1997 gehouden werd.
NBV Informatiefolder
De belangrijkste Informatie over het NBV-project in een handzame folder.
NBV Video
Informatieve video over dit omvangrijke bijbelvertaalwerk. Duur 15 minuten.
Huurprijs ƒ 15,– Uitstekend te gebruiken op b.v. een bijbelkring. Het informatiemateriaal is gratis verkrijgbaar bij de afdeling Public Relations van het Nederlands Bijbelgenootschap, Postbus 620, 2003 RP Haarlem, tel. (023) 514 61 46, fax (023) 534 20 95.
De video kan worden aangevraagd bij de Help Desk van het Nederlands Bijbelgenootschap, tel. 514 61 66
Drs. J. Baronner is medewerker NBG Grote Steden; tel. 023 – 514 61 46