Vrijgemaakte vrouwen

1998-07-24
  • Jaargang 42
  • nummer 15
Toen onze Landelijke Vergadering op 6 juni besloot om een commissie in te stellen die gaat nadenken over vrouwelijke ouderlingen en predikanten, werd daarbij ook een opvallend amendement aangenomen, van deze inhoud: ”De LV besluit de synoden van CGK en GKV uit te nodigen een commissie of werkgroep in te stellen om met onze commissie / werkgroep het voorgelegde vraagstuk te bestuderen”.
Nu zou dit amendement tot onbedoeld effect kunnen hebben dat besluitvorming tot minstens de eerstkomende Sint Juttemis wordt uitgesteld, en daarom zal de LV het op een later tijdstip nog eens tegen het licht houden. Op dit moment is dus nog niet zeker of dit onderdeel van het besluit overeind blijft of niet. Intussen vindt datgene wat met dit amendement uitgesproken wil zijn – dat namelijk deze vragen niet alleen in ónze kerken spelen, maar óók in de verwante kerken binnen de kleine oecumene – vanuit de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt een spontane en onverwacht ruimhartige bevestiging. In De Reformatie van 27 juni schrijft ds. E.A. de Boer een hoofdartikel onder het opschrift: ”Discussie-ruimte”; daarin gaat het om de ruimte die er is voor discussie, juist over dít punt, van de vrouw in het ambt.
Aan een recent verschenen boekje over dit onderwerp (Vrouwen op een zij-spoor?) hebben ook twee Vrijgemaakte auteurs meegewerkt, ds. H. Folkers en dr. M. Verkerk. Zij stellen in hun bijdragen een aantal vragen bij de in Vrijgemaakte kring gangbare visie op het onderwerp. De vraag die ds. De Boer stelt in dit Reformatie-artikel is deze: had Folkers, die als predikant zijn handtekening heeft gezet onder het ondertekeningsformulier voor ambtsdragers, wel op deze manier over deze dingen mogen schrijven? De opbouw van het artikel is boeiend. Er worden aanvankelijk een aantal mitsen en maren ten tonele gevoerd, in de trant van: Toch blijf ik met de vraag zitten of dit een goede manier is om een zo gevoelige zaak open te breken.
Maar dan komt het slot van het artikel, en daarin klopt het hart van het verhaal. Ik neem daaruit de meest wezenlijke gedeelten over, zonder verder commentaar, maar wel met een gevoel van herkenning en dankbaarheid.

Ds E.A. de Boer:
Hoe beoordelen we het dat een predikant een dergelijke studie publiceert? Eerst noteer ik de volgende punten:
1. Ds. Folkers erkent voluit het gezag van Gods Woord en is daarop aanspreekbaar.
2. Hij trekt geen consequenties voor zijn eigen kerkelijk handelen, bijv.
door te drijven dat in de gemeente die hij dient al vrouwen worden aangesteld, voordat de discussie gevoerd is. Hij heeft uitgesproken het huidige kerkelijk beleid te respecteren.
3. Hij komt niet evident met een confessionele uitspraak over de geloofsleer in strijd. Zijn handtekening onder het formulier staat als een huis.
4. Dat ambtsdragers mannen zijn is een kerkelijke praktijk. Wanneer we bijvoorbeeld de functie van diakones zouden instellen, zou dat kerkordelijk geregeld moeten worden. Ook de liturgische formulieren horen in dat kader.

De zaak waar het om draait is de uitleg van de Schrift. Als de klassieke uitleg van passages over man, vrouw en ambt niet ieder en niet langer overtuigt, moeten we samen aan het werk. En daarom is mijn oproep: laten we niet te lang praten over de wijze waarop de zaak aan de orde gesteld is. Feit is dat twee gereformeerde kerkleden een discussie openbreken, die niet langer ontweken kan worden.
Laten we de woorden van de Schrift opnieuw doordenken en antwoorden formuleren.

De bundel is ”geschreven met de bedoeling te laten zien, dat men niet in ’modern’ of ’vrijzinnig’ vaarwater hoeft te zitten, als men ook als voluit belijdend gereformeerd christen de emancipatie van mannen en vrouwen tot gelijkwaardigheid voorstaat”, aldus citeert De Boer uit één van de bijdragen (blz 9-10), en hij zegt daarover: Deze zin vindt weerklank, gericht op de Schriftuitleg, in de bijdrage van Folkers en Verkerk. In hun oproep ”Teruggaan naar de Schrift” (202) klinkt volledig respect voor de hele bijbel als Woord van God door. Die oproep zal bij de lezers in de kerken weerklank moeten vinden en kan vertrouwen wekken.
Tenslotte, de schrijvers van vier studies in de bundel zijn lid van de Christelijke Gereformeerde Kerken, één is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerken. Dr. S. Meijers, emeritus-predikant van de Nederlands Hervormde Kerk, is de enige die niet tot de drie verwante kerkverbanden behoort.
Nu ook twee leden van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) zich uiten blijkt: de drie kerkengroepen delen dezelfde problematiek. Dat mag óns leren minder afstandelijk over de Nederlands Gereformeerde Kerken te spreken dan nog op onze laatste generale synode gedaan is. Daar functioneerde de eenvoudige formule ”vrouw in het ambt is-gelijk-aan Schriftkritiek” automatisch. Het besluit tot openstelling van het diakenambt voor zusters in de NGK werd niet inhoudelijk besproken. Ik stel vast, dat het eenvoudige spreken over de uitsluiting van de vrouw uit de ambten in deze tijd niet langer voldoet. We staan voor vragen die om diepgaande beantwoording vragen. En het is duidelijk dat de drie kerkverbanden voor dezelfde vragen staan. Het mag ons leren om samen hard aan de slag te gaan met de vragen waar de Here ons in deze tijd voor stelt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief