God laat u niet vallen!
1998-08-07
Het is eigenlijk beschamend dat de HERE Zichzelf steeds weer moet aanprijzen. Ook in de kerk. Omdat de aandacht anders verslapt, of zich zelfs verlegt.- Jaargang 42
- nummer 16
Maar als Hij zo reclame maakt voor Zichzelf, horen we wel de mooiste dingen. En... zijn leuzen geen leugens!
Ook in Jesaja 46 vers 4 staat zo’n prachtige wervende tekst: ”Ik zal dragen, Ik zal torsen en redden”.
Dragen
Wat is de achtergrond van deze woorden? De HERE heeft last van concurrentie.
’Zijn volk, zijn volk, lonkt elke keer weer naar andere goden. Zelfs als het voor straf in Babel zit. Want ook daar waren afgoden in overvloed.
In de tempels, maar soms ook op straat. Als er een feest was werden de godenbeelden van stal gehaald en rondgedragen door de stad. Het zal ongetwijfeld indrukwekkend zijn geweest: die prachtige beelden, schitterende gewaden, de muziek en dans, de hele gewijde sfeer. En de kinderen van God waren verkocht voor ze het wisten.
Maar de HERE laat het er niet bij zitten. Hij wil zijn kinderen terug!
Eerst prikt Hij door die hele religieuze poespas heen. Hij zegt: wat is dat voor doms, een god die gedragen moet worden?! Wat kun je dáár nou van verwachten?! Wacht maar... jullie zullen het meemaken, zegt de HERE: nu worden die afgoden nog eerbiedig rond gedragen, maar straks zul je ze zien hobbelen op de rug van een ezel, als Babel gevallen is. Ja, dat komt ervan. Aan zulke goden, die gedragen moeten worden, heb je niets.
En dan vergelijkt de HERE deze goden met Zichzelf. Hij zegt tegen zijn volk: denkt toch eens goed na! Hebben jullie MIJ ooit hoeven dragen? Het is tussen ons toch altijd precies omgekeerd geweest?! Ik heb JULLIE gedragen! Dat is een wereld van verschil. Als je in dienst bent bij goden, die gedragen willen worden, dan ga je gebukt door het leven. Zulke goden zijn bovenal lastig. Maar in dienst zijn bij de dragende God is geen last, maar juist een lust. Met zo’n God ben je niet een leven lang opgezadeld. Deze God zit je niet lelijk op de nek, Hij draagt jou op z’n schouders.
Dat mag u zomaar toepassen op u persoonlijk. Geloven is niet altijd gemakkelijk, maar alle strijd wist niet die heerlijke werkelijkheid uit, dat de HERE zegt: kind van Me, jij hoeft Mij niet te dragen, Ik draag jou!
Torsen
Nu zegt de HERE niet alleen: ”Ik zal dragen”, maar ook: ”Ik zal torsen”. U voelt het veschil. Torsen, dat is: iets zwaars dragen. Een tas draag je. Een koffer... dat wordt torsen! De HERE zegt dus: Ik draag je, maar – als dat nodig is – zal Ik je ook torsen.
Dat is niet vanzelfsprekend. We maken dat als mensen onder elkaar wel anders mee. Het kan voorkomen, dat je eerst op handen wordt gedragen, maar dat ze je later als een baksteen laten vallen.
Zo gaat dat. Zolang het leuk en gezellig is, heb je mensen om je heen. Maar als je door ziekte of andere omstandigheden een tijd niet zoveel gezelligheid te bieden hebt, kan het langzaam aflopen. De één na de ander blijft weg. En als er toch iemand komt, voel je dat het voor hem een verplicht nummer is. Zo zijn wij mensen. We haken af als de ander moeilijk wordt, als het contact inspanning gaat kosten, als hij of zij zwaar geworden is.
Maar de HERE zegt: wees maar niet bang, Ik zal je torsen! Laten we ons niet vergissen: we kunnen ook voor de HERE een hele last zijn. Het is niet niks wat Hij te dragen heeft. En te verdragen. We kunnen lastige gelovigen zijn, echt zeurkousen. En eigenwijs. Elke avond komen we weer aanzetten met dezelfde wensen en zonden. Maar de HERE zegt niet: de aardigheid is eraf, zoek het nu zelf maar uit. Hij laat ons niet vallen als we zwaar worden. Hij zet zijn schouders eronder en schakelt over van gewoon ”dragen” op ”torsen”.
Redden
En nog is het mooiste niet gezegd. Tenslotte zegt de HERE: Ik zal redden. Dat is de climax. ”Ik zal dragen, Ik zal torsen... én redden”!
Dat wil zeggen: zelfs als je door alle bodems heenzakt, zijn onder je de reddende handen van God.
Maar er zit ook in: De HERE wil ons helemaal. Er is iets mis met ons geloof als we God wel van alles willen laten dragen, maar niet onszelf aan Hem overgeven. Het is vaker gezegd: de HERE is niet een soort wegenwacht, die we oproepen als we pech hebben maar die (gelukkig) weer wegrijdt zodra de nood verdwenen is. De HERE staat iets anders voor ogen.
Niet een incidenteel contact voor als er problemen zijn, maar iets blijvends.
Een verbond voor het leven. Hij is zeker bereid onze lasten te dragen en zonodig te torsen, maar dat is niet alles. Hij strekt zijn handen niet alleen uit naar wat wij kwijt willen, onze zonden en zorgen. Hij strekt zijn handen uit naar onszelf! De HERE is niet alleen geïnteresseerd in onze nood, Hij is geïnteresseerd in ons persoonlijk.
Anders gezegd: Hij wil ons dragen in kwade, maar ook in mooie dagen, in ziekte en gezondheid, in armoede en rijkdom. En zelfs de dood brengt dan geen scheiding meer!