Christenen in Nepal
1998-09-04
Van begin 1990 tot maart 1998 werkten Henk-Peter en Dona Dijkema-Moniharapon in verschillende projecten van de United Mission to Nepal. Tear Fund verzorgde de uitzending, de Nederlands Gereformeerde Kerk in Wageningen was de uitzendende gemeente. Dit artikel geeft een indruk van ontwikkelingen van de kerk in Nepal zoals zij die van dichtbij meegemaakt hebben.- Jaargang 42
- nummer 18
Begin 1990 was Kathmandu een onrustige stad. Oppositie tegen het bewind van koning Birendra – tevens reïncarnatie van Vishnu – groeide snel. Wij woonden ter oriëntatie bij een Nepalese familie in huis en verwachtten ons eerste kind. Demonstraties namen toe in aantal en grootte, net als het aantal militairen op straat. ’s Nachts gold er een uitgaansverbod, later ook overdag. We bereidden ons voor op een tocht richting ziekenhuis in een auto met grote witte vlaggen. Dat bleek niet nodig. De omwenteling kwam toen tot ieders ontzetting het leger met scherp schoot op protesterende studenten, met tientallen doden als gevolg. De koning nodigde politieke leiders uit om de overgang naar een democratisch bestel uit te werken, en er brak een uitbundig feest uit waarvan ook wij rood bepoederd thuiskwamen.
Onder de Nepalese christenen heerste een voorzichtig optimisme. De politieke omwenteling bracht in elk geval op papier meer godsdienstvrijheid, want het werd mogelijk om van geloof te veranderen.
Een ander hiertoe aanzetten, bleef echter illegaal en werd bestraft met 3 tot 6 jaar cel. Ook werd voor christenen kerst een officiële vakantiedag.
Buitenlands geloof
Toch bleef het verre van eenvoudig om christen te zijn of worden in Nepal. Dat bleek toen we na een lange busreis met een 6 weken oude dochter net buiten Pokhara neerstreken. In ons dorp was een kleine gemeente die in een gehuurde kamer bijeenkwam voor diensten, die meestal door een oude evangelist werden geleid. Er was wantrouwen tegenover dit ’buitenlandse geloof van rijke rundvlees-etende westerlingen’, dat geen onderscheid maakte tussen kasten, zich keerde tegen het offeren aan huisgoden en -geesten, voor genezing bad tot Jezus en niet de ’jhankri’ (medium tussen mens en geesten) ontbood. Het moeilijkst leek nog wel dat christenen zich onttrokken aan de traditionele hindoeïstische feesten waarin rituelen tussen familieleden een grote rol speelden. Collega’s, op een enkeling na allen hindoes, noemden dat als de voornaamste reden om zich verre van het christelijk geloof te houden: door de eeuwenoude tradities af te wijzen wordt de voorouders geen respect betoond.
Gestage groei
Desondanks groeide de kerk gestaag, in sommige streken zelfs explosief. Overal verschenen kleine geloofsgemeenschappen. Een paar families die bij ’onze’ gemeente hoorden begonnen in hun eigen dorp, 2 uur verderop, diensten te houden. Nieuwe gelovigen brachten enthousiast hun familie mee – elke gelovige ziet zichzelf als evangelist. Na 4 jaar bracht ons werk voor de UMN ons naar het westen van Nepal. We probeerden door middel van bewustwording en organisatie de armste gemeenschappen te stimuleren in hun ontwikkeling.
Daartoe leidden we teams op die vervolgens een paar jaar in deze dorpen woonden. Deze teams leefden op afgelegen plaatsen, vaak een dag lopen vanaf de onverharde weg. Meestal was er nog weinig gedaan door buitenstaanders. Toch bleek keer op keer dat het evangelie al wel was doorgedrongen.
Soms was er een piepkleine gemeente die samenkwam. Weinigen kunnen lezen, dus een teamlid – zelf geen christen – werd gevraagd om de bijbellezingen te doen. Soms bleken mensen een correspondentiecursus te doen. Henk-Peter belandde zo tot zijn verbazing na een lange wandeling eens in een gesprek over Jezus. Een stel jongens was bezig de vragen te beantwoorden van hun cursus.
Gods Geest is aan het werk in Nepal. Dat blijkt niet alleen uit de toename van het aantal gelovigen, maar ook uit allerlei bovennatuurlijke verschijnselen. Een aantal jaren geleden verscheen er tijdens een belangrijk hindoeïstisch festival een groot kruis aan de hemel boven een vallei in het midden van Nepal. Niet iedereen kon dit waarnemen, maar degenen die het wel hebben gezien waren diep getroffen. De werkelijkheid van de wonderen uit het Nieuwe Testament is in Nepal heel reëel.
De gemeente die we de laatste vier jaar bezochten was voortgekomen uit een splitsing. Met de enorme groei van het aantal gelovigen neemt ook de vraag naar oprechte en wijze leiders toe. Een paar jonge jongens studeerden een paar jaar op een soort bijbelschool in Kathmandu en namen de leiding van deze gemeente op zich. Ook deze gemeente sticht en ondersteunt weer andere gemeenten in verder afgelegen dorpen. Zoals in een dorpje waar ook ons project een team had gestationeerd. Na een bezoek vertelde het team – geen van allen christen – hoe het gezin van de christelijk leider een voorbeeld voor het hele dorp was. Waarom?
Schoonmoeders en schoondochters kunnen vaak slecht met elkaar overweg, maken ruzie, klagen tegen derden.
Maar in dit gezin is er respect voor elkaar en wordt er niet geroddeld!
Maoïsten
De politieke omwenteling van 1990 bracht meer ruimte en vrijheid voor christenen in Nepal. In 1998 lijkt het er echter op dat het democratisch experiment dreigt te mislukken. Coalitieregeringen volgen elkaar in hoog tempo op, parlementsleden vertegenwoordigen vooral hun eigen belangen, de corruptie en het onrecht maken mensen moedeloos. In deze context moet de opkomst van de Maoïsten als niet al te verwonderlijk gezien worden. Deze beweging heeft het Lichtend Pad in Peru als voorbeeld voor de strijd die gevoerd wordt.
Inmiddels zijn aanzienlijke delen van Nepal niet meer door de centrale overheid bestuurbaar. In feite is het plaatselijk bestuur in handen van volkstribunalen, die door de Maoïsten opgezet zijn.
De bevolking wordt meer en meer gedwongen een keuze te maken, en lijdt onder het geweld waaraan beide partijen zich schuldig maken. Christenen worden gewantrouwd, en er zijn leiders bedreigd in naam van de Maoïsten. Niet lang voor ons vertrek uit Nepal gingen we nog eens terug naar onze gemeente bij Pokhara. Inmiddels was er een kerk neergezet, groter dan de meeste andere gebouwen in het dorp.
Bij de samenkomst bleken er meer zitplaatsen dan belangstellenden, en in het dorp leefde nog steeds het gevoel dat dit een vreemd geloof van rijke buitenstaanders is. Het geld voor de bouw van deze kerk kwam van goed bedoelende christenen uit het westen, het grotendeels lege gebouw roept vele vragen op. Zo ook de vele denominaties die nu in Nepal proberen hun eigen versie van evangelie en navolging in een ’eigen’ kerk vorm te geven. De dogma’s brengen verwarring, het geld vormt een verleiding voor leidinggevenden.
En toch... Het is uiteindelijk God die aan zijn kerk bouwt, mensen roept, harten aanraakt. Zo belandden de medewerkers van ons project tijdens een studiereis naar India totaal onbedoeld in een Katholieke gemeenschap. Er werd juist Pasen gevierd, en er werden mensen gedoopt. Veel collega’s werden diep geraakt en wilden alles weten over Jezus. Sindsdien leest een aantal van hen met enthousiasme de bijbel en volgt bovengenoemde correspondentiecursussen. Als u bidt voor Nepal, bid dan voor bescherming en vrijmoedigheid voor de christenen, voor goed leiderschap in de kerk, voor de vele mensen die afwegen wat het evangelie voor hen betekent, voor de overheid, en voor vrede.