Gods Gouden Akker
1998-09-04
Ik had er nog nooit van gehoord; God’s Golden Acre? Totdat ik Gerrit ontmoette. Hij was een Gereformeerde jongen uit Doorn zoals ik een Gereformeerde jongen uit Amersfoort was. Maar dat was het niet wat ons naar elkaar toe trok en op vriendschap uitliep. Wat het dan wél was? We hadden beiden een zendingsgeschiedenis achter de rug van een jaar of 35, hij als dokter-superintendent van een zendingsziekenhuis in de Transkei, ik als zendeling onder de Zoeloes. Teleurstellingen, blijdschap waarvan een ander geen weet heeft, konden wij aan elkaar kwijt. Tot hij mij eens vroeg: je moet eens met me meegaan naar het huis op God‘s Golden Acre, op één van de heuveltoppen van het Umvoti-district bij Wartburg ten noorden van Pietermaritzburg.- Jaargang 42
- nummer 18
Niet de beste kant!
Dat maakte wel indruk. Het liet me een kant zien van het Zoeloeleven waarvan ik nauwelijks weet had. Niet de beste kant! Wie de nederzetting van Gods Gouden Akker nadert ziet onder de bomen van de eertijdse boerderij hier en daar groepjes Zoeloekinderen zitten op de grond of op een bankje, hier vier, daar zes, om een ’juffrouw’ heen, blank of zwart. Dat is de school! Ginds zitten wat oudere kinderen samen hardop te lezen en je ziet wat kleintjes rondrennen verdiept in hun spelletjes. Er lopen wat honden rond en wat kippen. Het is wat rommelig en lawaaierig, smoezelig, ècht Afrika. Maar dat is dan ook precies de bedoeling! En geen regiefout! Het huis wil een thuis zijn voor Zoeloe-kinderen; het heet dan ook Khayelihle (Mooihuis), kinderen die geen levende ziel meer hebben op de wereld, ergens achtergelaten in de stad Pietermaritzburg, ergens in een goot gevonden of rondzwervend, moeder dood aan Aids, vader vermoord in politieke of criminele gevechten of hoe dan ook, weeskinderen van een gemeenschap die er een eer in stelde voor zijn kinderen tot neefjes en achter-achternichtjes toe te zorgen maar die nu vermorzeld wordt onder de bulldozer van het Westen, de verstedelijking, de werkeloosheid, de criminaliteit, de zedenloosheid. Ja, er lopen ook Aids-kindertjes onder die daar achter een blikje aanrennen als een voetbal.
Naar Afrika-snit
En dat spreekt mij geweldig aan! Christelijk en naar Afrika-model! Niet opgezet naar Europees model, als een Engelse kostschool of een Nederlands weeshuis. Maar naar het gewone Afrikamodel van de uitgebreide familie die een groot deel van de dag buitenshuis doorbrengt. De dame, Heather Reynolds, die er uit Christelijke bewogenheid mee begonnen is en er van dag tot dag de scepter zwaait wordt dan ook gogo (grootmoeder) genoemd en is dat ook; haar man naar de Afrika-rol wat meer op een afstand, heeft er thuis zijn eigen werk (hij is beeldhouwer en wat hij weet te verkopen gaat naar het tehuis), en de juffrouwen en nog een man die er de groepjes kinderen lesgeven, de onderwijzers, zijn tegelijk moeders of vader, ook buiten de schooluren om. En dat alles alleen tegen kost en inwoning! De hele uitgebreide familie komt een tweemaal per dag bij elkaar voor een maaltijd, gebed, Bijbel-les en zang of wat er maar te regelen is in de gemeenschap maar steeds weer wordt de uitgebreide familie teruggebracht in de kleine gezinseenheden, zoals men er thuis aan gewend was, elk in zijn eigen ronde hut of huis, samen met moeder en een paar nieuwe broers en zussen. En na het schoolonderwijs met zo’n jaar of 18 worden de dan jonge mensen geholpen ergens werk te krijgen.
Er zijn een dertigtal kinderen in Mooihuis en meer wil men terecht niet huisvesten. Dan zou het overgaan van familiaal naar institutioneel. Er is al ergens anders een ander huis opgezet dat speciaal voor heel kleine kindertjes die gogo Heather in haar familiemodel moeilijk hanteren kan, huisvesting biedt. Ook is men doende aan de oprichting van een tweede huis te werken en straks een derde. Daarnaast brengt de stichting Golden Acre ook kinderen die al wat ouder, ergens opgepikt worden en moeilijker aanpasbaar zijn en daarom extra aandacht nodig hebben, bij pleegouders onder.
Beheer
God’s Golden Acre is het idee geweest, beter moet ik zeggen de roeping geworden van Heather Reynolds en die er letterlijk dag en nacht voor in de weer is. Ze brengt zelf zieke kinderen naar het ziekenhuis en rijdt dan op de terugweg bakkerijen en supermarkten langs in Pietermaritzburg om te vragen om oud brood en slap geworden groente. Gerrit gaat apothekers af om nederig al vervallen medicijnen op te halen. Wie een deken brengt wordt omhelsd! Ik heb het zelf gezien en ben er zelf geweest. Zo gaat dat in Afrika waar zoveel ellende is die dagelijks alleen maar groter wordt, dat er geen subsidie tegen op kan. En die is er dan ook nauwelijks! Alleen voor de elders geplaatste pleegkinderen komt er iets van regeringszijde los.
Maar wie denken mocht dat het beheer ook op zijn Afrikaans toegaat, heeft het mis. Er is een comité van deskundigen dat het beheer voert met daarin een bekend kinderarts, er zit een accountant in en ook mijn vriend Gerrit heeft er als dokter zitting in om maar niet meer te noemen.
En nu?
Al lang genoeg ben ik in Afrika om te weten dat het dikwijls lijkt op dweilen met de kraan open. Aids alleen al produceert zoveel meer weeskinderen dan ’normaal’ dat we er naar een betrouwbare schatting alleen al in Pietermaritzburg binnen twee jaar een 50.000 van zullen hebben. De jongens voorbestemd wrede misdadigers te worden en de meisjes magere hoertjes. Maar wie dweilt naar hij kan, zal in elk geval hier of daar een plekje droog kunnen maken voor wat Zoeloe-kinderen, en alleen God weet voor hoelang. Maar dat hoeven wij ook niet te weten. U had het al aangevoeld zeker? Gelukkig maar! Want ik doe hierbij inderdaad een beroep op de Opbouw-lezers om voor Gods Gouden Akker een gift te willen overmaken. Het zou zo fijn zijn om even wat hulp aan te reiken aan dat toegewijde team van Khayelihle (Mooihuis) waarin het medelijden van onze Meester handen en voeten krijgt.
Op mijn privé-rekening bij de Generale Bank, Postbus 4, Kampen nr. 63.18.03.971 met bijvoeging alstublieft: Gods Gouden Akker. Doet u het?