Paarse onderwijspolitiek betekent bij de les blijven

1998-09-18
  • Jaargang 42
  • nummer 19
In 1917 kwam er een einde aan de zogenaamde schoolstrijd: de strijd die Groen van Prinsterer halverwege de vorige eeuw was aangegaan. Ouders die wilden dat hun kinderen christelijk onderwijs zouden kunnen volgen, kregen daar vanaf 1917 de vrijheid en de middelen voor. Het bijzonder onderwijs werd gelijk behandeld met het openbaar onderwijs en de overheid bleef op gepaste afstand van het bijzonder onderwijs. Dit alles werd vastgelegd in artikel 23 van de Grondwet.
Een zwaar bevochten en inmiddels lang gekoesterde vrijheid. Nu het tweede paarse kabinet zich heeft voorgenomen dit befaamde en waardevolle grondwetsartikel te gaan wijzigen, moet dat wel veel stof doen opwaaien. Tenminste, dat zou je verwachten. Maar totnogtoe blijft het stil, te stil. In het Regeerakkoord staat te lezen dat het kabinet artikel 23 wil wijzigen zodat de zogeheten samenwerkingsschool mogelijk wordt. In zo’n samenwerkingsschool gaan openbaar en bijzonder onderwijs samen. Omdat de Grondwet nu nog een zorgvuldig onderscheid maakt tussen openbaar en bijzonder is die wijziging noodzakelijk. Een wijziging die, mocht zij doorgaan, grote gevolgen zal hebben.
Openbaar onderwijs wordt ’van overheidswege’ gegeven, terwijl het bijzonder onderwijs op initiatief van een aantal ouders met een gezamenlijk gedeelde levensovertuiging wordt gegeven. Het huidige artikel 23 houdt de overheid op afstand, bijvoorbeeld voor wat betreft het benoemingsbeleid en de keuze voor de leermiddelen van christelijke scholen. Als de samenwerkingsschool mogelijk wordt gemaakt, verandert dat de huidige relatie tussen de overheid en het bijzonder onderwijs fundamenteel.
Mijn zorg over de genoemde wijziging is ingegeven door het paarse onderwijsbeleid van de afgelopen jaren.
Ondanks artikel 23 heeft dit kabinet nu al de neiging zich te mengen in de inrichting van het onderwijs. Hoeveel aanmatigender zal die overheid worden wanneer haar ambitie niet meer wordt getemperd door het huidige artikel 23 met zijn strikte scheiding tussen openbaar en bijzonder onderwijs?
Verschillende voorstellen van het eerste paarse kabinet schuurden langs de in de Grondwet gegarandeerde onderwijsvrijheid of waren er, naar mijn mening, mee in strijd. Er werd in verband met het aantal omstreden wetsontwerpen wel gesproken over de zeven plagen van paars. Zo werd b.v. bepaald dat 70 procent van het PABO-programma van overheidswege wordt voorgeschreven. Verder werd de schoolbegeleiding geregionaliseerd, waarbij de begeleiding op levensbeschouwelijke grondslag in een soort sterfhuisconstructie werd geplaatst. Het is niet verwonderlijk dat de Raad van State in zijn laatste jaarverslag klaagde over de manier waarop Paars-1 omging met de Grondwet in het algemeen en met artikel 23 in het bijzonder. Ook de Onderwijsraad uitte regelmatig kritiek op de paarse interpretatie van artikel 23. Dát het huidige artikel 23 het paarse kabinet inderdaad hinderde, bleek wel uit de suggestie van minister Dijkstal om artikel 23 maar eens te wijzigen. Zo zou een einde gemaakt kunnen worden aan de volgens hem ouderwetse en veel te kostbare vorm van onderwijsvrijheid.
Als het nieúwe kabinet nu dus aangeeft de onderwijsvrijheid opnieuw te willen definiëren, moeten we op onze hoede zijn. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. We verdedigen hiermee niet een status-quo enkel en alleen omdat die zijn oorsprong heeft in het verzuilde verleden. Maar we moeten wel beseffen dat de ruimte voor christelijk onderwijs aan onze kinderen in het geding is. De gelatenheid waarmee tot nu toe op de plannen is gereageerd, kan verband houden met het feit dat een Grondwetswijziging voor velen een ver-van-m’n-bed-show is. Het zal wel niet zo’n vaart lopen, schijnt te worden gedacht. Maar we moeten ons realiseren dat aantasting van de onderwijsvrijheid die de afgelopen periode dreigde, pas fundamenteel en legitiem wordt als de grondwet zal worden gewijzigd. En paarse plannen gedijen het beste bij lauwheid van de betrokkenen. Als het goed is hebben we onder paars-1 onze les geleerd.

De auteur is Tweede Kamerlid voor de RPF

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief