Stemmen na het wringen van de was
1998-09-18
De afgevaardigden hadden zaterdag een zware dobber. Al een aantal zaterdagen was de predikantenopleiding ter sprake geweest. Op basis van die discussies kwam het moderamen met een besluitvoorstel voor de korte en één voor de lange termijn. Het eerste hield een besluit in over wat moet worden verstaan onder een ’deugdelijke opleiding’, zoals bedoeld in artikel 5 van het Akkoord van Kerkelijk Samenleven (AKS). Het lange-termijnvoorstel bestond uit drie mogelijkheden: (a) het instellen van een commissie die de mogelijkheden onderzoekt van een eigen basisopleiding tot predikant, gevormd uit een integratie van het Nederlands Gereformeerd Seminarie (NGS) en de eigen Theologische Studie Begeleiding (TSB); (b) het instellen van een commissie die de mogelijkheden onderzoekt van een eigen verplichte afrondende opleiding tot predikant, gevormd vanuit de TSB; en (c) alles laten zoals het is. De afgevaardigden R. Luiten en N. Nijland (beiden uit Enschede) voegden daaraan een vierde mogelijkheid toe. Hun voorstel behelsde een verzoek aan de Raad van Toezicht en Advies om te zoeken naar mogelijkheden tot uitbreiding van de samenwerking tussen de Theologische Studie Begeleiding en de opleiding in Apeldoorn.- Jaargang 42
- nummer 19
Kou
De afgevaardigden spraken eerst met elkaar over het lange-termijnvoorstel. Dit ’om de kou wat uit de lucht te halen’, zoals voorzitter A. Wattèl uit Hoofddorp zei. De vergadering sprak namelijk op de vorige zitting al over het korte-termijn-voorstel, maar kwam daar toen in het geheel niet uit. De meningen lagen nog te ver uit elkaar.
Aanvankelijk leek het afgelopen zaterdag weer die kant op te gaan. Bij alle voorstellen werden vraagtekens gezet.
Zo vroeg onder andere ds. K. Holwerda (Culemborg) zich af waarom veel geld en energie zou worden gestoken in een eigen basisopleiding, terwijl er een aantal goede, degelijke hbo-opleidingen in den lande zijn. Ook J.M. Louwerse uit Amstelveen was weinig gecharmeerd van een eigen basisopleiding. ’Alles afwegende is er behoefte aan duidelijke eindtermen, reden voor mij om te pleiten voor een afrondende opleiding die door de breedte van de kerken wordt gedragen.’ Anderen, zoals ds. J. Smit waren juist voor voorstel (a) omdat deze een duidelijk signaal richting integratie van NGS en TSB af. Tijdens de discussie werd gegeven en genomen, tegenvoorstellen werden ingediend en weer ingetrokken, toch bleef een aantal afgevaardigden in zijn opvattingen lijnrecht tegenover anderen staan.
Geduld
Na de middaglunch (soep, kaastaartje, salade en een fruittoetje) en een derde discussieronde suggereerde ds.
Eikelboom daarom dat er misschien ’meer geduld zou moeten worden geoefend.’ Maar voorzitter Wattèl was het daar niet mee eens: ’Ik ben heel blij met de tijd en ruimte die er voor deze discussie is genomen, dat is goed, maar op een bepaald ogenblik moet je dóór. Drie jaar wachten voegt niets toe en maakt de verwarring alleen maar groter.’ Bovendien bespeurde Wattél ’een saamhorigheid om met alle verschillen die er zijn, beslissingen te nemen’. Waarna werd overgegaan tot stemming. Eerst werden de amendementen op de diverse voorstellen in stemming gebracht, daarna volgden de voorstellen zelf. De eerste hoofdelijke stemming over de vier mogelijkheden resulteerde in negentien stemmen voor voorstel (a) (de basisopleiding), vijftien stemmen voor (b) (afrondende opleiding), vijf stemmen voor (c) (alles laten zoals het is), en vier stemmen voor het tegenvoorstel Luiten/Kramer. Na een tweede stemming, waarbij niet meer op (c) en (d) mocht worden gestemd, werd voorstel (a) aangenomen, nu met tweeëntwintig stemmen. Veertien afgevaardigden stemden voor (b) en zeven afgevaardigden onthielden zich van stemming.
Financiën
In de besluittekst is opgenomen dat de commissie in haar onderzoek zal betrekken hoe de beoogde basisopleiding kan worden afgerond door een doctoraal-opleiding aan een van de theologische universiteiten, waarbij in eerste instantie wordt gedacht aan Apeldoorn. Op verzoek van een aantal afgevaardigden zal de commissie ook onderzoek doen naar de benodigde financiën. Tevens zal in het onderzoek worden meegenomen wat de mogelijkheden ten aanzien van overheidserkenning zijn.
Vuurbang
Na de bespreking van de opleiding ’voor de lange termijn’, werd gediscussieerd over de korte-termijn-voorstellen.
Hier werd een grotere eensgezindheid bereikt. 42 Afgevaardigden stemden voor het voorstel zoals het door het moderamen was opgesteld; één stemde tegen. Dat was ds. P.
Veldhuizen uit Leerdam. Hij zei sterk te hechten aan een volledige academische opleiding voor iedere student.
Daarom wilde hij uit de omschrijving van een deugdelijke opleiding (’het doctoraal II van de Theologische Universiteit Apeldoorn, of de opleiding aan het NGS, bij voorkeur aangevuld met het doctoraal II in Kampen of Apeldoorn’) het ’bij voorkeur’ geschrapt hebben. Veldhuizen zei vuurbang te zijn dat kandidaten volstaan met een korte opleiding als die mogelijkheid open staat.
Handwasje
Na een uitvoerige discussie onder andere hierover trok ds. W. Smouter uit Breukelen de vergelijking met een handwasje op de camping. ’Voordat je de was te drogen hangt, wring je hem uit. Qua drogen is dat nog niets, dat moet gebeuren in de zon en in de wind. Toch is het nuttig.’ Smouter zei de afgevaardigden dat het huidige voorstel nog lang niet de definitieve oplossing is. ’Maar het is richtinggevend.
Kandidaten van het NGS die hun studie niet in Kampen of Apeldoorn afronden, hebben wat uit te leggen.’ Een ander voordeel van het ’richtinggevende voorstel’ was volgens Smouter dat de studiebegeleiders van theologiestudenten op rijksuniversiteiten onderzoeken of er aanvullende tentamens moeten worden afgelegd om predikant te worden in de Nederlands Gereformeerde Kerken. Smouter: ’Laten we die was dus nu ophangen, dan hebben we de eerste stap genomen. Vergeleken met de huidige situatie worden de zaken in dit voorstel beter en scherper geregeld.’ Overigens vindt op de achtste en waarschijnlijk laatste zitting van de Landelijke Vergadering op D.V. 19 september a.s. de definitieve eindstemming over de predikantenopleiding plaats.
Ongeldige stemming
De 19de gaat ook nogmaals gestemd worden over het al of niet ’elegant’ betrekken van de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) bij een studie naar de vrouw in het ambt. Een besluit hierover was op een zitting in juni reeds genomen. Dat bleek bij nadere bestudering moeilijk te rijmen met het daarop ingediende én aangenomen amendement. Het besluit behelsde namelijk het aan het werk zetten van een commissie die op de eerstvolgende Landelijke Vergadering, dus over drie jaar, een studie uitbrengt over vrouwelijke ouderlingen en diakenen.
De broeders van de CGK en de GKV kunnen echter pas tijdens de synodes volgend jaar besluiten over deelname. Wordt pas daarna begonnen met de studie, dan is de tijd erg krap, zo concludeerde het moderamen.
Daarom stelde het de vergadering voor om in eerste instantie zonder de broeders uit de zusterkerken aan de slag te gaan.
’Absoluut onbegrijpelijk’
Een aantal afgevaardigden noemde dit echter weinig elegant en vroeg zich af waarom er zo’n haast gemaakt moest worden. Voorzitter Wattél besloot een uitvoerige discussie achterwege te laten en bracht het moderamenvoorstel in stemming. Het werd met acht tien stemmen tegen, vijftien stemmen voor en negen onthoudingen verworpen. Verontwaardiging maakte zich vervolgens van een aantal afgevaardigden meester toen bleek dat het moderamen zich van stemming had onthouden. ’Dit is voor mij absoluut onbegrijpelijk: een moderamen dat zich van stemming onthoudt bij haar eigen voorstel’, riep J.M. Louwerse uit Amstelveen. Voorzitter Wattél raakte hierover even in verwarring, keek zijn drie bestuursleden aan en verklaarde de stemming vervolgens ongeldig. Bovendien werd het voorstel ingetrokken. Waarmee aan een lange, inspannende zitting onverwacht een opmerkelijk einde was gekomen.