Over het laatste bijbelboek

1998-09-18
  • Jaargang 42
  • nummer 19
Ds. J.M. Goedhart, emeritus predikant van de vrijgemaakt gereformeerde kerken, heeft enige tijd geleden een boek geschreven over de Openbaring aan Johannes. Goedhart is heel serieus tewerk gegaan. Hij sluit zich in zijn exegese nauw aan bij B. Holwerda en J. de Vuyst. Het is verstandig van de arbeid van bekwame exegeten gebruik te maken. Ds. Goedhart maakt ettelijke goede opmerkingen om zo de boodschap van het laatste Bijbelboek dichter bij ons te brengen. Hij houdt zich aan de hermeneutische regel, die inhoudt, dat je Schrift met Schrift moet vergelijken. De auteur hanteert een eenvoudige stijl en bedient zich van een woordkeus, die voor iedereen goed te volgen is. Wat de brief van Christus aan Sardes betreft spreekt Goedhart over een geconstateerde schijnvroomheid (p.57). Liever heb ik het in dit verband over een houding van gearriveerdheid. Alles was correct, maar waardeloos. Verder zou het goed geweest zijn uit te leggen wat vroom eigenlijk betekent, nl. dapper zijn. Ik mis op p.68, wanneer het gaat over de voorbede van Christus voor de zijnen, de verwijzing naar art. 26 NGB. Wanneer collega Goedhart het heeft over de houding van de kerk te Laodicea komt hij op dreef. Leest u maar mee: „’t Is bij haar geen hom en geen kuit. Geen vis en geen vlees. Het is allemaal even kleurloos. Grijs en grauw. Walgelijk. Middelmatig.
Zonder pit. Zonder kracht. Zonder geestdrift. Vlak. Neutraal. Er straalt niets van uit. En er gaat niets van uit”. (p.74). Als de schrijver verder aandacht schenkt aan vers 20 van Openbaring 3 (p.78) verklaart hij de bekende term: maaltijd houden als avondmaal vieren en trekt hij de lijn door naar het bruiloftsmaal van het Lam. Zo betrekt hij het geheel vooral op de gemeente. S. Greijdanus geeft in zijn Korte Verklaring van het laatste Bijbelboek duidelijk aan, dat het hier gaat om de avondmaaltijd als de hoofdmaaltijd. Het gemeenschappelijke eten was uitdrukking van innige gemeenschapsoefening. Hij merkt verder op: „Onder dit beeld stelt de Heere dus de heerlijkste samenleving en het innigst onderling verkeer met wie naar Zijne stem hoort, en Hem bij zich binnen laat, in het uitzicht. Hij doet hierbij uitkomen, dat het maar niet eene zaak is van eene groep, van de gemeente als geheel, doch van eenen ieder persoonlijk”. (a.w.p.90).
Ik verkies de uitleg van Greijdanus boven die van Goedhart. Wat er loskomt wanneer het Lam het zesde zegel verbreekt wordt op een imponerende manier beschreven (p.111). Ik ben het met ds. Goedhart eens wanneer hij de ’duizend jaren’ aanduidt als de periode van Christus’ hemelvaart tot aan zijn wederkomst (p.214 e.v.). Ik vind wel, dat het geheel van deze meditatieve verklaring te kerkelijk getoonzet is. Daardoor komt het individuele aspect te weinig aan bod. Ook ontbreekt in de literatuuropgave ’Brieven uit de hemel’ van ds. G.N. Lammens en ’De Antichrist’ van dr. R.J. van der Meulen.
Al met al heb ik bij alle geuite kritiek de nodige waardering voor dit boek, dat keurig door Drukkerij-Uitgeverij Bredewold te Wezep (Gld.) is uitgegeven. Men doet er goed aan bij de bestudering van het laatste Bijbelboek van de inhoud van dit geschrift kennis te nemen.

N.a.v. ds. J.M. Goedhart: ’Onthulde geheimenissen’ – meditatieve verklaring van het laatste Bijbelboek – Drukkerij-
Uitgeverij Bredewold te Wezep – 266 pag. – ƒ 28,-.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief