RPF- GroenLinks
1998-09-18
In het Centraal Weekblad van 28 augustus vond ik een aardig artikel van de hand van dr. J.P. (Hans) Feddema, voormalig AR-radicaal, en nu actief in GroenLinks. Hoe ”links” is ”klein-rechts”?, vraagt hij zich af, en dat levert een verhaal op, dat 10 of 20 jaar geleden ondenkbaar was geweest. Ik neem er een paar gedeelten uit over: - Jaargang 42
- nummer 19
Centrale bijbelse noties als ”Zoek eerst Gods Koninkrijk en Zijn Gerechtigheid” en ”Gerechtigheid verhoogt een volk” houdt de RPF ons voor in haar verkiezingsprogram 1998-2002.
Ik bekijk het program van deze kleinchristelijke partij nog eens nader, nu de verkiezingen voorbij zijn. Ook in het licht van de vraag of de RPF al of niet een progressieve partij is. Haar program naast dat van GroenLinks leggen helpt daarbij wellicht. Gerechtigheid? In plaats daarvan zouden we in Nederland volgens de RPF vooral ”rijkdom hebben gezocht”, mede waardoor ”heel wat mensen in de kou” staan. Net als GroenLinks de overheid in haar program ”een schild voor de zwakken” noemt, wil de RPF een overheid die ”gerechtigheid doet en barmhartigheid bewijst”. Gerechtigheid en naastenliefde blijken voor haar de twee hoofdrichtlijnen.
GroenLinks heeft het in een omgekeerde volgorde vooral over solidariteit en gelijkheid, waarvan de laatste overigens niet identiek is met gerechtigheid, maar daarvan volgens mij slechts een onderdeel. GroenLinks is ook voor ”een politieke gemeenschap van burgers die zich verantwoordelijk voelen voor elkaar”, maar de RPF zegt het meer geladen: ”gemeenschap in plaats van individualisme, zorg in plaats van verrijking, warmte in plaats van kilte”. Dat de RPF de gerechtigheid zo centraal stelt, juich ik toe. Ik wilde dat GroenLinks dat meer deed. Solidariteit, hoe belangrijk ook als gevoel, is geen politiek concept. Solidariteit is niet goed operationeel te maken.
Bovendien kan de underdog van vandaag de onderdrukker van morgen zijn.
Helaas werkt de RPF het begrip gerechtigheid echter te weinig uit, waardoor zij net als GroenLinks de toevlucht moet nemen tot de wat bevoogdende barmhartigheid van bovenaf. Gerechtigheid impliceert immers niet het geven van aalmoezen, maar veeleer dat er recht wordt gedaan. Dat vrede bovendien de vrucht of het effect is wanneer je recht doet aan (mede)mens en natuur, dat er dus een wisselwerking is tussen gerechtigheid en vrede, vinden we helaas niet terug in het RPF-program (en expliciet nog minder in dat van GroenLinks).
Toch mag het RPF-program er zijn, sociaal en ecologisch. () Ook wat betreft het milieu komt de RPF met radicale standpunten. () De verschillen tussen de RPF en de progressieve partijen liggen () vooral op het terrein van openbare zedelijkheid, huwelijk en drugs. Het huwelijk is voor de RPF de enige wettelijke samenlevingsvorm, reclame voor seksclubs en 06-lijnen moet worden verboden, en het gedoogbeleid inzake softdrugsverkoop via ”coffeeshops” moet worden beëindigd. Ook op het terrein van de directe democratie zijn er verschillen. De RPF is tegen een gekozen burgemeester en tegen referenda. Ik zou de RPF nochtans niet willen zien als een conservatieve partij. Zeker niet in termen van de oude links-rechts tegenstelling. De RPF is duidelijk geen libertaire partij, zoals GroenLinks en D66. De RPF is daarentegen radicaal op sociaal- en op milieuterrein. Ze kan in die zin worden getypeerd als een linkse milieupartij, een soort christelijk GroenLinks. () Men kan de RPF van nu vergelijken met de AR uit de jaren zestig, toen AR-voorzitter Berghuis zijn partij typeerde als ”sociaal links” en daarbij expliciet sprak over de radicaliteit van het evangelie. Wordt het geen tijd om de betiteling ”klein-rechts” voorshands maar in te slikken als het gaat om partijen als de RPF?
De fronten zijn behoorlijk verschoven. Christenen waren vroeger simpelweg ”rechts” en de vijand was ”links”; maar vandaag ontdekken we soms in diezelfde linkse hoek een onverwachte bondgenoot in de strijd tegen wat nu de grootste vijand moet heten: het zich als keurig en zeer gematigd presenterende neo-liberalisme van de paarse partijen D66, VVD en PvdA, en van de meeste grote maatschappelijke organisaties. Wellicht dat we als christenen in dit land juist in de tijd waarin wij nu leven in staat zijn om de diepe radicaliteit van het Evangelie als nieuw te ontdekken. Wat zou het trouwens goed zijn, als zulke dingen als hierboven niet alleen geschreven zouden worden over de RPF, maar ook over haar grote zus, het CDA. Maar dan zal naar mijn idee wel het modieuze lichtpaars ingeruild moeten worden voor de veel radicalere kleuren van het Evangelie.
Immers: ”Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen!