Clinton als geroepen president
1998-10-02
Hoe onberispelijk mag, ja moet het gedrag van onze politieke leiders zijn? Hebben zij nog recht op een privé leven? Of is dit per definitie onmogelijk? Of zelfs ongewenst omdat dit nu eenmaal de consequentie is van hun politieke, dus publieke loopbaan? Deze vragen rijzen vanzelf bij wat zich in Amerika afspeelt. Clinton moet steeds meer met de billen bloot over zijn uitglijder met Monica Lewinsky.- Jaargang 42
- nummer 20
Bij ons wekte het Kamerlid Hans Hillen opschudding met zijn stelling dat de media best meer over het veelvuldig ’vreemd gaan’ van onze Haagse politici mochten schrijven. Immers, mensen die op seksueel vlak gemakkelijk te verleiden zijn, zijn dat misschien ook op ander gebied; zulke lieden zijn niet standvastig, aldus Hillen.
Velen, ook vrouwelijke Kamerleden vielen over hem heen. „Als een politicus publiekelijk zegt zijn gezin erg belangrijk te vinden en er ondertussen een verhouding op na houdt, heb ik daar geen mening over”, zei een vrouwelijk Kamerlid.
Twee uitersten
Amerika en Nederland: kennelijk twee uitersten. Aan de ene kant een golf van publiciteit over het buitenechtelijk en privé gedrag van politici. Anderzijds, zoals in ons land, de code politiek en privé gedrag strikt te scheiden.
„Politici moet je afrekenen op wat zij in de politiek bereiken”, heet het dan. Ik deel het standpunt van hen die vinden dat je zeker bij een wereldleider zoals een Amerikaanse president eigenlijk geen onderscheid kunt maken tussen politiek en privé gedrag. Kandidaten die zich laten nomineren voor het hoogste ambt beseffen dit natuurlijk heel goed. Zij accepteren van te voren dat hun verleden door alle denkbare molens zal worden gehaald om laakbaar gedrag op te sporen. Daarnaast verwacht ik – als staatsburger en als kiezer – een hoge moraliteit van onze leiders. Het besturen van een land of van een groot bedrijf vertrouw je toch het liefste toe aan integere mensen met een onberispelijke staat van dienst. Niet alleen omdat men dan niet te chanteren is, maar ook om het voorbeeld en de uitstraling naar anderen toe. Een president naar zijn land, een werkgever naar zijn werknemers, een predikant naar zijn gemeente.
Hypocrisie
Maar ligt dan het gevaar van burgermansfatsoen, van moralisme en van hypocrisie niet direct om de hoek als we van een dergelijk onberispelijk gedrag eisen? Ja, ongetwijfeld is dat zo. En ook die opstelling is niet ideaal.
De bijbel leert ons dat het gedrag van leidersfiguren vaak allerminst onbesproken is. Mozes, Saul, David, Salomo, laat staan figuren als Herodes, wie kent ’hun verleden’ niet? Dat maant tot bescheidenheid in het verwachtingspatroon van onze leiders. De Clinton’s, de Blair’s, de Kohl’s en andere hooggeplaatsten.
Het zijn meestal geen lieverdjes. Je moreel staande te houden in zo’n prominente positie met alle denkbare verleidingen van dien: wie is dat gegeven? In de bijbel lezen we verder dat genoemde leidersfiguren vanuit Gods bedoelingen met het leven, bijvoorbeeld door profeten, op hun misstappen werden aangesproken. Die werden niet aanvaard als ’dat hoort nu eenmaal bij zo’n positie’. Clinton doet nu publiekelijk boete. Helaas erg laat, vermoedelijk vooral om z’n hachje te redden. Maar toch, hij toont voor het oog van de wereld berouw. Clinton krijgt, zo las ik, nu pastorale begeleiding van de predikant Gordon MacDonald, die ooit zelf een buitenechtelijke relatie bekende. Hij schreef voor rusteloze en gedreven mensen het boek ’Breng orde in uw leven’. De Engelse titel luidt: Ordering your private world. Succesvolle mensen gedragen zich te veel als gedreven en te weinig als geroepen personen, is de kern van zijn boek. Gedreven mensen zullen nooit de rust ervaren van een innerlijk geordende wereld.
Stel je voor: Clinton als een geroepen president!