Met het verbond in Afrika

1998-10-02
  • Jaargang 42
  • nummer 20
Gereformeerden zijn mensen van het verbond. Je kunt je in Gereformeerde termen bijvoorbeeld niet veel bij de kinderdoop voorstellen zonder aan het verbond te denken. Maar zou je wel Gereformeerd kunnen zijn zónder het verbond? Stel nu eens dat je in bepaalde talen problemen tegenkomt met het woord!
Onlangs las ik nog eens weer hoe in een Eskimo-taal men geen kant uitkon met het woordje ’lam’ in het woord van Johannes de Doper die toen hij Jezus zag aankomen, uitriep: zie het lam Gods dat de zonde der wereld wegneemt. Men maakte daar in de Noordelijke kou helemaal verstaanbaar van: zie, de jonge zeerob van God die de zonde der wereld wegneemt. Heel ad-rem zo’n vertaling.

De enthousiaste en bekwame zendingslector van Kampen-Broederweg hield vorig jaar de Schooldag-mensen voor dat de kerk trafo moet zijn, transcultureel overdrager van het christelijk geloof van de éne cultuur naar de andere. Ook het woord ’verbond’ zelf is maar geleend uit het Semitisch taalarsenaal als voertuig om verder de wereld in te kunnen dragen het weten dat onze God zo betrouwbaar is en zorgend dat Hij met zijn volk op weg gaat van het begin van de reis tot het eind. Er zouden wel andere manieren zijn dat alles uit te drukken.

Zelf ben ik als beginnend zendeling ook met het verbond in de zending begonnen en heb het vele jaren lang volgehouden. Maar ik had altijd het gevoel dat het niet overkwam. Van alles wat ik de mensen leerde, kwam er altijd wel op de één of andere wijze een respons terug, hetzij in gesprekken hetzij in het zogenaamde getuigenis-geven op samenkomsten, hetzij als afwijzing wat ook een positief kruisje verdient bij ’ja’ op de vraag: ben je overgekomen of niet. Maar met mijn verbondsonderwijs van de Heer dat toch een heerlijke en hechte basis van geloofszekerheid aan een mens geeft, scheen ik vast komen te zitten.
Maar daarzonder kon je toch nauwelijks meer Gereformeerd worden genoemd. Toch maar weer doorzetten!
Maar waren er dan geen andere bijbelse concepten om dat wat de Bijbel ons over de Here leert in het woordje ’verbond’, in Afrika over te dragen? Totdat ik besloot het anders te gaan doen. Met een ander voertuig te gaan rijden.

Vandaag ben ik er meer nog dan tevoren van overtuigd dat mijn besluit het juiste was. Natuurlijk hebben wij in Zoeloe wel een woord voor ’verbond’. En ik wist wel dat dat specifieke woord een wat nare legalistische bijklank had van schuld. Maar dacht toch niet dat het zo erg was als ik onlangs ontdekte toen ik een opname maakte op straat en bij Zoeloes die ik kende. Iemand bij een benzinepomp zei: een verbond is wanneer je een schuld hebt gemaakt bij een winkel en dan krijg je een brief van de procureur. Waaraan denk je als je het woord hoort, vroeg ik. De één zei: aan geldelijke schulden; een ander: verbond is een Zoeloewoord waarvoor wij bang zijn. Hoeveel brieven zijn er in de loop der jaren al door mijn handen gegaan als postmaster, brieven van schuldeisers afkomstig die geld willen zien met het gebruikelijke dreigement: denk erom, we hebben een verbond.

Welk woord kiezen we dan wanneer het woord ’verbond’ als ons taal-voertuig uitvalt? Want de mensen bij de Umkomaas-rivier moeten toch verstaan dat de verre, onberekenbare en gevaarlijke Zoeloe-God niet onze God is.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief