Precies tweehonderd jaar geleden

1998-10-02
  • Jaargang 42
  • nummer 20
Sinds de komst van generaal Bonaparte’s expeditie naar Egypte aan het eind van de 18e eeuw werd de loop der gebeurtenissen in het Midden-Oosten ernstig beïnvloed en in crisissituaties gedomineerd door de belangen, ambities en acties van de Europese grootmachten. Toen de Ottomanen tenslotte vertrokken en de westerse mogendheden onmiskenbaar aanwezig waren als de heersers van de regio, namen de imperiale rivaliteiten een nieuwe en meer directe vorm aan. In deze rivaliteiten waren drie hoofdfasen te onderscheiden.
In de eerste hadden de Britten en de Fransen het gebied vrijwel voor zich alleen en de wedijver tussen die twee vormde het hoofdthema van de internationale betrekkingen. In de tweede fase, de jaren dertig en veertig, werd de Brits-Franse overheersing geconfronteerd met nieuwe uitdagingen, eerst van fascistisch Italië en daarna van Nazi-Duitsland. In de derde fase, tijdens de tweede wereldoorlog, werden eerst de Italianen en vervolgens de Duitsers uitgeschakeld. Daarna waren eerst de Fransen en toen de Britten dermate verzwakt dat ze geen dominante rol meer konden spelen. En in de verte ontwikkelde zich een nieuwe krachtmeting tussen twee ver verwijderde vreemde mogendheden: de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, een voorbode van het toekomstig patroon.1

Twee gevolgen van Napoleons invasie van Egypte, in de zomer van 1798, moeten hier gemeld worden. Het ene is negatief te duiden: het ontstaan van situaties, waarin westerse landen uit winzucht en eigenbelang het Midden Oosten gingen domineren, zodat van de weeromstuit een anti-westerse en anti-christelijke houding ging ontstaan in Egypte, die later oversloeg naar de Soedan en weer later in grote delen van de moslimse wereld werd overgenomen. Het tweede is positief: de opkomst van de Egyptologie als een zelfstandige wetenschap, met vele ontdekkingen m.b.t. het fascinerende Rijk der Farao’s.

Vergiftigde sfeer
Laten we maar met het negatieve beginnen. Vanaf 1798, het jaar van de Franse expeditie naar Egypte, is de relatie tussen het Westen en het Midden-Oosten steeds vergiftigd door wederzijds wantrouwen. Laat er geen misverstand over bestaan: dat probleem is voor een aanzienlijk deel veroorzaakt door de trouweloosheid van de Westerse mogendheden!
Dat begon dus al met de Franse expeditie zelf. Na de zo nobel klinkende proclamatie van Napoleon, waarin een eventuele kloof tussen Egyptische moslims en Westerse ’Christenen’ (nota bene uit het nog recent ’godloos’ verklaarde Revolutionaire Frankrijk!) zoveel mogelijk was verkleind, bleek echter spoedig dat Bonaparte geheel dictatoriaal wenste te regeren! De spanning tussen woorden en daden moet voor alle Islamieten in de regio zonneklaar geweest zijn! Sluimerende wrok laaide op tot openlijke vijandschap.
Belangrijker wellicht was het feit dat de Franse invasie, die in 1798 begon en in 1801 al weer voorbij was, niet beëindigd werd door de inspanningen van moslims (Turken of Egyptenaren) maar door Britse oorlogsbodems! „Na de Franse bezetting kwam Egypte weer onder moslim-bewind. De komst van de Fransen had aangetoond dat zelfs een klein expeditieleger van een westerse mogendheid een van de centrale gebieden van het Midden Oosten met gemak kon veroveren en bezetten. Hun aftocht demonstreerde dat alleen een andere westerse mogendheid hen eruit kon zetten. Het was een onheilspellende dubbele les.”2 Het is stellig geen toeval dat vanaf de jaren 1790 de Turken steeds opnieuw probeerden om westerse militaire adviseurs naar hun regio te lokken. Het was van het grootste belang om van hun wapenkennis en ook militaire expertise te profiteren! Dat gebeurde ook bij een gewone jongen uit Macedonië, in het huidige Kavala (bij Filippi) geboren (het geboortehuis is te bezichtigen en zeer de moeite waard). Die Turkse jongeman, Mohammed Ali, belandde in de Turkse legers van Egypte en had er zoveel succes dat hij de stichter werd van een (onafhankelijk) Egyptisch vorstenhuis! Deze Turkse tegenhanger van Napoleon besefte ook terdege het belang van Westerse strategie. „Ook hij begon met het aantrekken van individuele buitenlandse en vooral Franse militaire en technische experts, maar nodigde vervolgens in 1824 een hele militaire delegatie uit, de eerste van een lange reeks. Na de definitieve nederlaag van Napoleon waren veel militairen in Frankrijk op zoek naar werk.”2

Explosies van vijandschap
Is er dus sprake van aantrekkingskracht van Westerse wapens en Westers succes, zowel toen als nu is dat gepaard gegaan met intens wantrouwen van Westerse motieven voor bemoeienis met de islamitische gebieden.
Daar was, eerlijk gezegd, ook wel enige reden toe! Op vele manieren wilden Westerse grootmachten zich in het Midden Oosten ingraven, zoals bij voorbeeld bleek bij de plannen voor het graven van een Suez Kanaal, door de Fransman De Lesseps gerealiseerd, met Britse argusogen op zich gericht.
Na weer een Britse invasie in de nabijheid van het Suez Kanaal in 1882 braken er ernstige anti-europese en antichristelijke rellen uit in Caïro, die zelfs zover gingen dat men leuzen riep als: „Moslims, doodt alle christenhonden!” (Hoezo is islamitisch fundamentalisme iets nieuws?, denk je dan...) Dan hebben we het nog niet gehad over de verdeling van het Midden-Oosten in Franse en Britse invloedssferen na 1918. De Eerste Wereldoorlog is immers niet alleen verloren door de Duitse en Oostenrijkse legers, maar ook door met hen verbonden Turken! Alle gebieden waar de Sultan heerste werd officieel vrijheid en zelfstandigheid voorgespiegeld, reden waarom in vele Arabische landen mensen zich aan de Geallieerde zaak verbonden hadden en zich actief voor verdrijving van de Turken hadden ingezet, met succes. Alleen toen gebeurde het niet! Niet in Perzië (nu net geen Arabisch land), in Irak, Jordanië en Palestina.
Inderdaad in 1922 werd Egypte officieel zelfstandig, maar de invloed van het Westen was er desondanks zeer groot. Zou het toeval zijn dat de nu alomtegenwoordige Moslim Broederschap in Egypte opgericht is, door Hassan al Banna, in 1929? Na de zelfstandigheid van Egypte ontstond intens besef van eenheid onder de Egyptenaren. In die tijd werd de Wafd-partij opgericht – een seculiere partij, waarin ook christenen meededen. Spoedig echter werd die eensgezindheid verstoord door de opkomst van de Moslim Broeders (met name in de jaren ’30 en ’40) die een staat op islamitische grondslag nastreefden, waarin duidelijk géén gelijkberechtiging van de grote Christelijke (Koptische) minderheid hun voor ogen stond. Zou de westerse invloed daar toen vreemd aan zijn geweest? Zou de moeizame verhoudingen met het Westen helemaal alleen aan de Egyptische moslims liggen?

De Egyptologie
Dan over naar het tweede punt, de opkomst van de Egyptologie. Belangrijk is de aandacht voor het Oude Egypte die rechtstreeks tot Napoleons expeditie valt terug te voeren.
Die fascinatie is al meteen te merken bij de geleerden van het Institut de France die tijdens de expeditie zo’n unieke bijdrage leverden aan de in Europa aanwezige kennis over het nagenoeg onbekende land van de Nijl.
Deze 165 geleerden en kunstenaars zwermden na geboekte overwinningen uit om tempels, graven en piramiden te bekijken, onderzoeken, beschrijven en af te beelden. Vooral invloedrijk was de aristocraat Dominique Vivant Denon; Baron de Denon, om zijn status helemaal recht te doen. Temidden van de veelal nog jonge soldaten met hun plebejische achtergrond vormde de al 51-jarige edelman een interessant contrast.
„In zijn tijd was hij van alles geweest: toneelschrijver, artiest, diplomaat, archeoloog, binnenhuisarchitect (die ook een aantal van de revolutionaire uniformen ontworpen had), een gunsteling van Lodewijk XV (hij had een kabinet voor de medailles en juwelen van Madame de Pompadour ontworpen), een geregelde bezoeker van Josefine [de latere vrouw van Napoleon, PJvK], een vriend van Voltaire, van de schilder David (die hem van de guillotine had gered) en nu van Napoleon. Nadat hij nog maar net het leger van Alexandrië naar Caïro gevolgd was, ging hij meteen naar de piramiden, want een escorte van 200 man was daar tijdelijk gestationeerd; het was niet veilig om het uitstapje alleen te ondernemen. Opgewonden en nieuwsgierig, had Denon het interieur van de piramide van Cheops verkend, had van het hoofd van de begraven Sfinx opgemerkt dat ’zijn uitdrukking zacht, gracieus en vredig’ was en was hij verder gereisd naar Sakkara, waar hij had geholpen om 500 gemummificeerde ibissen uit hun potten te ’ontnestelen’. Na een maand onderzoek in Cairo, spoedde hij zich, intens als een terriër, voort, in de legerkaravaan. De vertegenwoordiger van het Institut d’ Egypte zou in de volgende tien maanden zich ontpoppen als de beste waarnemer die zich maar denken laat, en een van de meest deskundige pioniers bij het redden van de oude geschiedenis van de Rivier van zijn vergetelheid.”3

Déscription de l’Egypte
Hij was verantwoordelijk voor een groot project om alle bijeengebrachte informatie te laten verschijnen in de Déscription de l’Egypte, tientallen voorname delen van een van de prachtigste boekwerken ooit door mensen uitgebracht! 4 Bekende gravures, zoals van het interieur van de tempel van Edfu, zijn gebaseerd op door Denon gemaakte tekeningen. Overigens was niet alles wat hij in Egypte tegenkwam evenzeer naar Denons zin; omdat hij schetsen en notities tijdens vijandelijkheden moest maken, werden de meest interessante plaatsen soms overgeslagen; men trok er in geforceerde marsen ’s nachts langs! Toch, de tempel van Dendera bracht hem tot „een delirium van verbeelding” en vergelijkbare emotie had hij ook op andere plekken. Het beroemde Karnak viel hem echter tegen: „Geen enkel circus, geen enkele arena, geen enkel theater. Tempels, mysteriën, inwijdingen, priesters, slachtoffers! Voor je lol plechtigheden. Voor je luxe graftombes!”3 Er waren andere plekken die niet aan de verwachting voldeden, maar over ’t algemeen was het een verrukking om hier te zijn! Na maanden kwam hij met series schetsen en talloze notities terug, over zandstormen en plagen van sprinkhanen en wat al niet. Ook had hij een aantal stukken tekst bij zich, in het hiërogliefenschrift, op stenen platen. In de decennia die volgden zouden die een belangrijke rol spelen bij het ontcijferen van dat geheimzinnige schrift (was het wel schrift?, vroeg men zich eerst af). Met de Steen van Rosette, die ook tijdens de expeditie in de Nijldelta gevonden werd, en de sleutel is geworden tot het ontcijferen van de taal, is dat dus uitermate belangrijk materiaal gebleken. Geen toeval overigens dat die klus door de Fransman Champollion is geklaard; de steen bevond zich immers in Frans bezit; naar huis meegenomen – ’gestolen’, kan men ook zeggen. Zoals zoveel van de Egyptische kunst in westerse musea. Interessante prenten geven overigens ’zuiver wetenschappelijk onderzoek’ aan; met behulp van vliegers probeert men de hoogte van zuilen in de Nijldelta te meten; handiger om het zo te doen dan ze te laten omvallen en dan te meten! (Er zijn ook prenten die zwaargeklede, vermoedelijk dus hevige zwetende, soldaten laten zien die hun handtekening in oude monumenten kerven; ook verderfelijke vandalenhouding is niet van vandaag of gisteren.) Toch is de reis van Napoleon wetenschappelijk van het grootste belang geweest. Egyptologie was, tot na de Tweede Wereldoorlog, vooral een aangelegenheid van westerlingen; nu is dat anders, gelukkig. De grote ontdekkingen die kunstliefhebbers in de hele wereld in verrukking brengen zijn bijna alle gedaan door mensen uit het Westen. Meer nazaten van Baron Denon dan van Napoleon. Die gevolgen van de expeditie zijn dus heilzaam geweest en ook blijvend.

Noten:
1. Bernard Lewis, Het Midden Oosten; 2000 Jaar culturele en politieke Geschiedenis. Forum, Amsterdam; 1996; p. 335.
2. Lewis. a.w. p.278, 291.
3. Alan Moorehead,
The Blue Nile; Hamish Hamilton, Londen; 1962, editie 1972; pp. 135, 137, 146. Dit boek is onder de titel De Blauwe Nijl in het Nederlands uitgebracht. Met het bijbehorende deel De Witte Nijl hoort het tot de meest lezenswaardige boeken over de historie van het Midden Oosten die men maar vinden kan! Helaas alleen
nog antiquarisch beschikbaar.
4. Er is – inmiddels ook antiquarisch te verkrijgen – een fraai werk in pocketvorm van uitgeverij Taschen dat de beroemdste gravures en prenten uit deze serie bijeenbrengt. De titel is net
als het oorspronkelijke werk Déscription de l’Egypte. De geïnteresseerde lezer moet ’t eens zien te vinden!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief