Verdriet en schuld
1998-10-30
Verdriet en schuldgevoel liggen emotioneel dicht bij elkaar. Als we ergens verdriet over hebben, hebben we ook vaaklast van schuldgevoelens. ”Hadden we niet...’’- Jaargang 42
- nummer 22
Het verdriet van ouders als hun kinderen ’een andere weg gaan’ valt soms nauwelijks te beschrijven. En tegelijkertijd zijn daar dan vaak die schuldgevoelens. Hadden we niet.....
In dit thema-nummer van Opbouw worden factoren genoemd die het voor kinderen moeilijker maken om lid te blijven van een kerkelijke gemeente. Sommige factoren kunnen het zicht op de Here Jezus verduisteren. Het ene kind is daar veel gevoeliger voor dan het andere kind. Dwars door kerkelijke conflicten heen is het ene kind lid van een kerk gebleven, het andere heeft afgehaakt. We willen graag weten waarom. Waarom ons oudste kind wel en ons tweede kind niet? Maar de vraag of een kind de Here Jezus leert te aanvaarden, valt niet uit psychologische factoren te verklaren. ”Het echt begrijpen van een psychologische bekering gaat mijn psychologische pet te boven. Psychologische beschrijvingen en verklaringen dienen daarom met gepaste bescheidenheid te worden gebruikt” (1). Er zijn factoren genoemd, maar ons past bescheidenheid. Die factoren zeggen wel iets, maar verklaren lang niet alles. Ze vormen een alarmeringslijn. Pas op, als er altijd conflicten zijn in de gemeente, dan kan dat het tot geloof komen van de kinderen in de gemeente moeilijker maken. Denk erom: als je niet bidt met de kinderen, als het lezen uit de Bijbel er vaak bij inschiet, als je nauwelijks in de kerk komt, hoe moeten jouw kinderen dan leren welke betekenis het geloof in jouw leven heeft? Probeer dus ook zelf te leven naar het Evangelie, geef in jouw houding als opvoeder het goede voorbeeld!
Het werk van de Heilige Geest
Iedere ambtsdrager in de kerkelijke gemeente heeft al zoveel gebroken ouders gezien. Ouders, meelevend, met opgroeiende kinderen, 15 jaar geleden. Een heel rijtje kinderen in de kerk. Nu zitten de ouders alleen in de kerk. Ze vragen zich soms vertwijfeld af: wat hebben we verkeerd gedaan? En nu ook nog al die factoren.... Opvoeden gaat altijd met spanningen gepaard, met groeipijnen. Iedere ouder maakt fouten. Als kinderen naar de kerk blijven gaan, is dat geen bewijs van goed opvoedersgedrag.
Het is genade van onze Hemelse Vader. Als kinderen een andere weg gaan, is dat geen bewijs van verkeerd opvoedersgedrag. Uiteindelijk is het de Heilige Geest die het geloof in de harten werkt.
Het is niet zo dat God vraagt naar ’het resultaat van de geloofsopvoeding’. Wel is het zo dat wie het geloof serieus neemt, er naar zijn vermogen aan zal doen om dat geloof aan zijn kinderen mee te geven.
Manasse
Manasse was de zoon van de vrome koning Hizkia. Hij verleidde het volk Israël er toe meer kwaad te doen dan de volken die de Here voor de Israëlieten had uitgedreven. Oordeelt Jahweh daarmee over de opvoeding door Hizkia? Nee, hij wordt een man naar Gods hart genoemd. Manasse was een door-en-door slechte koning. En toch lezen we in de Bijbel (2) dat hij zich diep verootmoedigde voor de God zijner Vaderen en dat hij tot Hem bad.
Dat betekent dus dat het zaad dat koning Hizkia als vader voor het 12e jaar van Manasse gezaaid had (Hizkia stierf toen Manasse 12 jaar oud was) niet tevergeefs is geweest. Geloofsopvoeding begint dus niet als het kind een puber is, de basis ligt juist voor die tijd.... Dat is een boodschap die troost kan bieden, ook als kinderen op dit moment een heel andere weg gaan.
1 dr. Rens Filius in: De Gevonden Vader, Kampen, 1996.
2 2 Kronieken 33 : 12
Waarom blijven jongeren bij de kerk? Ds. C.G. Geluk heeft een onderzoek gedaan onder kerkblijvers vanaf 23 jaar. In het onderzoeksverslag noemt hij een aantal motieven waarom deze jongeren bij de kerk blijven: * Er zijn jongeren die een persoonlijke relatie gekregen hebben met de Here Jezus en Zijn Woord. * Anderen blijven omdat ze behoefte hebben aan veiligheid en geborgenheid. Of omdat hun vrienden en vriendinnen in de kerk blijven. Ze vinden het fijn om bij een groep te horen en door anderen geaccepteerd te worden. * Anderen blijven omdat ze meelopen en eigenlijk nergens over nadenken. Het kan ook zijn dat ze zich thuis voelen in het traditionele levenspatroon waarin ze zijn opgegroeid. Hun motief om te blijven wordt meer door gewoonte en traditie bepaald dan door een bewuste keuze. * Er zijn jongeren die in de kerk blijven zolang ze thuis wonen, omdat ze een goede relatie hebben met hun ouders. Die relatie willen ze niet verstoren. * Er zijn jongeren die bang zijn voor een toornig God en die daarom in de kerk blijven. Geciteerd uit: P.D. Hofland, Kind, jongere en geloof, Heerenveen, 1998. Drs. Hofland verwijst hier naar een onderzoek van ds. C.G. Geluk binnen een plaatselijke gemeente die als Hervormde Bondsgemeente wordt getypeerd. |