Jeugdwerk in Eindhoven

1998-10-30
  • Jaargang 42
  • nummer 22
Wie in het Informatieboekje bladert, komt onder Eindhoven een aantal ’kopjes’ tegen die betrekking hebben op de omgang met de jonge leden van de gemeente. Wat doet de kerk van Eindhoven aan de opvang van jongeren en waarom heeft men voor deze vorm gekozen? Een vraag die we voorlegden aan de heer A. Huisman, één van de twee jeugdouderlingen in deze gemeente.

Twee poten
De heer Huisman vertelt dat het jeugdwerk eigenlijk uit twee ’poten’ bestaat. De jeugdcommissie bestaat al een lange reeks van jaren. Deze commissie organiseert o.a. de ook buiten Eindhoven bekend geworden jeugdkampen. Daarnaast worden door dit team de leiders van de jeugdverenigingen gecoached.
Vervolgens is er het ’jeugdpastoraat’. Dit team bestaat uit twee jeugdouderlingen en twee jeugdassistentes. Alle jongeren tussen de 15 en 25 jaar worden door de leden van dit team individueel en in principe ieder jaar bezocht.

Waarom jeugdpastoraat?
Op een vraag naar het ’waarom’ van dit jeugdpastoraat vertelt broeder Huisman dat zijn ervaring is dat het bezoeken van jongeren in gezinsverband vaak lastig is. Dat ligt niet aan de jongeren, die zijn vaak opvallend open. Maar een gezin, waar de ouders bij zitten, leent zich vaak minder voor een gesprek met jongeren. Daarom worden alle jongeren, of ze nu thuis wonen of elders in de regio een kamer huren, individueel bezocht. Moet je ’jong’ zijn om jeugdouderling te zijn? Dat hoeft niet perse, zo blijkt uit het feit dat de heer Huisman zelf 55 jaar is. Hij is de oudste van het team dat verantwoordelijk is voor het jeugdpastoraat, maar eigenlijk doet de leeftijd er niet zoveel toe. Centraal staat de vraag: op welke wijze kunnen we met jongeren in gesprek blijven?
En dan blijkt dat jong en oud veel van elkaar kunnen leren. In dat verband vertelt broeder Huisman dat er in het afgelopen jaar in samenwerking met de predikant ook preken werden voorbereid door een groepje mensen uit alle leeftijdsgroepen van de gemeente en dat jong en oud daarbij zéér op elkaar betrokken raakten.
Blijft het bij het jaarlijkse bezoek, of zijn er ook nog andere contacten? Er zijn min of meer ’officiële’ momenten waarop jongeren bezoek krijgen van een lid van het team van het jeugdpastoraat, zoals bij het behalen van het diploma van het voortgezet onderwijs of als ze op kamers gaan. In dat laatste geval wordt een bijbels dagboekje overhandigd, of een boekje van o.a. de IFES en Evangelische Alliantie: ’Step into a new world.’ Naast het jeugdwerk wordt ook op andere manieren aandacht aan de jongeren geschonken. Zo gaan de kinderen in de basisschoolleeftijd tijdens de ochtenddienst naar de kinderbijbelgroep.
Er zijn 3 leeftijdsgroepen. Deze aparte dienst voor de kinderen heeft beurtelings voor de afzonderlijke leeftijdsgroepen plaats, waarbij de jongste groep de meeste keren naar de nevendienst gaat. Het is dus niet zo dat er tijdens de preek geen kinderen zijn, een deel van de kinderen is naar de bijbelgroep. De kinderen maken dus ook ’gewone’ kerkdiensten mee. In sommige kerkdiensten wordt speciaal voor de kinderen in de leeftijd van de basisschool een verhaal verteld. De catechisatie begint in Eindhoven ongeveer op de leeftijd van 10 jaar.
Voor de groepen 7 en 8 van de basisschool en voor de brugklassen is er een catechese-cyclus van 3 jaar. De kerk van Eindhoven is een streekgemeente en de gemeenteleden wonen verspreid over een groot aantal plaatsen en wijken. De kinderen van 13 en 14 jaar worden in de wijken zelf opgevangen. Ze ontmoeten er kinderen uit de eigen woonomgeving en krijgen daar huiscatechese. De leden van de gemeente verzorgen deze catechisaties. De huiscatechese vindt samen met de leden van de Christelijke Gereformeerde kerk plaats. Voor de leeftijd vanaf 15 jaar worden de catechisaties verzorgd door de eigen predikant.


Gebedspartners
Een gesprekje met een lid van een kleine Nederlands Gereformeerde kerk.
“Op een gegeven ogenblik zochten we naar vormen om de jongeren te laten merken dat we om hen geven. En toen dachten we: ze zouden moeten weten dat we voor hen bidden. We hebben dat aan de jongeren in onze gemeente voorgesteld. Die reageerden niet enthousiast. Toch hebben we daarna aan een aantal oudere leden van onze gemeente gevraagd om voor de jongeren te bidden. Voor de jongeren als groep, maar ook individueel. Later had ik het er eens over met één van de jongeren. Toen merkte ik dat hij het toch plezierig vond dat er voor hem gebeden werd. En hij bleek niet de enige. Sommigen bleven het niet nodig vinden, anderen hebben er juist steun door ervaren. Het past dus niet bij iedereen, maar ook al zou er maar één jongere door bemoedigd worden, dan is me dat heel veel waard.
Het bijzondere is dat er door deze gebedspartners ook banden zijn ontstaan binnen de gemeente. Want ouderen die voor jongeren bidden denken ook meer aan die jongeren. En daardoor ontstond er gemakkelijker een gesprekje. Op die manier werd een stukje eenzaamheid, waar veel jongeren in verkeren, verzacht. Ze voelden zich welkom, er werd naar hen omgezien....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief