Ontmoeting met Christus
1998-12-25
In tijden waarin het slecht gaat met het geloof, kunnen er twee dingen gebeuren. Dan kan men men heel sterke nadruk gaan leggen op liturgie, symbolische handelingen en ceremoniële vormen.- Jaargang 42
- nummer 26
Dan vlucht men in een uiterlijk vertoon: prachtig, boeiend, indrukwekkend, strelend voor het esthetisch gevoel, maar zonder een relatie met het dagelijkse leven. Zo was het in de dagen van Amos (5:21-24). De HERE distantieert zich daar ondubbelzinnig van.
Maar er kan ook precies het tegenovergestelde gebeuren. Dat was het geval tijdens Maleachi ( 1:6-14). Toen leidde de verschraling in het geloof tot een verloedering en verwaarlozing van de tempeldienst.
Men nam het niet meer zo nauw met de voorschriften die de HERE gegeven had en bracht bijvoorbeeld kreupele, zieke of blinde dieren als offers. Ook daartegen keert zich de HERE. En Hij zegt: Ik heb nog liever dat de tempeldeuren op slot gaan en dat de offerdienst helemaal stil valt, dan dat Ik die verloedering, dat minachten van mijn tafel, moet aanzien.
De uitdrukking ’tafel des HEREN’ verwijst naar de offermaaltijd, waarbij de offeraars de gasten waren van Jahwe. Hij was hun gastheer. Het ging om de ontmoeting en de gemeenschap met Hem.
Vandaag gaat het in onze samenkomsten ook nog om de aanwezigheid van Christus. En die is niet afhankelijk van de preek, hoe belangrijk die verder ook mag zijn. Matth. 18:19 brengt die aanwezigheid met name in verband met het gezamenlijke gebed. We behoeven die aanwezigheid daartoe niet te beperken, maar het maakt wel duidelijk dat de ontmoeting met Christus niet staat of valt met de preek. Het gaat om Christus’ aanwezigheid. Daarvan zouden we ons wat meer bewust moeten zijn.