Halen of brengen?
1999-04-16
Sam en Moos sjokken door het hete zand. Een onwillig schaap aan een touw meetrekkend.- Jaargang 43
- nummer 8
Onderweg naar Jeruzalem. Drie keer gaan ze. Naar het Pascha, het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest.
Telkens een beetje blijer. Met Pascha eten zij het ’brood van ellende’, dat hard is en zonder smaak. Bittere kruiden herinneren aan de bittere slavernij in Egypte. Maar ook denken zij aan bevrijding! De doodsengel ging hun deuren voorbij; veilig waren ze achter het bloed van het Paaslam op de deurposten. Het Wekenfeest bij het begin van de oogst was al blijer. En nog blijer was ’t als de oogst was binnengehaald en Samuël en Mozes elkaar achterna zaten tussen de Loofhutten.
Ze wisten ’t wel, de drie feesten symboliseerden hun hele leven in dienst van God.
Dankbaarheid vanwege hun bevrijding uit slavernij. Vol verwachting stappen ze richting Jeruzalem.
Hoe is ’t? Gaan ze daar nu iets halen of iets brengen?
Nu, ze zullen zeker iets krijgen! Gods woorden zullen ze horen en Gods zegen zal door de priester op hen worden gelegd. Fantastisch!
Maar ze gaan vooral om iets te brengen.
Niemand haalt ’t in zijn hoofd met lege handen te verschijnen voor het aangezicht des HEREN. Zo had God dat opgedragen. Sam en Moos zijn onderweg naar het Pascha en daar hoort een beest bij (Exodus 34 vs 18 ev). ’Kom mee, Dolly!’, de jongens rukken aan het touw, terwijl het schaap de stramme poten schrap zet.
Offeren gaan ze. Uit dank voor Gods genadige zegeningen. Niet met lege handen, stel je voor!
Goeie vraag
Jaap en Miep rijden langs ’s HEREN wegen. Prachtig paasweer! Op weg naar de Bethelkerk. Lekker koel in de auto. Prachtige uitvinding, die air-conditioning!
Gaan ze in het huis Gods iets halen of brengen?
Goeie vraag! Ze discussieren er best vaak over. Geen ruzie. Ze rekenen elkaar er niet op af. Die fase is voorbij.
Daarmee hadden ze al zoveel tijd verloren!
En elkaar bijna ook. Ze zijn onderweg naar een ’Paasjubel’. Vanmorgen had Miep nog gezegd: ’Wat heb ík daar nu aan? Je gaat toch niet naar de kerk om alleen maar te zíngen?!’ Laatst zei ze dat ook over een gebedsdienst: ’Alleen maar bidden?!
Je komt toch voor de préék?!’ Jaap had haar met een schuin oog aangekeken.
Voor zichzelf vond’ie ’t sowieso niet zo nodig. ’Heb ik geen behoefte aan...’, dacht’ie.
Sky Radio 100.7 FM zingt over een moeder die in de hemel is. Zou André Hazes ook Pasen vieren? De groene letters van het autoklokje wijzen 16.20 aan. De ere-dienst begint over tien minuten.
Eredienst
De wát begint over tien minuten? De ére-dienst? ’Eer’: een ander woord voor ’lof’ uit de Hebreeënbrief. ’Laten wij dan door Jezus Christus God voortdurend een lóf-offer brengen, namelijk de vrucht van onze lippen, die zijn naam belijden’.
Ook Jaap en Miep mogen ’slachtoffers van lof’ (staat er letterlijk) brengen in 1999 na Christus. Ja, dan zeg je er iets belangrijks bij: ’ná Christus’. Dat verklaart de verschillen tussen toen en nu. Beter gezegd: Híj, de Here Jezus Christus, maakt het verschil uit.
Eerste verschil. Jaap en Miep offeren met hun lippen. Geen bloed meer dankzij het grote offer, Jezus. Slachtoffers van lof komen na Christus uit monden. Via gebeden en dankzegging.
Via psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
Tweede verschil. Jaap en Miep mogen rechtstreeks bij God komen. ’Dóór Hem’, staat er. Door Jezus Christus.
Hij is de hogepriester in de hemel die voor hen de toegang tot God heeft geopend (Hebreeën 8-10). En vul voor Jaap en Miep maar in: Piet en Hennie en Hans en Joost en Mirjam... In Hebreeën 10 vs 15 staat immers ’wíj’?!
Derde verschil. Het volk Israël had alle reden om God te offeren uit dank voor bewezen genade. Hun hele leven stond in het teken van dankbaarheid voor bevrijding uit slavernij. Onze belangrijkste reden is het offer van de Here Jezus, het enige en ware Paschalam, dat buiten de poort van Jeruzalem geleden heeft. ’Laten wij dán...een lofoffer brengen’, staat er.
’Dan’: dús, dáárom, om Jezus en zijn offer. Logisch dat die slachtoffers van lof door ons voortdúrend gebracht mogen worden. Ons hele leven offeren wij op aan God (Romeinen 12).
Altijd en overal. Ook hier in Bethel brengen wij offers. Onszelf en onze lippen die Gods naam belijden. In erediensten.
Steeds mooier!
Het Paasfeest. Op weg naar het Wekenfeest: Pinksteren. Op weg naar het Loofhuttenfeest: als Jezus terugkomt (Zacharias 14 vs 16 ev) en miljoenen mensen God zullen loven (Openbaring 5 vs 13).
Antwoord op gevoelens?
Ontváng je in de kerk dan niets?
Jawel, nou en of! Het is fantastisch wat je er halen kunt! Gods geïnspireerde woorden worden uitgelegd en zijn bruikbaar voor onderricht, voor het weerleggen van dwalingen, het herstellen van fouten en voor de opvoeding tot een rechtschapen leven (2 Timotheüs 3 vs 16). Woorden van troost en bemoediging hoor je hier.
Gods zegen wordt op ons gelegd.
Wij mogen God best vaker danken voor mannen als Calvijn, uit de tijd van de Reformatie, door wie Hij zijn Woord weer een centrale plaats gaf. Maar toch...
Als ook de tocht van Sam en Moos ’ons ten voorbeeld is geschied’ (zoals in 1 Corinthe 10 vs 6 staat), laat ons dat niet iets anders aankijken tegen ere-diensten, tegen preek en lofprijzing en gebed, en tegen deelname daaraan? Zou een ere-dienst niet meer zijn dan een ’met-enkele-liederen-
en-voorbeden-aangeklede-preek’?
En zou’ie echt in eerste instantie bedoeld zijn als antwoord op eigen religieuze gevoelens en verlangens?
Iets waaraan je wel of niet of een beetje ’behoefte hebt’?
Sam en Moos sjokken dapper verder met hun schaap. Vol verwachting. Zij weten het: Het is een kwestie van brengen en halen. ’Niet met lege handen komen’, had de HERE gezegd.
Over de terugreis maakten zij zich geen zorgen. Daar zou in Gods huis wel voor gezorgd worden.