Snippers uit Afrika

1999-04-16
  • Jaargang 43
  • nummer 8
Van één op vijf naar één op vier

Zo schreef ik er een jaar geleden over: één op de vijf inwoners van onze provincie KwaZoeloe-Natal is HIV-positief. Nu een jaar verder is het één op vier. We hebben als provincie de twijfelachtige eer helemaal voorop te mogen lopen in de Aids-optocht Zuid van de Congo en Kenya. Vanaf mijn luisterpost bij Life-Line(zie de vorige Snippers) ben ik er getuige van hoe de rauwe Aidswonden eruit zien in de Afrikasamenleving.
Aids leidt anders dan in Europa zijn eigen leven hier, helemaal los van verdovende middelen. Uit de tientallen oproepen die per dag binnenkomen, kies ik er een paar van de vorige week.

Een jonge vrouw van ca 26 jaar belt en vertelt: de dokter heeft me vanmorgen na de test-verslagen binnengeroepen en gezegd dat ik Aids heb. Ik weet hoe ik eraan kom. Op dit moment houdt ze het niet langer en begint te huilen. Ik had een vriend met wie ik samenleefde maar die is een jaar of wat geleden eraan gestorven.
Het komt van hem. Ik dacht dat het wel goed zou gaan! Het ging ook goed want er kwam een andere man in mijn leven met wie ik alleen maar veilige seks had. Hij betaalt de bruidsschat aan mijn vader en we gaan met een paar maand trouwen. Van de Aids van vroeger had ik al vergeten. Maar die is in mijn lijf blijven leven. Van mijn bruidegom kan het niet komen. Hij is onschuldig. Wat moet ik doen? Je kunt er maar zeker van zijn dat haar familie haar zal pressen over de hele zaak te zwijgen want de bruidsschat is grotendeels en na langdurige onderhandelingen betaald.

Hier is een dergelijk verhaal met een variatie maar zeker niet minder schrijnend.
Ook van een jonge vrouw: ik ben een overtuigde Christin en had me altijd voorgenomen met niemand vóór mijn huwelijk ooit te zullen slapen.
Nu ga ik dan ook als maagd trouwen.
De trouwdag is al vastgesteld.
Maar nu hoor ik -en ik weet het heel zeker- dat de man met wie ik ga trouwen, Aids heeft. Maar hij houdt het geheim. Mijn vader en moeder met mijn broers zeggen: je moet toch met hem trouwen want alles is zowat betaald. We kunnen als familie niet meer terug. Maar ik wil niet met hem trouwen. Ik zal net als hij doodgaan.
Zonder ooit kinderen te krijgen. Wat moet ik doen? Met mijn familie breken en naar Johannesburg vluchten of Durban waar ze als meisje-alleen ook zeker met Aids zal eindigen? Zelfmoord plegen?
Een oudere schooljongen van het platteland: hij blijkt al alle symptomen van Aids te hebben en is niet meer bij machte nog naar school te gaan. De familie weet alleen van Aids dat het doodt en dat het besmettelijk kan zijn.
Zijn zusje weigert zijn kleren nog langer te wassen. En de vader heeft gezegd dat ze niet meer voor hem mogen eten koken. Hij gaat immers toch dood? Wat moet ik doen?
Nog een oproep; van een jonger meisje ditmaal, nog op school en ditmaal uit stedelijk gebied. Vader en moeder zijn overdag naar het werk.

De oudere broer, een kind van dezelfde vader maar een andere moeder, is met het HIV-virus besmet. De familie weet en accepteert het. De jongen forceert zijn half-zus die nu belt met hem gemeenschap te hebben.
Regelmatig! Hij zegt: ”ik wil niet alleen doodgaan. Luister, zodra je het aan vader en moeder vertelt, steek ik je dood. Want ik zal toch niet lang meer leven”. Wie iets van Afrika weet, huivert even. Zo‘n dreigement is in Afrika geen leeg woordje! Het meisje huilt: wat moet ik doen? Weet U het? De vraag blijft je achtervolgen. In veel gevallen kun je helemaal niets doen.
Alleen maar luisteren.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief