Over opvoeding en moeders
1999-04-16
Wat is de invloed van de ouders op de opvoeding? En vooral: wat is de invloed van moeders op het (latere) gedrag van kinderen?- Jaargang 43
- nummer 8
In korte tijd verschenen er twee ’pedagogische bestsellers’ die op dat thema de schijnwerpers richten.
Het boek ”The nurture assumption” van de Amerikaanse schrijfster Judith Harris staat momenteel flink in de belangstelling. In het Nederlands heet het boek: ”Het misverstand opvoeding.” Het is een hele dikke pil van 480 blz..
De gedachte van de schrijfster is dat ongeveer de helft van de opvoeding bepaald wordt door de genen van de ouders en de andere helft door de omgeving. Met de omgeving wordt, aldus de schrijfster, bijna altijd alleen gedacht aan de invloed van de ouders: de opvoeding in het gezin. Dit is een misverstand. Het zijn niet de ouders maar vooral andere invloeden, vooral die van de leeftijdgenoten van het kind. Dus de ouders zijn veel minder belangrijk voor de opvoeding dan altijd gedacht is. De invloed van de ouders gaat in de eerste plaats via hun genen. De leeftijdgenoten bepalen de andere helft van de opvoeding.
Indirect hebben de ouders natuurlijk nog wel invloed. Zij kunnen immers in sterke mate bepalen met welke leeftijdgenoten hun kinderen omgaan.
Overal anders
De geringe invloed van de ouders wordt geïllustreerd aan de hand van het gedrag van kinderen in verschillende omgevingen. Thuis gedragen ze zich voorbeeldig, maar in een andere omgeving gaan ze moeiteloos over op een totaal ander gedrag. Ze switchen dan van code. Ouders hebben daar maar weinig invloed op. Nu wordt de invloed van ouders niet geheel weggepoetst.
Het doet er heus nog wel toe doet wat ouders hun kinderen leren, maar in veel mindere mate dan tot nu toe vaak gedacht wordt.
Heeft Harris gelijk?
Voor een deel heeft Harris gelijk als zij beweert dat de invloed van de ouders overschat wordt. Ouders ontdekken ook zelf dat binnen één gezin kinderen zich heel verschillend ontwikkelen en soms geheel verschillende keuzes maken terwijl de opvoeding in grote mate hetzelfde is geweest. Ouders voelen zich soms onnodig schuldig als het mis loopt in de opvoeding. Buiten hun schuld om gaat er soms van alles mis met de kinderen. Natuurlijk: ouders realiseren zich wel dat hun invloed beperkt is, maar toch zetten vele ouders zich volledig in voor het opvoeden van hun kinderen.
Het is een boeiende materie. Toch moet niet vergeten worden dat Judith Harris in Amerika woont. Daar heeft de invloed van de peergroup (= de leeftijdgenoten) altijd sterk in de belangstelling gestaan. De Amerikaanse maatschappij kent veel gezinnen waar een van beide ouders ontbreekt en waar ouders veel meer afwezig zijn. Toch zijn er in onze cultuur steeds meer tendensen aan te wijzen die ook de richting opgaan van Noord-Amerika.
Een ander boek
Nog voordat ik de vertaling in handen had van het boek van Judith Harris, werd mijn aandacht getrokken door het boek van de Zwitserse Annemarie Pfeifer: ”Moeders hebben het altijd gedaan!” Eerlijk gezegd was mijn eerste reactie: oh, alweer een moederboek.
Maar dit boek is beslist de moeite waard. Het behandelt een onderwerp dat veel ouders maar vooral moeders bezighoudt: het gevoel tekort te schieten in de opvoeding.
Hoeveel ouders, en met name moeders voelen zich schuldig ten aanzien van gemaakte fouten in de opvoeding.
Oververantwoordelijke christenen
Juist christen-ouders stellen vaak hoge eisen aan zichzelf, want zij willen zich in hun verantwoordelijkheid tegenover God en als getuigenis tegenover anderen heel goed hun taak als ouder uitvoeren. Vooral moeders hebben vaak hoge verwachtingen. Na verloop van tijd komen ze erachter dat ze die niet kunnen waarmaken. Ze ontdekken dat er veel van opvoeders wordt gevraagd en dat de eisen die aan de opvoeding gesteld worden, veranderen. Het vraagt van opvoeders dat ze mee veranderen met het ouder worden van hun kinderen.
Niet alleen de opvoeding
Annemarie Pfeifer (komend uit het onderwijs, drie kinderen, werkzaam als psychologisch adviseur) geeft op grond van onderzoek aan dat het niet alleen de opvoeding is die bepalend is voor de ontwikkeling en het gedrag van kinderen. Hierin zit duidelijk een overlap met het boek van Harris. Die gaf immers ook aan dat de rol van ouders overschat wordt en dat heel andere factoren een rol spelen in de persoonlijkheidsontwikkeling van kinderen.
Aan de hand van psychologische theorieën legt de auteur uit hoe het komt dat de moeders in de ”beklaagdenbank” terecht zijn gekomen. De vroege kindertijd (Freud’s theorieën) werd als uiterst belangrijk gezien.
Wanneer er in later gedrag en ontwikkeling iets mis gaat, wordt dit vooral geweten aan de vroege kindertijd.
Moeders hadden het altijd fout gedaan. Zo ontstaan er schuldgevoelens en spanningen omdat:” De meeste moeders leven in een spanningsveld tussen degene die ze zouden willen zijn, en degene die ze dagelijks meemaken”. (blz. 19) De schrijfster geeft aan dat met name de factoren aanleg, milieu en eigen reacties van het kind van invloed zijn op de vorming van zijn of haar persoonlijkheid.
Juist dit laatste punt geeft aan dat het kind ook een eigen verantwoordelijkheid heeft. Wij noemen dat vaak wilskracht, keuzes etc. Hoe het kind zelf in het leven staat is een belangrijke factor Opvoeding kan dit begeleiden, maar zeker niet geheel bepalen. Ouders en ook kinderen maken fouten. De door God geschapen vrijheid om zelf beslissingen te nemen en keuzes te maken pakt ook wel eens niet goed uit. Vele voorbeelden van Bijbelse personen worden ter illustratie (en tot troost!) genoemd.
Schuldgevoelens en berouw
Heel duidelijk vind ik in dit boek de
goede uitleg van het verschil tussen (verkeerde) schuldgevoelens en oprecht berouw. Er worden altijd fouten gemaakt in de opvoeding. Dat hoort er bij en is niet erg. Het is van meer belang er bij stil te staan bij hoe er mee omgegaan wordt. Keren schuldgevoelens zich tegen je dan is het gevolg: alleen maar minderwaardigheidsgevoelens en gevoelens van tekortschieten, ergernis, zelfmedelijden.
Dit resulteert in weinig geestelijke groei. Maar wanneer schuldgevoelens omgebogen worden in echt berouw dan werkt dat tot versterking van je afhankelijkheid van God. Je weet dan: God heeft mij vergeven Zijn liefde hoeft niet verdient te worden door alleen maar goed gedrag. je weet je aanvaart door God en het helpt je te veranderen op grond van Zijn liefde en niet op grond van angst voor vergelding en tekort te schieten. Ouders hoeven niet perfect te zijn. Aan ouders wordt een weg gewezen hoe te komen tot een innerlijke ontspannen houding naar zichzelf toe.
De auteur geeft aan hoe deze schuldgevoelens ontstaan en hoe je er op een christelijke manier mee om kunt gaan. Het zal ouders aanspreken om te lezen welke situaties in de opvoeding vooral schuldgevoelens tot gevolg hebben. Zo blijkt bijvoorbeeld dat ouders tegenover hun oudste kind eerder schuldgevoelens hebben dan bij een volgend kind.
Vergeving
In een apart hoofdstuk wordt aandacht besteed aan vergeving. Welke speelt vergeving in de relatie tussen ouders en kinderen. Hiervoor staat de schrijfster stil bij de relatie die ouders met hun eigen ouders hebben (gehad).
Veel ouders blijken hierover pas na te gaan denken, als ze kinderen in de tiener-leeftijd hebben.
Juist dan komen er wel eens botsingen en voelen vele ouders dat ze misschien tekort zijn geschoten op eerdere momenten in het leven van hun tiener. Juist dan gaan veel ouders aan zichzelf twijfelen.
Overeenkomsten en verschillen
Het boek ”Een misverstand opvoeding” probeert de te sterke overschatting van de rol van de ouders af te zwakken. Maar het mag niet resulteren in een houding van ouders om maar minder tijd aan hun kinderen te besteden. De ideeën van Harris kunnen op deze manier gemakkelijk misbruikt worden: als ouders weinig invloed blijken te hebben, dan hoeven ze dus ook niet beschikbaar te zijn.
Een mooi alibi om druk bezig te zijn met van alles en nog wat behalve met de kinderen. Het is echter ook op te vatten als een waarschuwing voor Amerikaanse toestanden: als ouders niet meer beschikbaar zijn gaan kinderen hun leeftijdgenoten steeds belangrijker vinden.
Gemeenschappelijk hebben genoemde boeken: de invloed van de ouders op de ontwikkeling van kinderen is niet allesbepalend. Annemarie Pfeifer geeft aan hoe christen ouders in hun toewijding aan hun kinderen kunnen omkomen in (schuld)gevoelens Zij geeft aan hoe ouders daar onderuit kunnen komen door een weg te wijzen Een weg van echte vrijheid en groei dichter naar God toe. Judith Harris zet uiteen dat niet de gezinsopvoeding allesbepalend is. Kinderen hebben uiteindelijk ook een eigen verantwoordelijkheid om hun keuze te maken tot welke groep ze gaan behoren.
Naar aanleiding van:
* Judith Harris: Het misverstand opvoeding Over de invloed van ouders op kinderen Contact, 1999, 480 blz. ƒ 49,90 * Annemarie Pfeifer: Moeders hebben het altijd gedaan!
De weg van zelfverwijt naar innerlijke rust Barnabas, 1998, 141 blz., ƒ 29,95