In memoriam Ds. Hendrik van Ommen
1999-04-30
Op de vroege morgen van donderdag, de vijftiende april jl., heeft de HERE in zijn wijsheid en genade zijn dienstknecht Henk van Ommen tot Zich genomen. Hij bereikte de leeftijd van 74 jaar. Zo kwam een einde aan een veelbewogen leven op aarde.- Jaargang 43
- nummer 9
Leven en lijden
Hendrik van Ommen werd op 3 december 1924 in Baarn geboren.
Daar heeft hij ook zijn jeugd doorgebracht in een groot gezin. Men beleefde een bepaalde betrokkenheid op elkaar. Hij kon er met veel liefde over spreken. Als laatste van het gezin is hij nu heengegaan. Het was meer dan nostalgie als hij begon te vertellen over het kerkelijke leven van destijds. Hij memoreerde hoe hij als jongen diep getroffen werd door de prediking van ds. J.G. Meynen, die aan het eind van de dienst zo innig de noden van de hele gemeente van Baarn aan de troon der genade opdroeg. Ook noemde hij vaak de naam van ds. W. Seinen terwijl hij zich bijzonder verbonden wist aan ds. J. Waagmeester, die na de Vrijmaking geruime tijd de gemeente van Baarn diende. In zijn studietijd in Kampen maakten vooral de hoogleraren K. Schilder, H.J. Jager en C. Veenhof diepe indruk op hem. Ieders leven kent zijn ups en downs. Daaraan ontkwam ook ds. Van Ommen niet, maar de dankbaarheid voor wat zijn hemelse Vader hem en de zijnen met de regelmaat van de klok schonk voerde steeds de boventoon. Hoewel wij in hetzelfde jaar (1957) dominee geworden zijn, leerden wij elkaar pas veel later kennen. Het is uitgegroeid tot een fijn contact. Vooral de laatste tijd spraken we via de telefoon met elkaar veel over het leven en het lijden.
Collega Van Ommen wist, dat de ernstige ziekte, die zich enkele jaren geleden in zijn lichaam openbaarde, zou zorgen voor een gestage aftakeling.
Het was natuurlijk wel erg moeilijk voor hem om steeds weer bloedtransfusie te ontvangen, maar hij kon dan weer een tijdje verder en nog wat van het leven genieten samen met zijn vrouw en bepaalde vrienden als ze voor korte tijd samen op vakantie gingen.
Henk was een levensgenieter!
Totdat het steeds minder werd en op den duur helemaal niet meer ging. Zijn krachten weken. Hij leefde toe naar het einde. Hij heeft dat moedig gedaan. In het geloof en vol overgave.
Hij klaagde nooit. En hij vertrouwde erop, dat de HERE hem bij het sterven genadig zou zijn. Het was goed tussen God en hem. Zo ontsliep hij in Christus.
Een groot gemis is er ontstaan in het leven van zijn vrouw, die samen met een dochter, die verpleegkundige is, hem tot het laatste toe heeft begeleid en verzorgd, en niet minder in het leven van de andere kinderen.
Dienaar van het evangelie
Henk van Ommen was een dominee in hart en nieren. Hij was om zo te zeggen op de kansel geboren. Maar ook het pastoraat door de week was hem op het lijf geschreven. Hij was een gemotiveerd prediker, die met bewogenheid de boodschap van zijn Heiland de gemeente op het hart wist te binden. Daarbij gingen vertroosting en vermaning steeds hand in hand.
Zijn verkondiging was heilshistorisch en christocentrisch. Hij kon zich toen hij oud geworden was en vaak in de kerk of via de kerktelefoon de dienst meemaakte erover opwinden als de voorganger in een bepaalde exegese bleef steken of slechts een verhaal afstak waaraan niemand enig houvast had. Hij benadrukte, dat preken bediening van de sleutelmacht is. De deur van het hemelrijk gaat open of gaat dicht (zie zondag 31 H. Cat.).
Ds. Van Ommen had oratorisch talent en besteedde t.a.v. zijn kanselwerk veel aandacht aan de presentatie. Als hij aan het slot van de preek op de preekstoel met verbale kracht naar een climax ging werd je door hem meegenomen. Een kerkdienst was voor hem een happening. Er gebeurde iets. De Geest van het Woord raakte mensen aan. Iedereen moest positie kiezen voor of tegen de Christus. Zo hebben de gemeenten van Oud-Loosdrecht, Winschoten, Zaandam, Arnhem, Bunschoten-Spakenburg en Hattem hem meegemaakt en hij mocht zo nu en dan merken, dat zijn werk vruchten afwierp voor het koninkrijk van God. Zo achtte hij zich een gezegend mens! Toen het preken niet meer
ging zei hij tegen mij: ,,Wees blij, joh, dat je het nog mag doen. Geniet ervan. Er is niets mooiers!’’
Een kerkelijk man
Een ’kerkelijk man’ (vir ecclesiasticus) – dat was vroeger, in de 16e en 17e eeuw, de aanduiding van kerkelijke voorgangers in onderscheid van hen, die zich op het gebied van de staatkunde bewogen. Die kerkelijke man draagt verantwoordelijkheid voor de kerkelijke gemeente. Hij weet voorts, dat hij eens verantwoording zal moeten afleggen voor zijn Zender. Dat was ds. Van Ommen zich terdege bewust.
Hij had ambtsbesef en kerkbesef. Hij wist zich heraut van de grote Koning.
Prediking was voor hem proclamatieafkondiging.
In het pastorale werk door de week stond hij de zieken en stervenden bij. Hij wist zich geroepen om alles te geven wat hij had om de gemeente te leiden en te bouwen. Hij wist goed te onderscheiden waarop het ankwam. Als zijn ambt in geding kwam kon hij erg emotioneel worden en had hij de grootste moeite zichzelf in de hand te houden. De kerk was hem lief. Hij heeft geleden onder de kerkelijke breuk in de zestiger jaren.
Hij heeft zijn strijd in Zaandam en op de generale synode van Amersfoort- West gestreden vanuit de principiële overtuiging, dat je een dam moest opwerpen tegen sektarisme en geen deel mocht hebben aan het onrecht, dat de gemeenten en haar dienaren wordt aangedaan. Zelf werd hij met de gemeente van Zaandam slachtoffer van het verwerpelijke wegroepingskerkrecht.
Hij stond volkomen achter de Vrijmaking. Hij merkte eens op: ,,In 1944 ging het erom of God een God is van Ja EN Nee of Ja OF nee. In 1967 en volgende jaren ging het erom: Christus plus iets of Christus alleen’’.
Zo maakte hij een en ander aan zijn catechisanten duidelijk. Hij is nu niet meer onder ons. Hij mag bij Christus zijn! Wij gedenken onze vriend en broeder met dankbaarheid en bidden zijn vrouw An, de kinderen en kleinkinderen en verdere familie, van harte de vertroostende nabijheid van de HERE toe. Zij mogen bouwen op de vaste grond van Gods beloften en van Zijn verbond. De dood heeft niet het laatste woord (I Cor. 15:26). Goddank!
,,Eens als de bazuinen klinken...’’