Terwijl zij het zagen

1999-05-14
  • Jaargang 43
  • nummer 10
Waarom wordt dat er in Handelingen zo uitdrukkelijk bij gezegd, dat de discipelen het zagen, toen Jezus van hen werd opgenomen? Hierop zijn verschillende antwoorden te geven.

Ten eerste, dat dit zien voor de apostelen hoorde bij hun ooggetuige zijn van de majesteit van de Here (1 Petrus 1:16).
Ten tweede, dat de Here door zijn zichtbare hemelvaart heeft aangeduid, hoe Hij eens zal weerkomen. ”Deze Jezus, die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze weerkomen als gij Hem ten hemel hebt zien varen”, zeggen de engelen.
Een ander mogelijk antwoord krijgen we, als we de hemelvaart van Christus vergelijken met een andere hemelvaart in de Bijbel, die ook door iemand gezien werd en waarbij dat zien voor diegene een heel speciale betekenis had: de hemelvaart van Elia in 2 Koningen 2.

Het zien van Elisa
De profeet Elia is met zijn leerling Elisa naar de overzijde van de Jordaan gereisd. Driemaal heeft de oude profeet onderweg zijn leerling op de proef gesteld door tegen hem te zeggen: ”Blijf toch hier”, maar steeds heeft deze geantwoord: ”Zo waar de HERE leeft en gij zelf leeft, ik zal u niet verlaten”.
Als ze samen op wonderbaarlijke wijze droogvoets de Jordaan zijn overgestoken, zegt Elia tegen Elisa: ”Doe een wens. Wat zal ik voor u doen, eer ik van u word weggenomen?” ”Dan wens ik,” zegt Elisa, ”dat een dubbel deel van uw geest op mij zal zijn.” Met Elia’s geest bedoelt Elisa het bijzondere, door God gegeven vermogen dat Elia in staat stelde om op krachtige wijze te getuigen van de HERE als de enige God en om dat getuigenis met indrukwekkende wondertekenen kracht bij te zetten.
Van dat vermogen wil Elisa graag een dubbel deel ontvangen. Wat dat inhoudt, blijkt uit Deuteronomium 21:17. In het oude Israël had de oudste zoon recht op een dubbel deel van de nalatenschap van zijn vader, d.w.z.: op tweemaal zo veel als de andere zoons. Wat Elisa wenst, is dus, dat hij de geest, het profetische vermogen van Elia mag erven op de wijze van een eerstgeboren zoon.
De oude profeet antwoordt hierop: ”Gij hebt een moeilijke zaak gewenst.” Hij bedoelt kennelijk, dat het niet aan hem is, de profetische geest, die God hem gegeven heeft, aan een ander door te geven. ”Maar,” zegt hij, ”als God wil, dat je wens vervuld zal worden, zal Hij je dat zo duidelijk maken: Indien gij mij zult zien, terwijl ik van u word weggenomen, dan zal het aldus geschieden, maar indien niet, dan zal het niet geschieden.” Dan is er opeens een vurige wagen met vurige paarden. En Elisa ziet, hoe Elia daarop in een storm ten hemel vaart. Wat Elia gezegd heeft, is gebeurd: Elisa heeft hem gezien, terwijl hij van hem werd weggenomen.
Zijn wens is dus vervuld: hij mag de geest erven die op Elia was.
Vol vertrouwen raapt hij nu de profetenmantel op, die Elia heeft laten vallen, en gaat ermee naar de Jordaan.
En zijn vertrouwen wordt niet beschaamd: wanneer hij, net als Elia op de heenweg, met de mantel op het water slaat, daarbij de HERE, de God van Elia aanroepend, ontstaat er, net als op de heenweg, een pad, waarover hij droogvoets kan oversteken.
En de profeten uit Jericho, die het vanuit de verte aanschouwen, constateren: ”De geest van Elia rust op Elisa.”

Het zien van de discipelen
Zoals Elisa Elia, zo hebben de leerlingen van Jezus Christus hun Meester en Here gezien, toen Hij van hen werd weggenomen naar de hemel. Jezus, die even daarvoor tegen hen had gezegd: ”Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt”. En toen is, tien dagen later, de Heilige Geest inderdaad over hen gekomen. De Geest die op Jezus was, toen Hij op aarde rondwandelde en verkondigde: ”De Geest des Heren is op Mij, daarom dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren.” Die Geest, die op Jezus rustte, hebben zijn discipelen ontvangen, kort nadat hun Meester van hen was weggenomen, terwijl zij het zagen. En die Geest heeft er toen voor gezorgd, dat ook zij aan armen, ja aan ieder die het maar horen wilde, het evangelie gingen verkondigen. En Hij heeft hun het vermogen gegeven om blinden het gezicht te geven en ook allerlei andere wonderen te doen. En zoals Elisa na het zien van de hemelvaart van Elia de vrijmoedigheid had om te roepen: ”Waar is de HERE, de God van Elia”, zo ontvingen de discipelen de vrijmoedigheid om de Vader van Jezus Christus aan te roepen als hun Vader, door de Geest die zij geërfd hadden, die immers de Geest van het zoonschap is (Romeinen 8:15).
Zou de hemelvaart van Christus voor de ogen van zijn discipelen niet bedoeld kunnen zijn als net zo’n teken als de hemelvaart van Elia was voor Elisa: een teken dat hen ervan moest verzekeren, dat zij werkelijk de Geest van hun Meester en Here Jezus Christus zouden ontvangen, die hen in staat zou stellen om zijn woord te verkondigen en zijn werken te doen, kortom, om in de wereld te zijn zoals Hij is (1 Joh.4:17)? In ieder geval is na de zichtbare hemelvaart van Christus de Geest, die op Christus was, over zijn gemeente gekomen, naar zijn belofte: ”Indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden” Zoals Elisa, vertrouwend dat de geest van Elia op hem rustte, naar de Jordaan ging om daar onder aanroeping van de God van Elia te doen wat hij Elia had zien doen, zo mogen wij nu vol vertrouwen op weg gaan om onder aanroeping van de God en Vader van Jezus te doen wat Jezus op aarde gedaan heeft: Gods heil, Gods liefde in woord en daad uitdragen in de wereld. Wie weet, zullen de mensen dan van ons zeggen: ”De Geest van Jezus rust op hen”, en zich neerbuigen, niet voor ons, want wij zijn niet belangrijk, maar voor onze Here, wiens getuigen wij zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief