Feiten over Kosovo en Milosevic
1999-05-14
In Opbouw van 16 april 1999 stond een artikel van de hand van P. Kurpershoek te Hoofddorp met als titel ’Klein Kosovo’. Daarin was de volgende zinsnede te lezen: ,,Maar wat doet die Milosevic nu helemaal? Hij komt gewoon op voor de volgens hem gerechtvaardigde belangen van zijn volk, dat heel oude rechten heeft in Kosovo.’’ Streeft Milosevic gerechtvaardigde belangen van zijn volk na? Sinds hij in 1984 zijn intrede deed in de politiek, heeft hij gestreefd naar het tot stand brengen van een Groot-Servië met het oog op zijn eigen politieke carrière.- Jaargang 43
- nummer 10
Daarbij schuwde hij geen enkel middel en schrok hij er niet voor terug om de levens van honderdduizenden mensen op het spel te zetten. Sinds 1987 heeft deze demagoog de mythe van Kosovo Polje (kos betekent merel in het Servisch), het Merelveld, de vlakte ten noorden van Pristina, waar de Serven op 28 juni 1389 streden tegen de Turken, benut en zijn volk opgezweept tot een weergaloos nationalisme.
Milosevic werd de drijvende kracht achter het Servische streven om Kosovo weer geheel in Servische handen te krijgen (G. Duyzings, Kosovo, 1996, p. XVII).
De Kosovo-mythe De verhalen uit de Servische Kosovomythe vertellen niet dat de Servische vorst Lazar, de held van het Merelveld, zich kort na de slag weer onderwierp aan het Turkse gezag. Evenmin wordt vermeld dat ook Albanezen aan de kant van de Serven meestreden tegen de Turken. In de eeuwenoude verhalen en gezangen over deze slag is de historische waarheid ver zoek. Vermeld wordt niet dat de Serven Kosovo pas veroverden rond 1000, en toen de Illyrische bevolking, die verwant is met de Albanezen, onderwierp. Milosevic gebruikt de Kosovo-mythe als een voedingsbodem voor een tomeloze haat van de Serven tegen de Albanese gemeenschap in Kosovo. Milosevic had een belangrijk aandeel in de propaganda rond Kosovo Polje waardoor de afkeer van de Serven tegen de ALbanezen in Kosovo toenam. De Albanese Kosovaren waren immers evenals de Turken die de Serven eeuwenlang overheerst hebben, grotendeels islamitisch (R. Detrez, Kosovo, 1999, p. 21). Tijdens het bewind van Milosevic is de onderdrukking van de Albanezen in Kosovo versterkt.
In maart 1989 werd de autonomie van de provincie Kosovo opgeheven.
Tijdens de demonstraties schoot de politie 200 Albanese Kosovaren dood. In februari 1990 zette Milosevic het leger in tegen demonstraties. Er vielen 34 doden. Er werden 70.000 Albanese Kosovaren ontslagen uit overheidsdienst.
In verschillende rapporten van Amnesty International wordt gewaagd van ernstige martelingen van Albanese Kosovaren in gevangenissen.
Milosevic draagt in hoge mate de verantwoordelijkheid voor het uiteenvallen van Joegoslavië in 1991 en de daarop gevolgde gewelddaden, met name in Bosnië, die zeker 260.000 doden als gevolg hadden (Amnesty International, Geen vrede zonder gerechtigheid. Politieke moorden en ’verdwijningen in voormalig Joegoslavië, 1996, p. 6). Het totaal aantal ’verdwenen’ personen wordt geschakt op ten minste 27.000.
Velen van hen werden tijdens geheime executies en massa-moorden gedood.
Milosevic draagt voor een belangrijk deel van deze terreurdaden verantwoordelijkheid.
Uiteraard moeten we ook de wandaden van de Kroaten en de Bosnische islamieten noemen. Milosevic stuurde naar Kosovo speciale troepen van het ministerie van Binnenlandse Zaken, voorzien van para-militaire uitrusting, tanks, lichte artillerie en gewapende helikopters. Als men in door Albanese Kosovaren bewoonde dorpen strijders van de verzetsbeweging UCK signaleerde, werden tientallen burgers gedood. Zo kwamen eind februari 1998 in de Drenicastreek ca. 80 Kosovaarse burgers om het leven. In opdracht van Milosevic werd ook het dorp Donjiprekaz aangevallen waar 53 burgers de dood vonden, waaronder 12 kinderen en 14 vrouwen (R. Detier, a.w., p. 152).
Een recent voorbeeld van de wandaden van Milosevic is de massamoord in het dorp Racak, waar 45 etnische Albanezen geëxecuteerd werden als wraak voor het doden van vier Servische militairen door het UCK. Wat zich daarna voltrok kan alleen nog maar vermoed worden, maar kan zonder meer worden samengevat met het woord genocide.
Milosevic weigert zelfs om hulpvluchten van het Rode Kruis toe te staan om honderdduizenden gevluchte Kosovaren die in de bergen verblijven van voedsel te voorzien. In het licht van deze feiten is het betreurenswaardig dat Kurpershoek van Milosevic schreef dat hij gewoon opkomt voor de volgens hem gerechtvaardigde belangen van zijn volk.
drs. J.G. van der Land, Barneveld
Naschrift:
De heer Van der Land heeft, vermoed ik, over de woorden ’volgens hem’ heengelezen in de zin: ”Hij komt op voor de volgens hem gerechtvaardigde belangen van zijn volk”. Het is toch een feit, dat Milosevic vindt dat de Serven oude rechten hebben op Kosovo. Of die rechten internationaal juridische waarde hebben en reden zijn tot grof geweld is vers twee. Van de juridische kant van de zaak heb ik geen verstand. Het gruwelijke geweld van de Serven tegen de Kosovaren is nergens door te rechtvaardigen en dient met geweld desnoods bestreden te worden. Dit alles raakt echter niet de clou van mijn verhaal.
Wat Milosevic in het groot doet, kom ik in het klein tegen. In mijn eigen hart, op mijn eigen erf, met mijn eigen al dan niet gerechtvaardigde rechten en belangen ontdek ik een ’stukje’ Milosovic-gedrag bij mezelf. Die ’ontdekking’ maakt bescheiden en doet afzien van grote woorden en triomfantelijke gevoelens als de NAVO raak schiet.
P. Kurpershoek