Ter gedachtenis aan Hendrik Cornelis Overeem, dienaar van het Woord
1999-05-28
Op 1 mei j.l. ontsliep in Christus ds H.C. Overeem. In hem verliezen wij een toegewijde dienaar van het Evangelie, ook een markante figuur.- Jaargang 43
- nummer 11
M.i. kun je stellen dat zijn leven gestempeld is door het beleven van benauwdheid èn het mogen ervaren van in ruimte gezet worden.
Geboren in Klundert, groeide hij op in Groningen en Deventer. Hij heeft geen makkelijke jeugd gehad. Als kind verloor hij zijn moeder. In de oorlogstijd werd zijn enige broer, met wie hij zeer verbonden was, door de bezetters om het leven gebracht. Verliezen die zijn leven voorgoed tekenden: benauwdheid.
Maar ook leerde hij kennen de God ”die mij ruimte maakt in benauwdheid” (Psalm 4:2). Zijn zoon vertelde in de gedachtenis-dienst, hoe hij als jongen geraakt is door de heilshistorische prediking van dr M.B. van ’t Veer. We beseffen vandaag denk ik nauwelijks meer hoe bevrijdend die prediking was.
Ineens werd de kracht van beloften en daden van God op bijzondere heilsmomenten verstaan en ervaren. De Bijbel is geen statische bundel ’bewijsplaatsen’ voor tijdloze gereformeerde waarheden, maar het betrouwbaar getuigenis van Gods dynamische onderneming tot redding van mens en wereld.
Het Woord krijgt reliëf, er ontstaat perspectief in het grote werk dat de Here God naar Christus toe èn ìn Hem, bezig is te voleindigen. In dat werk mag je zijn opgenomen, ben je dan ook opgeëist.
Zo heeft Henk Overeem zich gegeven aan de dienst aan het Woord van God.
Zijn studie in Kampen, begonnen 1940 aan de Oudestraat, voltooide hij in 1946 aan de Broederweg. Van de zo onnodige synodale benauwing maakte hij zich vrij. En toog toen, samen met zijn Mien, vol idealen keihard aan het werk, eerst in Sliedrecht, later in Heemse en Hattem. Hij vond het prachtig werk, er zijn ook altijd contacten gebleven. Ook was er het ’vrijwilligers’ werk van de jeugdcongressen, waarvoor hij - met anderen - enthousiast was. Bloedserieus, maar deelnemers herinneren zich ook door hem verzonnen dolle spelletjes...
En toen was er opnieuw benauwing. Het is voor Henk Overeem - en niet alleen voor hem! - een onbegrijpelijk raadsel gebleven, hoe dat kon gebeuren. Dat in kerken die noodgedwongen ontstaan waren òm en ùit de bevrijding van menselijke benauwing, toch weer een geest de overhand kreeg van uitsluiting van andere christenen. N.B. bij mensen en kerken die de synodes gesméékt hadden om schriftuurlijke ruimte! Natuurlijk, je kunt je voorstellen dat mensen die in de kerkstrijd veel hadden geleden, daarover eerlijke verontwaardiging koesterden.
Maar hoe kwamen zij op hun beurt dan toch terecht bij de uitsluiting van de anderen?
Zonder dat hij het gezocht had, was ds Overeem al eens een jaar legerpredikant geweest. Vanuit de dienst geestelijke verzorging militairen kreeg hij daarop het verzoek zich langdurig aan dat werk te wijden. Hij heeft die roeping gezien als een uitweg uit de benauwing van toen. Het is typerend dat hij zijn overgang naar de Geref. Kerken in juni ’61 zelf voorzag van de aantekening ’uitsluitend voor de dienst als legerpredikant’ (zie zijn staat van dienst Informatieboekje ’99 Ned. Geref. Kerken, p. 79).
Dat werk heeft hij met plezier gedaan.
Hij stond er bekend als een harde werker, die zijn eigen gevleugeld woord ”Er wordt daar op je gerekend” eer aandeed.
Ruim vijf jaar was hij daarnaast predikant van de Nederlandse (militaire) Gemeente te Zeven (BRD), een uitdagende, maar niet eenvoudige taak tussen al die Nederlandse christenen van diverse komaf en pluimage. Met zijn bijzonder gevoel voor humor en zijn snedigheid was hij daar prima op zijn plaats. Het werd een bloeitijd. In 1977 kreeg hij het gebruikelijke leeftijdsontslag.
Verzoeken om te komen preken en pastoraal werk te doen kreeg hij vele. Maar de ontwikkelingen in de Geref. Kerken gaven steeds meer zorgen. M.n. waar vraagtekens gezet werden achter de werkelijkheid van Gods beloften en daden, en waar synodes zich uitspraken over ethische en politieke zaken.
Bij het zgn. kruisraketten-besluit werd het hem te gortig. En opnieuw was en na benauwdheid toch een soort bevrijding: hij voegde zich bij de Ned. Geref.
Kerken. Samen met zijn vrouw openbaarde hij zich in onze kring bepaald niet als een angstvallig of behoudend man. Integendeel, hij was altijd gespitst op elke bijdrage tot een nieuw en beter verstaan van de Schrift. En hij was b.v.
anders dan velen met betrekking tot vragen van leven en dood overtuigd van een verder gaande actieve menselijke verantwoordelijkheid.
Hij koos zelf een tijdstip om zijn preekactiviteiten te stoppen. ”De dominé moet eerder amen zeggen dan de gemeente”, was zijn overtuiging. Daarna verraste hij nog één keer iedereen (tot zijn vrouw toe) door voor te gaan in Sliedrecht toen hij 50 jaar predikant was. Intussen was zijn kwaal zich steeds nadrukkelijker gaan manifesteren. Het gaf hem veel benauwdheid, maar hij sprak daar eigenlijk niet over. Ook dat is typerend voor hem: hij sprak weinig over zichzelf, en al helemaal niet over eigen moeite.
Hij had het liever over nieuw Schriftonderzoek, of over muziek (waarvan hij veel wist) of over zijn hobby, geschiedenis (waarvan hij nog meer wist).
Uit een enkele heel nuchtere opmerking kon je opmaken dat hij zijn weg in dit leven tot een eind zag komen. En zich toevertrouwde aan Hem, die hem zou bevrijden uit al zijn benauwdheden.
Zo is hij gestorven. Het is goed dat zijn begrafenis is afgesloten met een danken gedachtenis-dienst, geleid door zijn kinderen en kleinkinderen. Zij hebben daarin hun vader, maar ook hun moeder, alle aanwezigen en zichzelf toevertrouwd aan Hem die dood geweest is en die leeft. En die het Leven zal blijken voor allen die Zijn verschijning hebben liefgehad.