Overleven in een scheurende gemeente

1999-05-28
  • Jaargang 43
  • nummer 11
Een roman met als verhaalstof de kerkelijke breuk zoals die zich in 1967 met name in Kampen heeft voltrokken. Over kinderen van de Here in een scheurende gemeente. Hans Werkman laat in Het hondje van Sollie nog eens duidelijk zien hoe ingrijpend de gevolgen zijn van een scheur in de kerk; hoeveel die kapot maakt in de onderlinge verhoudingen; hoe die mensen dwingt te kiezen, terwijl ze dat helemaal niet willen. En hoe de kwesties die spelen zozeer in het brandpunt staan dat veel wezenlijker problemen geen aandacht krijgen.
Juist in romanvorm komt het allemaal heel dicht bij, want je beleeft alles met de hoofdpersoon mee.

Die hoofdpersoon is Tijs Cox. We volgen hem vanaf zijn benoeming als onderwijzer aan de vrijgemaakt gereformeerde Ebbingestraatschool. Als lezer deel je zijn worsteling met de orde en het schoolsysteem en zijn ervaringen met de mensen om hem heen en vooral in de kerk.

Verdeelde gemeente
Want bij zijn binnenkomst in Kampen rolt hij in een verdeelde gemeente. De tegenstellingen zijn groot. Aan de ene kant staan professor Goes en twee ouderlingen die de vrijgemaakte kerk als de enige ware zien en zich fel keren tegen alles wat ze als aantasting van de belijdenis en het Woord beschouwen, zoals de ’leer van dominee Telder over de tussentoestand’. Ze zien zich geplaatst tegenover de meerderheid van de kerkenraad met de predikanten Carré en Oegema, die een wat ruimere blik hebben als het om de kerk gaat en ook in ander opzicht wat minder de weg van de traditie gaan. Ook zij zijn het niet eens met Telders opvattingen, maar ze blijven hem wel zien als een broeder in Christus.
In eerste instantie spitst de zaak zich toe op het omgaan met de tien geboden.
Volgens zijn tegenstanders wil dominee Oegema van die geboden af en werkt hij de zondagsontheiliging in de hand. 1) Twee jaar later is de breuk een feit.
Dominee Oegema weigert namelijk zijn handtekening onder de ’Brandbrief’ terug te nemen, waarin volgens professor Goes de vrijmaking wordt verloochend, een werk van de Here zelf, vergelijkbaar met de verlossing uit Egypte. 2)

Gedwongen keuze
Tijs valt midden in het conflict en kijkt er aanvankelijk vreemd tegen aan.
De manier van preken van de gewraakte dominees maakt erg veel indruk op hem door de directheid en betrokkenheid, door het kerkgrens-overschrijdende karakter. Zo heeft hij het nog nooit gehoord in het Drentse dorp waar hij de laatste jaren gewoond heeft. En deze dominees die hem zo aanspreken, zouden zich schuldig maken aan ’al de gruwelen die de goddeloze bedrijft’? Alles in hem verzet zich tegen de situatie. Hij wil niet kiezen, hij is iemand van de middenweg, de harmonie. ’De toverformule van de harmonie is zoekgeraakt’, zegt hij tegen zijn vriend Klaas Goes, met wie hij samen de gebeurtenissen probeert te verwerken. Machteloos moet hij toezien hoe vrede onmogelijk is, hoe hij tegen zijn zin gedwongen wordt tot een keuze door leidende figuren die het ’Eén is uw meester en gij zijt allen broeders’ uit het oog verloren hebben. Het is één van de hoofdthema’s van de roman.

Vriendschap
Die gesprekken en de omgang met de theologiestudent Klaas Goes, zoon van de professor vormen de kern van het boek. Want meer nog dan een roman over de breuk is ’Het hondje van Sollie’ de roman van de vriendschap van Tijs en Klaas. Tijs is nog maar net in Kampen als ze elkaar voor het eerst ontmoeten en het boek eindigt als Klaas Kampen verlaat. Klaas gelooft niet in die harmonie, de middenweg. Je zult moeten kiezen, zegt hij tegen Tijs. In hun gesprekken proberen ze hun plaats te bepalen tegenover alles wat er om hen heen gebeurt, en vooral: ijken ze elkaars geloof.

Op de bodem van de wanhoop
Want hoewel de breuk binnen de gemeente een belangrijke rol speelt, de gesprekken van de vrienden gaan over wat veel wezenlijker is: de vragen van het naakte hart op zoek naar zekerheden, een tweede hoofdthema. Voor Klaas zijn het gesprekken op de bodem van de wanhoop, zoals hij zijn gesprekken met God karakteriseert.
Zie jij hoe de hemelse Vader de kinderen van Vietnam beschermt tegen napalm? Ik niet. Ontdek jij ook maar een teennagel van Hem? Soms bespringt mij de gedachte dat er boven de boomtoppen niets anders bestaat dan grijze lucht.
Tijs komt tot de ontdekking dat de vragen van Klaas zijn éigen vragen zijn. Al gaat hij er anders mee om. Als Klaas als theologisch student voor het eerst een preek houdt, valt voor hem de beslissing.
Hij voelt tijdens de dienst zijn geloof ’in zijn schoenen zinken’. En dan kan hij niet meer; hij stopt met zijn studie theologie en gaat onder de armen in India werken.

Geen eenzijdig beeld
De sympathie van Tijs ligt duidelijk aan de kant van de kerkenraad, maar Werkman geeft geen eenzijdig beeld met zwart-wit-figuren. Alle betrokkenen tekent hij genuanceerd. In de roman komen ze als oprechte gelovigen over, maar ze hebben ook allemaal hun negatieve kanten. Mevrouw Goes kiest met haar hart voor de kerkenraad, ze heeft veel waardering voor ds. Oegema, maar ze heeft ook momenten dat ze hemvolkomen terecht - uitscheldt voor naïeve domkop. Via haar leer je een andere kant van professor Goes leert kennen. En door de ogen van Klaas krijgen we te zien hoe veel moeite het professor Goes na de breuk kost een preek te maken voor de eerste aparte kerkdienst.

3) Werkelijkheid en fantasie
Voor wie geen vreemdeling is in Jeruzalem 4), zijn veel van de romanfiguren herkenbaar.
Duidelijk is dat voor Carré dominee Visee model heeft gestaan, voor Oegema dominee Mulder en voor professor Goes, zowel hoogleraar Kamphuis als H.J. Schilder. Vooral dominee Oegema is schitterend en herkenbaar neergezet. En zo zijn er meer. Het blad De Reformatie heet hier De Ware kerk en wat met het Gereformeerd Familieblad bedoeld wordt is duidelijk. 5) Overigens gaat het veel te ver de romanfiguren te laten samenvallen met hun voorbeelden uit de realiteit.
Bepaalde uitspraken zullen ze letterlijk zo gedaan hebben, maar het blijven romanfiguren, door Hans Werkman naar de werkelijkheid en vanuit zijn fantasie gemodelleerd.

Levensechte persoonlijkheden
Ondanks de stof is het geen verhandeling geworden, maar een roman waarin levensechte personen rondlopen met wie je je kunt identificeren. Met prachtige beschrijvingen en ontroerende gebeurtenissen: het moment dat mevrouw Goes dominee Oegema vraagt haar te zegenen bijvoorbeeld; of het besluit van de vrijgemaakte dominee Jennissen de begrafenis van de licht-hervormde mevrouw Zijlstra te leiden.
De thematiek is knap verwerkt: Tijs ziet zijn ’harmonie-idee’ in veel opzichten verloren gaan. De kerkstrijd trekt een scheur en werkt door: in de relatie met zijn moeder; zijn verkering met Maaike Goes wordt erdoor verbroken; kinderen (!) uit zijn klas zijn slachtoffer; hij ontdekt dat hij door de kerkstrijd zijn mede-kostganger in de kou heeft laten staan. De ongelooflijk sympathieke mevrouw Goes ’hoorde de kerk nu scheuren dwars door haar lief gezin heen’. En tussen alle Kampense gebeurtenissen door kom je flarden vreselijk wereldnieuws tegen. De kerk heeft belangrijker dingen aan haar hoofd.

Redders
Hans Werkman gebruikt mooie beelden: de druiven als symbool van de gemeente, een beeld dat aan het eind van het boek in heel andere vorm terugkomt.
Als de kerk voor het eerst in tweeën vergaderd heeft, zit Jil Goes bij twee bijna identieke plaatjes de verschillen te zoeken. ’Ik heb er al zes!’, roept hij enthousiast. Wanneer Professor Goes uit een plantenbedje het kweekgras wiedt, trekt hij de goede plantjes mee; maar hij doet het op zijn knieën.
Een mooie vondst is het eerste hoofdstuk, De redders: het staat symbool voor de hele roman. Professor Goes en dominee Oegema proberen samen een in het water gevallen kind te redden. Het enige dat ze bereiken is dat het kind
gewond raakt. De wijze heer Sollie weet het uiteindelijk op het droge te brengen. 6)

Humor
Het hondje van Sollie is een roman over een verschrikkelijke episode uit de recente Nederlandse kerkgeschiedenis waar wij als Nederlands Gereformeerden nauw bij betrokken zijn. Er worden heel wat verdrietige dingen verteld, waarvan je weet dat ze nog niet eens verzonnen zijn ook. Toch is het boek niet zwaar te verteren: door de humor, de ironie, door relativerende gebeurtenissen: op de meest onmogelijke momenten komt de in het zwart geklede juffrouw Hendriks langs om haar evangelisch licht verspreiden.
Bovendien is Hans Werkman een schrijver die boeiend vertellen kan en die met losse hand anekdotes rondstrooit, waarvan er vele wel authentiek zullen zijn.
Overigens schiet de schrijver mijns inziens daarin door. Hij geeft te veel schoolervaringen en andere details, die op zich heel aardig zijn, maar die wel van de hoofdgedachten afleiden. Ik denk aan het bezoek aan de tandarts, de uitvoerige beschrijving van de boekverkoop en de glijpartij met Woning. Beperking zou hier de eenheid van het verhaal ten goede gekomen zijn. Er zijn meer zwakke punten. Sommige karakters wilden voor mij niet tot leven komen. Dat geldt met name voor Maaike Goes. Ze is te afstandelijk beschreven; terwijl ze nota bene verkering heeft met Tijs.

Dicht op de huid
Het hondje van Sollie zit Nederlands Gereformeerden dicht op de huid. Het maakt het mij wat moeilijk een goed afgewogen oordeel te geven. Uit mijn bespreking kunt u opmaken dat ik het een boeiende roman vind, die aan verschillende literaire criteria beantwoordt.
Soms doet het boek denken aan het werk van Theo Thijssen, vaker aan dat van Maarten ’t Hart.
Hans Werkman is er mijns inziens in geslaagd de gebeurtenissen uit 1967 op een evenwichtige manier te verwerken.
Bij sommigen zal het boek oude wonden openscheuren. Anderen zal het veel duidelijk maken of juist als volstrekt onbegrijpelijk overkomen. Maar het is het lezen waard.
Voor Kampenaren lijkt het me verplichte lectuur.

N.a.v. Hans Werkman, Het hondje van Sollie; Kampen, 1999; 314 pag, ƒ 34,90

Noten
1) Ouderling Woning tegen dominee Carré: U hebt al twee keer het lezen van de wet slinks vervangen door het lezen van een paar stukjes uit het Nieuwe Testament (134)
2) Uit de mond van professor Goes komen de meest geharnaste vrijgemaakte uitspraken.
Er bestaan geen twee ware kerken.
Christus heeft ook voor het kerkverband zijn bloed gestort., enz.
3) Bovendien zijn om professor Goes recht te doen enkele hoofdstukken vanuit hem geschreven, terwijl het perspectief in deze roman bij Tijs ligt.
Er zijn meer perspectiefverschuivingen: via een kunstgreep van de schrijver - voor mij niet helemaal geloofwaardig - maak je zelfs een besloten kerkenraadsvergadering mee. Het verschuivende perspectief in hoofdstuk 50 (de verschillende reacties op de oproep je van de kerk af te scheiden) werkt daarentegen prachtig.
4) Je kunt dit heel letterlijk nemen: de schooldagbezoekers zingen bij het binnenrijden van Kampen: Jeruzalem dat ik bemin, wij treden uwe poorten in.
5) Achter Berk gaat dominee Lindeboom schuil, professor Jager achter Ploeger; pedel Bos heet hier Visser.
6) Een prachtig beeld gebruikt Tijs als hij duidelijk maakt wat je losmaken van de kerk betekent: het is het langzaam lospeuteren van het levende vlees. Zoals je boomschors losmaakt van ingegroeid prikkeldraad.
En zo is er veel meer: je komt schitterende uitspraken tegen, wijze statements.
Voor wie ze herkent zijn er leuke associaties met andere literatuur: Werkster van Achterberg en De laatste brief van Bertus Aafjes.

Hans Werkman, geboren in 1939 in Uithuizermeeden, was werkzaam bij het basisonderwijs, o.a. van 19611970 in Kampen, daarna als leraar Nederlands in Zutphen en Barneveld. Schrijft literatuurkritieken voor het Nederlands Dagblad, is redacteur van Woordwerk / Liter. Werk o.a.: Een calvinist leest Maarten ët Hart (1983); De wereld van Willem de Mérode (1983); voor deze biografie kreeg hij de Henriëtte de Beaufortprijs.
Hij verzorgde ook de Verzamelde Gedichten van De Mérode.
Verder: dichtbundels, verhalen bundels en een roman: De klokkepaardjes.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief