Wie ben ik nu helemaal?
1999-05-28
’Dit boekje gaat over jou - tenminste, ik hoop dat je jezelf erin zult tegenkomen. ’Wie ben ik?’ Dat is de vraag van de titel. Het is geen gemakkelijke vraag. Een vraag om je leven lang mee bezig te zijn.- Jaargang 43
- nummer 11
Heus niet een vraag van jongeren alléén, al wordt die indruk wel eens gewekt. Het is namelijk echt niet zo dat anderen nu zo precies weten wie ze zijn, hoe ze in elkaar zitten en hoe ze met zichzelf moeten leven. ’Hoe ouder, hoe wijzer’? Het is maar de vraag!’ Het bovenstaande is een citaat uit de introductie van het boekje ’Wie ben ik nu helemaal? - Over omgaan met jezelf’ van Nynke Dijkstra - Algra, die als toeruster werkt in de hervormde gemeenten van de provincie Utrecht.
Zij richt zich in dit boekje vooral op jongeren, want velen van hen kampen in meer of mindere mate met een negatief zelfbeeld. De auteur schrijft over identiteit en het omgaan met jezelf en je relaties en over wat God zegt in de bijbel over ’de mens’.
Hoe beleef je jezelf?
Met name op de middelbare school speelt je uiterlijk een belangrijke rol: ben ik mooi of lelijk? Ziet die leuke jongen of dat leuke meisje mij wel staan?
Ook groepsvorming wordt mede bepaald aan de hand van het criterium ’uiterlijk’.
Wanneer je in 1 Petrus 3 leest ’Uw sieraad zij niet uitwendig’ of in 1 Samuël 16 dat Samuël bij de keuze van een koning niet mag letten op het uiterlijk, dan blijkt dat niet het uiterlijk voor God doorslaggevend is, maar juist wie iemand wezenlijk is. Toch staat dit in schril contrast met de werkelijkheid; vooral voor meisjes (hoewel het ook bij jongens voorkomt!) is het uiterlijk een obsessie geworden en kan het zelfs grote invloed hebben op hun eetgewoonten (denk bijv. aan anorexia).
Mensen om je heen kunnen positief van invloed zijn op het ’beleven’ van je uiterlijk; een complimentje kan geweldig veel voor iemand betekenen.
Kortom, het eerste hoofdstuk gaat in op de vraag hoe je jezelf beleeft en welke factoren daarop van invloed zijn.
De binnenkant
In hoofdstuk 2 gaat Nynke Dijkstra in op vragen rondom aard en persoonlijkheid, met andere woorden: wie ben ik dan? Je kunt van nature heel vrolijk zijn, maar ook juist zwaarmoedig. We hebben het dan over iemands aard.
Daarnaast wordt je persoonlijkheid ook gevormd door omstandigheden, keuzen die je maakt en door wat anderen van je zeggen. Met name je tienertijd is de periode waarin je ontdekt wie je zelf bent, los van je ouders. Dan komen ook vragen naar voren als wie ben ik, welk karakter heb ik en wat denk ik over God, anderen en relaties. De auteur benadrukt hierbij het belang van het stellen van vragen en het discussiëren erover, zowel aan/met leeftijdgenoten als aan/met volwassenen.
De laatste paragraaf van dit hoofdstuk heeft de veelzeggende titel ’Hoe meer je een ander oordeelt, des te sterker veroordeel je ook jezelf’; volgens Nynke Dijkstra is er dus een directe relatie tussen je kijk op een ander en die op jezelf.
’Binnen’ en ’buiten’
De plek waarbij ’binnen’ en ’buiten’ bij uitstek samenvallen, is die van lichamelijkheid en seksualiteit. Dit begint al bij het aanraken en knuffelen van baby’s, want uit onderzoek is gebleken dat baby’s die nooit worden aangeraakt, slecht groeien en daar zelfs later, als volwassenen, last van blijven houden.
Je geaccepteerd weten door anderen en jezelf, als persoon mèt je lichaam, is ook belangrijk voor de ontwikkeling van je seksualiteit. Bij de ontwikkeling van seksualiteit horen ook zaken als gevoelens en verlangens, maar ook onzekerheden kunnen daarbij voorkomen, zoals verliefdheid op iemand van het zelfde geslacht. Ook de betekenis van seksualiteit voor relaties bespreekt Nynke Dijkstra op een open manier, waarbij ook een moeilijk onderwerp als incest niet geschuwd wordt. Tevens komen verschillende visies uit de bijbel op lichamelijkheid en seksualiteit in hoofdstuk 3 aan de orde.
Je ouders en jezelf
Wat zijn jouw ouders voor mensen?
Hoe gaat het tussen hen en jou? Kun je goed met ze praten of juist niet? Het zijn vragen die gesteld worden in het vierde hoofdstuk. De auteur benadrukt in dit hoofdstuk dat je relatie met je ouders erg belangrijk is. Wordt deze relatie in het begin gekenmerkt door afhankelijkheid, later groeit je zelfstandigheid en ga je op zoek naar je eigen plek.
Het volgende hoofdstuk gaat over je mensbeeld. Is de mens goed of juist slecht? En in het verlengde daarvan: ben ik goed of juist slecht? Kan ik onder bepaalde omstandigheden misschien ook veranderen in een ’duivel’?
Als we kijken naar wat God hierover zegt in Zijn Woord, komen we ook uit op deze tegenstelling. We noemen dat ook wel ’gebrokenheid’; de mens is geschapen naar Gods beeld èn hij is zondig. Toch houdt God van je want je moet weten dat je ’niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die u van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus ....’ (1 Petrus 1: 18, 19a).
Jezus: eindelijk normaal
’Ooit een normaal mens gezien? En, beviel het?’ Zo luidt de tekst van een poster van de Stichting Pandora uit de jaren ’80.
Hoofdstuk 6 gaat over ’normaal’ zijn; ’normaal’ betekent ’beantwoordend aan de norm’ en een norm is een regel voor je gedrag. Wie of wat bepaalt eigenlijk onze normen en zijn normen tijdloos of juist niet? Moeilijke vragen waar tegenwoordig iedereen in meer of mindere mate mee geconfronteerd wordt. Je kunt zelfs een stap verder gaan en je afvragen of er überhaupt wel een norm bestaat. Toch laat Jezus ons zien wat normaal leven is: Hij laat zien wat goddelijk leven is. Hij is daarin anders dan anderen; Jezus volgde niet de norm van Zijn tijd, nee, Hij was (is!) één met de Vader en hield dus vooral rekening met God. Maar wat heeft Jezus met jezelf te maken? Een bekend theoloog heeft eens geschreven ’Als je jezelf wilt leren kennen, moet je ook God leren kennen en andersom.’ In een ontmoeting met Jezus als beeld van God kom je erachter wie je werkelijk bent en herken je ook de norm voor je leven.
’Ooit een normaal mens gezien?’ Ja, Jezus! ’En, beviel het?’
Over gaven en vrijheid
Zijn er mensen in jouw omgeving die ergens heel goed in zijn? Heb je er ooit over nagedacht waar jij goed in bent?
Waar de ander goed in is en waar jij goed in bent, zijn vast en zeker verschillend.
Gelukkig maar, want zo kunnen we elkaar helpen en aanvullen.
Welke gaven zijn er zoal? Dienen, bemoediging, vakmanschap, gastvrijheid, enzovoorts. Ook zoiets als ’humor’ is een gave! Soms is het moeilijk iemands gave te ontdekken, bijvoorbeeld omdat je je ergert aan die persoon.
Nynke Dijkstra geeft dan de tip om datgene waaraan je je ergert eens met andere ogen te zien; het kan immers ook zijn of haar sterke kant zijn. Dit alles wordt besproken in hoofdstuk 7. Het volgende hoofdstuk gaat over vrijheid. Waar vrijheid voor velen een zegen is, is het voor anderen een vloek, veroorzaakt door onzekerheden die vrijheid met zich mee kan brengen.
God geeft ook vrijheid, zelfs bevrijding.
Denk maar aan de bevrijding van het volk Israël uit Egypte en aan Jezus die ons niet alleen bevrijd heeft van schuld en zonde, maar ook van pijn en verdriet.
In Gods ’tien richtingaanwijzers’ voor het leven herkennen we ook de vrijheid tot een Goddelijk leven.
Het beste komt nog
In hoofdstuk 9 komt Nynke Dijkstra nog eens apart terug op het onderwerp ’relaties’. Een relatie is een verbinding tussen jou en iets en iemand anders.
Relaties beginnen heel eenvoudig: als baby heb je een relatie met je moeder en vader. Deze relaties breiden zich uit naar familie, klasgenootjes, vrienden en vriendinnen en een eventuele partner.
Je kunt wèl of niet kiezen voor een (sport-)vereniging of politieke partij en voor het wèl of niet meedoen in de kerk. Er zit dus ook een element van vrijwilligheid en keuze in.
Dwars door dit alles heen loopt je relatie met God. Is Hij je vriend of buurman of is Hij misschien meer als de groenteman op de hoek: alleen nodig als ik iets van Hem wil hebben? De bijbel zegt dat je God alleen kunt leren kennen door naar Jezus te kijken. Door Jezus kun je ook een relatie met God krijgen, een heel persoonlijke zelfs.
In het laatste hoofdstuk gaat de auteur in op vragen rondom de toekomst; jouw toekomst maar ook die van deze wereld. Je kunt optimistisch zijn over de toekomst, maar ook pessimistisch.
Eén ding is zeker: er is de belofte van Gods Koninkrijk dat komt, een nieuwe hemel èn een nieuwe aarde waarin alle pijn en moeite verdwenen zijn. Ja, het beste komt nog ....
Conclusie
’Wie ben ik nu helemaal’ is een geslaagde poging van Nynke Dijkstra- Algra om op een eerlijke en uitdagende wijze de ’wie ben ik?’-vraag te behandelen.
Het boekje is ook voor jongeren prima leesbaar. Ze brengt heel goed over dat vragen gewoon gesteld mogen worden, zowel aan mensen om je heen als aan God. Het boekje lijkt mij zeer geschikt voor jeugdvereniging en catechisatie vanwege de vele gesprekspunten die in ieder hoofdstuk duidelijk vermeld worden, hoewel het best wel moeilijk kan zijn om in een groep persoonlijke vragen te bespreken.
Handig zijn ook de op grijze achtergrond gedrukte extra’s aan het eind van elk hoofdstuk, waarin op sommige zaken wat dieper ingegaan wordt.
Naar aanleiding van: Wie ben ik nu helemaal - over omgaan met jezelf, door Nynke Dijkstra - Algra, 84 blz.
Uitgeverij Boekencentrum, Zoetermeer, 1999, ƒ 18,50.