Dodelijke mythe
1999-05-28
Een jaartje geleden heb ik in verband met Aids in Opbouw al eens de naam genoemd van de jonge veertigjarige Amerikaanse wetenschappelijke onderzoeker Suzanne Leclerc-Madlala. Zij had in een studie kunnen vaststellen dat het typische denkklimaat van Afrika van gemeenschap(ubuntu) op gruwelijke wijze wordt uitgeleefd door mannelijke slachtoffers in de Aids-epidemie die ons land teistert. ”Als we één volk zijn, moeten we alles delen, ook Aids”, zo hoorden we een negentienjarige jongen zeggen. ”We nemen zoveel mogelijk van de onzen mee de dood in”. In Afrika doen we alles samen!- Jaargang 43
- nummer 11
Maar wat dan van het schokkende verhaal van de kleine Jabu die door Bidla werd verkracht? (zie mijn vorige ”Snipper”) Hoe verklaar je dat dan?
Dezelfde mevrouw van hierboven die bezig is een doctorale thesis over Aids te voltooien, denkt dat een populaire mythe van seks met een jong meisje als genezing voor Aids, de oorzaak kan zijn van de ontstellende toename in kinderverkrachtingen. Zij wijst dan op overeenstemmingen tussen de wijze waarop geslachtsziektes in de vorige eeuw in Europa werden ”behandeld” en de wijze waarop vandaag in Afrika tegen Aids wordt aangekeken.
Ze zegt: ”seks met een kind werd gedacht een geneesmiddel te zijn voor syfilis. Kwakzalvers hielden vanaf 1827 in Liverpool speciale bordelen om dit geneesmiddel te kunnen voorzien. De meeste kleine meisjes die er gehouden werden, waren imbecielen”.
Vandaag is de praktijk van seks met een klein maagdelijk meisje dan ook heus niet beperkt tot KwaZoeloe-Natal alleen. Leclerc-Madlala zegt dat wetenschappelijk onderzoek in Zambia, Zimbabwe en Nigeria hetzelfde prentje vertoont. ”Ik begin er naar van te worden in mijn maag wanneer ik denk aan het aantal jonge kinderen die door deze mannen verkracht worden om hen van Aids te genezen.
Maar omdat het zo‘n sensitieve zaak is met mogelijk racistische kleuren, is men huiverig de zaak onder ogen te zien”. Het dwaze en dodelijke geloof waarop deze stuitende praktijk is gebaseerd, is natuurlijk dat een man hoe dan ook door seks met een meisje als Jabu schoon bloed krijgt toegediend en zo van zijn Aids genezen wordt. Allerlei onsmakelijke, akelige details uit deze geloofs-catechismus laat ik graag achterwege. Dat er ook allerlei momenten inzitten van de zogenaamde primitieve cultuur van levensvernieuwing uit, van wat jong en onaangeraakt is naar levensafbraak van wat ziek is, blijve ook maar onbesproken.
Waar het mij om gaat is aan te duiden hoe achter onverstaanbare, gruwelijke, menselijke handelingen dikwijls een geloof schuilgaat waarvan we ons niet bewust waren. Niet alleen kleine Jabu is een slachtoffer. Haar verkrachter Bidla is het ook. Gevangene van een verwoestend, crimineel en demonisch geloof. Bidla‘s horen naar de gevangenis gestuurd te worden -hoe gauwer hoe beter- maar zonder een racistische, hatelijke afscheidskreet. Uiteindelijk zijn de Bidla‘s ook maar slachtoffers van de ”heersers en machthebbers en veroveraars van deze donkere wereld” (Anne de Vries-Vertaling van Ef 6:12).
J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika