Toch opwekkingsliederen?!

1999-05-28
  • Jaargang 43
  • nummer 11
Het geheel overziende blijf ik huiverig voor het opwekkingslied. Taal en muzikale stijl en smaak spelen voor mijn gevoel daarbij zeker een rol. Volgens sommigen valt daarover te twisten, volgens anderen niet. Aan die discussie waag ik mij echter niet. Belangrijker vind ik de theologische aspecten, al zou er wel eens een verband kunnen bestaan tussen taal en muzikale stijl en de theologie of geestelijke sfeer die deze liederen uitstralen.
Samenvattend zou gezegd kunnen worden, dat de sfeer van de psalmen (het menselijk leven tussen hoogten en diepten) te veel wordt gemist.
Een eventueel nieuw liedboek zal georiënteerd moeten zijn op de geestelijke sfeer die vanuit de psalmen tot ons komt. Die sfeer kom ik meer tegen in het huidige Liedboek voor de kerken dan in vele opwekkingsliederen. Als in dat nieuwe liedboek toch opwekkingsliederen zouden worden opgenomen, dan zal dat wel heel zorgvuldig dienen te geschieden. Op zich is er wel wat voor te zeggen om een aantal van deze liederen in een kerkelijke liedbundel op te nemen. Er zijn nu eenmaal mensen in de gemeente die zich op deze wijze uiten en die zich in die uitingsvorm thuisvoelen. En zou daarvoor geen ruimte mogen zijn?
Maar dan zullen het toch liederen moeten zijn, die ook een christen kan meezingen, die op een wat andere manier zijn geloof beleeft dan in de sfeer van opwekkingsliederen. Dat het dan niet direct zijn stijl van uiten is, hoeft niet een belemmering te vormen.
Maar een simpele tekst als bijvoorbeeld: Als Jezus in je woont, ebt ied’re wanklank weg.
Hij geeft je vreugd’ en harmonie in plaats van pech.
(Opwekkingsliederen, lied 10) kan echt niet. Die ervaring van veel mensen, ook gelovigen, is namelijk heel anders, afgedacht nog van een zekere platvloersheid die het geheel van deze woorden uitstraalt. Bovendien: dat de Geest van God in een mens woont is een bijbelse uitdrukking. Hoe Jezus in me woont, kan ik me niet voorstellen en is ook bijbels niet te verdedigen. In een Liedboek 2000 dus wel een aantal liederen uit de kring van Opwekking.
Niet zozeer vanwege de kwaliteit, maar om in de kerk ruimte te scheppen voor zoveel mogelijk mensen om zich voor het aangezicht van God te kunnen uiten op een wijze, waarin ze zich thuisvoelen. De psalmen zouden daarbij van dienst kunnen zijn om niet te ontsporen in een al te individualistische geloofsexpressie.
Dit is het slot van een uitgebreid artikel, dat ds. Groenleer te Amsterdam onder de titel: ,,Met psalmen, lofzangen en... opwekkingsliederen!’’ schreef in het chr.geref. ’KERKBLAD voor het Westen’. Hij snijdt hierin een bepaalde zaak aan, die ook onder ons tenvolle overweging verdient. Er zijn opwekkingsliederen, die ik graag zing en als het geval zich voortdoet ook een plaats geef in de orde van de dienst waarin ik voorga. Maar er gaat niets boven de psalmen en ik geloof, dat het over het algemeen niet goed is om in de erediensten meer gezangen dan psalmen te zingen. De psalmen zijn en blijven de liederen van het Verbond.
Daaraan heeft destijds de bekende en begaafde A. Janse al een apart geschrift gewijd, dat nog steeds actueel mag heten. Calvijn merkte reeds op, dat het volk van God via de psalmen de HERE zijn eigen Woord toezingt.
Prof. Eugene Peterson heeft pas in Amersfoort gesproken over het thema: ’Bidden met Psalmen’. Hij memoreerde, dat de eerste christenen elkaar op de psalmen wezen, omdat je daaruit kunt leren hoe je het beste kunt bidden. ,,De discipelen vroegen aan Jezus: ’Leer ons bidden’’. Toen gaf Hij het ’Onze Vader’. De basis van dit gebed zijn de psalmen’‘. Het lijkt mij goed om over deze dingen eens na te denken en met elkaar daarover van gedachten te wisselen.

O. Mooiweer, Enschede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief