Kruimels van de tafel

1999-06-25
  • Jaargang 43
  • nummer 13
We hebben een vader
Geen vader hebben wil in de taal van de bijbel zeggen: losgeslagen zijn van je ankers, geen honk meer hebben, de speelbal zijn van de golven en nergens meer thuis zijn.
Dat is een verschijnsel dat ons ook in onze tijd niet vreemd is. Heinrich Böll schreef een boek over het na-oorlogse Duitsland onder de titel: Huizen zonder vaders. Zo waren er veel. De vaders waren gesneuveld in de oorlog. Daardoor ontstond er een jeugd die het gevoel van thuis-zijn, geborgen-zijn, niet kende. De moeders moesten werken en de kinderen kwamen uit school in een leeg huis. Maar een leeg huis is geen tehuis. En daarom gingen ze de straat op en ontstond er een zwervende, losgeslagen asfaltjeugd.
Deze ontwikkeling is niet tot het na-oorlogse Duitsland beperkt gebleven. Ook zonder dat er sprake is van gesneuvelde mannen verdwijnen in de westerse wereld de vaders. Steeds meer gezinnen vallen uit elkaar. Steeds vaker zijn de vaders niet meer bekend. Steeds meer kinderen zwalken over straat en als je een van hen vraagt: ’wie is je vader?’, haalt hij zijn schouders op. Hij weet het niet. Hij heeft zijn vader nooit gekend. De opvangcentra zijn overvol.
Ze zijn te klein en er zijn er te weinig van. Maar ook degenen die daar terechtkomen, hebben geen vader. Een opvangcentrum is en blijft een opvangcentrum.
En de criminaliteit vaart er wel bij. Want in een maatschappij waaruit de vaders verdwijnen, raakt men ontheemd en ontworteld.
De bijbel zegt ons: ook wij zwierven, door onze eigen schuld, ontheemd rond.
Maar God heeft middenin de asfaltjungle een kruis neergezet. Middenin de steenwoestijn heeft Hij het teken van zijn liefde opgericht. Voor ieder die opziet naar dat teken, staat de deur van het Vaderhuis open. Dankzij Christus hebben wij weer een Vader.

M.R. van den Berg, Assen

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief