Informatieboekje 1999

1999-06-25
  • Jaargang 43
  • nummer 13
Onder redactie van drs. J.C. Schaeffer is het nieuwe informatieboekje voor – niet van – onze kerken verschenen. Een onmisbaar boekje voor iedereen die het zicht op het geheel van de Nederlands Gereformeerde Kerken wil houden.

Voor wie een vreemdeling is binnen Jeruzalem: in deze uitgave vinden we allerlei nuttige informatie over o.a.
plaatselijke gemeentes, zendingswerk, commissies die door onze kerken zijn ingesteld – terzijde, de commissies die de laatste landelijke vergadering heeft ingesteld ontbreken – en over allerlei vanuit onze kerken opererende stichtingen en organisaties die tot opbouw van het Koninkrijk van God bezig zijn met opleiding, toerusting, zending en evangelisatie, (diaconale) hulpverlening en pastorale zorg. Verder staan in dit boekje een behoorlijk aantal statistische gegevens betreffende onze kerken (kort besproken door drs.
J.B.M. Storms), het jaaroverzicht van ds. Schaeffer, een liefdevol geschreven in memoriam van ds. H. Stolk ter nagedachtenis aan ds. Jan Herm Kamerbeek en de weergave van het AKS, het Akkoord van kerkelijk samenleven van onze kerken. Dat laatste is een goede zet. Voor het eerst vinden we hier de integrale weergave van het door de LV op 23 september 1995 op onderdelen herziene Akkoord, inclusief het ondertekeningsformulier voor dienaren van het Woord. M’n complimenten voor de uitgever en de redacteur met deze uitgave.

Landelijke samensprekingen passé
Het jaaroverzicht van ds. Schaeffer over 1998 – door hem een kerkelijk rampjaar genoemd – is zeer lezenswaardig.
Het is een uitgebreide, met grote zorg en liefde geschreven weergave van heel veel van wat er in onze kerken gaande is en tegelijk een grondige en scherpe analyse van het kerkelijke leven. Maar liefst 18 pagina’s lang staat ds. Schaeffer stil bij de ontwikkelingen in ’de kleine oecumene’.
Uit alles blijkt dat de besluiten van de synodes van zowel de Christelijke Gereformeerde Kerken (CGK) als de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt) (GKV) om de landelijke samensprekingen met onze kerken stop te zetten, met name omdat de binding van ambtsdragers aan de belijdenis in onze kerken te los zou zijn, hem hoog zitten. Opvallend is de – voor zijn doen – zeer scherpe toon, die ds. Schaeffer hier en daar gebruikt.
Zijn verontwaardiging is m.i. terecht, niet zozeer omdat we persoonlijk gekwetst zijn, maar vanwege onze Heer en Heiland Jezus Christus, die Zich gegeven heeft, niet alleen om ons tot God, maar ook om ’de zijnen’ tot elkaar te brengen. Het treurige van dit besluit is ook, dat m.n. dat deel van de CGK, dat er niet over piekert om op kerkelijk vlak ooit serieus onze kant op te kijken een zwaar stempel op de beslissing drukt. In dit licht zou dit besluit wel eens het meest ingrijpend voor de CGK zelf kunnen zijn, omdat het oordeel dat de synode geveld heeft over de NGK impliciet ook de vele CGK raakt, die van harte hetzij zeer nauw met ons samenwerken, hetzij met ons als één gemeente functioneren.
Onbegrip is er bij ds. Schaeffer ook voor de houding die de GKV tegenover onze kerken innemen. Hoe kan er in het persoonlijke contact zo’n diepe herkenning in geloof en liefde zijn en anderzijds zo’n resolute afwijzing in het kerkelijke? Inderdaad, hier stuit je op een bepaalde dubbelheid in het huidige vrijgemaakte denken.
Vroeger vielen het kerkelijke en persoonlijke, het institutionele en organische in het gereformeerde denken vrijwel samen, momenteel is dat niet meer zo het geval. Maar dan komt de vraag op je af – overigens ook op ons –: wat betekent de persoonlijke herkenning in Christus voor je visie op de Kerk? Uitvoerig gaat ds. Schaeffer ook in op het vrijgemaakte onbegrip voor de Nederlands Gereformeerde emoties, die hun besluit heeft opgeroepen.
„... laat men zich toch niet verschuilen achter onze overgevoeligheid, die zich uit in jammerklachten en ’piepverhalen’. Zeg òf dat de kerkelijke vonnissen van destijds nog voluit gelden en in dezelfde situatie vandaag exact zo herhaald zouden worden, òf dat ze fout zijn en ten spoedigste herroepen zouden moeten worden.” Kort gaat ds. Schaeffer in op het vrijgemaakte argument om de landelijke samensprekingen stop te zetten.
„Natuurlijk is het onmiskenbaar dat er verschil is in visie op het omgaan met de confessie en over de aard van de gereformeerde kerkregering. Daar zou dan ook zeker intensief over doorgesproken moeten worden. Maar zou juist dat andere – de herkenning in geloof en liefde, de gedeelde de zorg over de secularisatie de verbondenheid in liefde tot Christus en zijn werk, het samen naar de troon van de hemelse Vader kunnen gaan – niet meer dan genoeg moeten zijn om dat gesprek voort te zetten?” Ook m.i.
rechtvaardigt het verschil dat er inderdaad bestaat in de wijze waarop beide kerken precies aan de belijdenis binden dit besluit niet. Toch lijkt een kanttekening me wel op z’n plaats.

Binding aan de belijdenis
Het gaat de GKV – en ook de CGK – om de wijze waarop wij binden aan de rechte leer. Zij betreuren het, dat ons nieuwe ondertekeningsformulier wel is aangenomen, maar niet in die zin bindend verklaard, dat iedere ambtsdrager dát moet ondertekenen. Nu bestaat er ook m.i. over de binding aan de belijdenis in onze kerken geen enkele onzekerheid. Iedere ambtsdrager heeft zijn of haar handtekening onder de confessie te zetten – conform het AKS – en is dus gebonden aan de leer der kerk. Terecht, want de rechte leer, en, in de lijn hiervan, de zuivere bediening van het evangelie, is de levensader van de kerk. Dat predikanten niet verplicht worden hun handtekening onder het in 1995 aangenomen ondertekeningsformulier te plaatsen, heeft dan ook niets te maken met het ruimte laten aan dwalingen, maar is een tegemoetkomendheid van de LV aan degenen in onze kerken die, t.g.v. misbruik van het oude ondertekeningsformulier in het verleden, a.h.w. een formulierenfobie hebben opgelopen. Niettemin is het nieuwe ondertekeningsformulier volop van betekenis óók voor de predikanten die het niet ondertekenen. Immers, daarin heeft de LV voor onze kerken vastgelegd: zó binden wij de belijdenis, dát betekent onze handtekening onder de confessie. M.i. hadden onze afgevaardigden daarom in het contact met de GKV en CGK krachtiger kunnen benadrukken: iedereen is op dit ondertekeningsformulier aanspreekbaar, of iemand het nu heeft ondertekend of niet. Daarmee had voorkomen kunnen worden, dat om een formele reden – het feit dat ondertekening van dit formulier niet verplicht is gesteld – de samensprekingen zijn stopgezet.
Het gesprek met zowel de CGK als de GKV zou dan inhoudelijker geworden zijn, gegaan zijn over de vraag of de wijze waarop wij in het door ons ontworpen ondertekeningsformulier binden aan de belijdenis de toets der kritiek kan doorstaan.

Waar het hart klopt
Lezen we het jaaroverzicht verder door, dan word je getroffen door de uitgebreide aandacht voor hetgeen in de plaatselijke gemeenten leeft. Nog nooit was in een informatieboekje de aandacht voor het ’gewone’ gemeenteleven zo groot. Opmerkelijk: ruim tien pagina’s van het overzicht gaan over het plaatselijke gemeenteleven, slechts twee over de Landelijke Vergadering in Doorn. Maar ook verder komen de plaatselijke ontwikkelingen aan bod, of het nu gaat om de contacten met de plaatselijke CGK en GKV, het evangelisatiewerk, gemeenteopbouw en pastoraat. En je beseft: hier klopt het hart van de kerk, in de plaatselijke kerk. Terzijde, die aandacht voor het plaatselijke werd mede mogelijk gemaakt doordat een aantal scriba’s de moeite hebben genomen om uitgebreid op het enquêteformulier van de uitgeverij weer te geven wat er in hun gemeente gaande is. Het gevolg is een werkelijk inspirerend beeld van de NGK. Je doet goede ideeën op om te blijven zoeken naar oude en nieuwe middelen om de gemeente te bouwen.
Bemoedigend ook om te zien hoe de plaatselijke kerken bloeien.

Cijfermateriaal
Als altijd vinden we in het informatieboekje ook enkele statistische overzichten, met daarin voorgerekend hoeveel doop- en belijdende leden de NGK momenteel tellen, en welke wijzigingen zich in de samenstelling van dit ledental hebben voorgedaan. Van die cijfers valt het nodige te leren, zoals hieronder blijkt. Toch sta ik er wat ambivalent tegenover. Neem onze kerken. Dankbaar mogen we constateren dat we voor het eerst de 30.000- ledengrens zijn gepasseerd. Toch wel bijzonder: nog geen honderd kerken, die licht groeien, hoewel ze in de noordelijke en zuidelijke provincies heel dun gezaaid zijn (hetgeen tot gevolg heeft dat gemeenteleden die naar deze delen van het land verhuizen, dikwijls bij andere kerken aansluiting zoeken). Maar, doet dit getal recht aan de feitelijke situatie? Een onderzoek binnen de regio Enschede/Zwolle wees ruim twee jaar geleden uit dat veel gemeenten een behoorlijke rand van in het geheel niet meelevende leden hebben. Een rand die soms meer dan 10% van de gemeente telt.
Hiernaast gaat een deel van de gemeente ontrouw naar de kerk en/of neemt nauwelijks deel aan het gemeenteleven. De cijfers in het informatieboekje maken dit zorgwekkende gebrek aan toewijding en trouw niet zichtbaar. Vervolgens, bekijk je de oorzaak van de groei, dan vinden we enkele zeer confronterende gegevens.
De groei is vrijwel niet te danken aan onkerkelijke leden die zijn toegetreden tot onze kerken. In totaal waren dat er 21. Ruim tien keer zoveel gemeenteleden echter hebben zich zondermeer onttrokken aan onze kerken! Waar komt de ’winst’ – zoals het heet – dan vandaan? In hoofdzaak van gemeenteleden die van andere kerken tot de onze zijn toegetreden. Dat is bemoedigend voor ons, een signaal dat we op een voor andere christenen aansprekende manier kerk zijn, maar niet meer dan dat. Groeit de Kerk, als de NGK zo groeien? Nee, ’de wereld’ heeft ons nog niet gevonden. Verder is het ’winst’ met een rouwrand. Dikwijls heeft een overgang toch ook iets van een kerkscheuring in het klein.
Gemengde gevoelens dus, bij die cijfertjes.
Daarbij komt, dat ik het zelf behoorlijk moeilijk vind om op een goede manier met die cijfertjes om te gaan. Ik kan het niet altijd laten te gaan vergelijken tussen gemeenten onderling, en tussen de GKV, de CGK en ónze kerken en merk dat daar dan zomaar een flinke portie ’vlees en wereld’ kunnen bijkomen. Dan moet ik denken aan de zware straf die David kreeg i.v.m. de volkstelling die hij uitschreef.
(2 Sam. 24) Nu weet ik wel, dat er in de Bijbel verder heel wat afgeteld wordt, bijvoorbeeld in het boek Numeri, waarin de opdracht om te tellen van de HERE komt(!), maar toch zou ik het best wel eens een tijdje zonder cijfertjes en statistieken willen proberen. Omdat ze een vertekend beeld van de werkelijkheid geven, omdat we ze niet nodig hebben en omdat wij veel te happig op cijfertjes zijn.

Zomaar een idee
Nu ik toch zo bezig ben, heb ik nog een suggestie naar aanleiding van het informatieboekje. De CGK en GKV maken voor de presentatie van hun zendings- en evangelisatiewerk aan de kerken gebruik van één mooi uitgevoerd en goed leesbaar blad, waarin een beeld gegeven wordt van alle activiteiten die ontplooid worden. In onze kerken hebben verschillende kerken en stichtingen een eigen blad, blaadje of bulletin, dat slechts gestuurd wordt naar samenwerkende kerken of donateurs.
Versplintering alom. Is het niet mogelijk om als zendende kerken op dit punt de krachten te bundelen en met één gezamenlijk blad voor alle Nederlands Gereformeerden te komen? Dat bevordert de overzichtelijkheid en het meeleven en pakt mogelijk ook nog voordelig uit voor het kostenplaatje.

N.a.v. Informatieboekje voor de Nederlands Gereformeerde Kerken 1999, onder redactie van Drs. J.C. Schaeffer, Buijten & Schipperheijn, Amsterdam 1999, ISBN 90 6064 969 9; Het is te koop voor ƒ 17,25.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief