Een bombardement van geluid

1999-06-25
  • Jaargang 43
  • nummer 13
In het vorige nummer van Opbouw werd een aantal citaten uit Een echt mens van Gunilla Gerland1 weergegeven.
Deze autistische vrouw schrijft in haar boek dat ze extreem veel last heeft van geluiden. Het passeren van een bromfiets is voor haar een oorverdovend lawaai dat haar bijna gek maakt. De geluiden ontploften binnen in mij en brachten me zo ver dat ik het gevoel van de verhouding van mijn lichaam tot de omgeving verloor. Veel autistische mensen noemen geluid als één van de grootste spanningsbronnen in hun leven.
Er zijn autisten die geen winkel meer in durven vanwege de muziek die daar altijd aan staat. Zij zijn trouwens niet de enigen: zo hebben ook mensen met een schizofreen beeld en mensen die een herseninfarct achter de rug hebben vaak extreem veel last van geluid. Ook depressieve mensen kunnen zeer geluidsgevoelig zijn.
Ik kon de intensiteit en de droefheid van klassieke muziek niet meer verdragen.
De chaos in mijn hoofd nam toe. Ik kon niet meer verwerken waar ik naar luisterde; ik raakte in de war, werd bang en gedesoriënteerd, schrijft Kay Redfield Jamison2, hoogleraar in de psychiatrie en zelf manisch-depressief.
Trouwens: ook stress is van grote invloed op onze geluidsgevoeligheid.
De uren voor een examen kunnen we weinig geluid aan ons hoofd hebben.
Daarnaast bestaan er sterke individuele verschillen tussen mensen; de één is veel meer visueel ingesteld, de ander is gevoeliger voor geluid.

Overal is geluid
Waar is het nog stil in Nederland? Wie wandelt in de bossen bij Baarn hoort overal het geluid van autosnelwegen.
Degene die de stilte zoekt op het water bij de Haarlemmermeerpolder wordt voortdurend ’gestoord’ door een overvliegende Jumbojet. Geert Mak vaart met een bootje van Schiedam naar Noord-Holland; pas ten Noorden van de Zaanstreek constateert hij: Voor het eerst tijdens deze tocht was het werkelijk stil3. Geluid heeft met de economie te maken, zo zijn we geneigd te denken.

Waar gewerkt wordt, is lawaai. Maar misschien is het wel zo dat juist de mens in zijn vrije tijd niet meer tegen de stilte kan. Disco’s, houseparty’s, radio en televisie zijn bronnen van geluidsoverlast. Als iets in Nederland schaars wordt, dan is het de stilte.
Want ook tijdens ontspanning produceert de mens lawaai met zijn auto, speedboot, radio, sportvliegtuig, met zijn stem 4. Voor wie op het strand zijn vertier zoekt is de rust ver te zoeken, dankzij een ghettoblaster, vijf badlakens verderop. Het wordt nog erger, want een bank roept jongeren op: Wil je ruzie met je ouders? Open dan bij ons een bankrekening! Het cadeau blijkt een radio met extra veel geluidsvermogen te zijn.
Door de Dorpsstraat van Ons Dorp rijdt laat op de avond een auto. De draaiende motor hoor je niet; de bestuurder heeft een dreunende bas in zijn auto, waardoor de hele motorkap trilt. In verschillende huizen worden kinderen wakker. Een fietsbel hoort de bestuurder niet, dus ook de veiligheid is ook nog in het geding. Dat doet er niet toe: zoveel lawaai geeft immers een kick? Hier is duidelijk sprake van geluidsterreur.
Op de Provinciale Weg door de polder rijdt een motorrijder op volle snelheid met een defecte uitlaat, het geluid is kilometers ver te horen en nadert voor omwonenden de pijngrens (120 dB).
In de trein zit een jongen met een walkman op, 43 medepassagiers kunnen mee’genieten’ van de dreun die uit de hoofdtelefoon komt. Een vraag of het allemaal wat zachter kan, wordt niet gehonoreerd.
Een woonwijk in Hoofddorp. Ergens staat een raam open en de radio hard aan. In gedachten beraam ik plan na plan om die radio uit te krijgen, meldt ds. Paul Kurpershoek5.
En naarmate het me meer begint te irriteren, worden die plannen steeds gewelddadiger....

Stress
De reactie van ds.
P. Kurpershoek laat zien wat er kan gebeuren als mensen gebukt gaan onder een ’geluidsbombardement’.
Mensen zijn in verschillende mate gevoelig zijn voor geluid (de één heeft last van de piano van de buren, de ander kan niet tegen schreeuwende kinderen, een derde heeft vooral hinder van verkeerslawaai. Het verschil is wel dat het geluid van een autoweg tegenwoordig oneindig is – 24 uur per dag –, terwijl de buurman slechts een uur per dag op de piano speelt). Met name als geluiden door elkaar gaan lopen en als het geluid langer duurt neemt de stress toe. En naarmate de stress toeneemt, neemt ook weer de gevoeligheid voor het geluid weer toe.
Al in 1974 werd in Bouwen en Bewaren, vanuit een gereformeerde visie op milieubeheer, gewezen op de psychisch schadelijke gevolgen van geluidsoverlast (in 4). Deze nota noemt geluidshinder door het verkeer mogelijk het grootste milieuprobleem (blz. 165). Toch richt de overheid zich ook nu nog in het beleid vooral op energieverbruik en op de milieubelasting van uitlaatgassen door het verkeer.
De gevolgen van de geluidsbelasting door datzelfde verkeer krijgen veel minder aandacht (deze aandacht blijft grotendeels beperkt tot het vliegverkeer).
En dat terwijl een motorrijder met sportuitlaat die ’s nachts dwars door Parijs rijdt in zijn eentje een kwart miljoen mensen kan wekken (6, citaat uit Le nouvel Observateur). Onderzoeken waaruit blijkt dat overmatige geluidsbelasting door het verkeer mensen daadwerkelijk ziek maakt lijken te worden genegeerd. In Trouw verscheen onlangs een belangwekkend artikel over de relatie tussen geluid, haast en natuurbeheer6.
De auteur, Marcel ten Hooven, gaat in zijn bijdrage in op de effecten van onze levensstijl op het natuurbeheer.
Hij constateert dat we – als gevolg van deze gehaaste levensstijl – moeten leven met permanente geluidsoverlast, die verregaande consequenties heeft voor de kwaliteit van de samenleving.
De bijdrage in Trouw is een samenvatting van een hoofdstuk uit een later te verschijnen publicatie7. Zowel een Frans als een Engels onderzoek geven aan dat er een verband bestaat tussen geluidsbelasting en het aantal psychiatrische opnames. Veel mensen met psychische problemen geven als hoofdoorzaak voor hun geluidsgevoeligheid aan dat ze slecht geluiden kunnen sorteren.

Als drie mensen door elkaar heen praten is het gesprek voor hen onmogelijk te volgen. Een verjaardag kan dan ook een regelrechte ramp zijn.
Maar een kamer waarin mensen door elkaar heen praten en waar bovendien ook nog de radio aan staat is een nóg grotere ramp. Zo kan ook het verkeer voor hen een sterke storingsbron zijn in de communicatie.

Verloedering
Op de één of andere manier lijkt voortdurend lawaai mensen onverschilliger te maken. Kinderen op school kunnen zich minder goed concentreren: de radio richt zich niet speciaal tot jou; moet jij dan wel opletten als de juf praat?
Jaren geleden deed een Amerikaanse gevangenis een intern onderzoek naar de gevolgen van beeld en geluid op het klimaat binnen de gevangenis.
Daaruit bleek dat het van de kabel halen van de zender MTV (met zijn constante overprikkeling aan beelden en geluiden) de agressie binnen de gevangenis fors deed dalen.

In Alkmaar maakte iemand een opmerking over het harde lawaai van een bromfiets; hij werd zonder pardon door de bestuurder van de brommer doodgeschoten. Het is een extreem voorbeeld. Toch lijkt er een verband te zijn tussen geluidsoverlast en zorg voor de omgeving.
De rechtsfilosofe Dorien Pessers: Onvoorspelbare geluiden, door elkaar heen, brengen een heftige en lege prikkeling van het zenuwstelsel teweeg. Als er geen bescherming bestaat tegen deze overprikkeling, ontstaan er gevoelens van onlust en onmacht, die zich uiten in agressie tegen en onverschilligheid voor de omgeving (in: 6).
Met andere woorden: geluidsoverlast en verloedering van de omgeving gaan vaak hand in hand.

De zegen van de stilte
Tijdens het schrijven van deze bijdrage moest ik denken aan Psalm 65: de stilte zingt U toe, o Here. Psalm 65 is een lofzang. Toch spreekt David in het eerste vers van die Psalm over stilte. Die stilte houdt, zo vermoed ik, verband met eerbied. Maar zit er in die stilte niet tegelijkertijd een andere boodschap? Door het rumoer van alledag raakt God op de achtergrond. Ons tempo, onze drukte, ons geluid. Waar en wanneer is er nog ruimte voor stille tijd? Kunnen we nog wel stil zitten?
In 1 Koningen 19 verschijnt Jahweh aan Elia in het suizen van een zachte koelte. En dan, in die stilte, omwindt Elia zijn gelaat en gaat naar buiten.
God laat zich hier ontmoeten in de stilte.

Een ander aspect van de aandacht voor de stilte is de zorg voor kwetsbare mensen in de samenleving. Een voortdurende kakofonie van geluiden is ziekmakend.
De zwakken in de samenleving zijn daar vaak als eerste de dupe van. Ze worden onvoldoende beschut tegen de akoestische vervuiling in de maatschappij.
Politici die oog heeft voor de zorg voor zwakken zullen serieus rekening moeten houden met de ziekmakende effecten van geluidsoverlast.
(wordt vervolgd)

Geciteerde bronnen:
1 Gunilla Gerland: Een echt mens (Houtekiet, Baarn, 1998) 2 Kay Redfield Jamison: De onrustige geest, blz. 89 (Luitingh-Sijthoff, Amsterdam, 1996) 3 Geert Mak: Het ontsnapte land, blz.
35 (CPNB, 1998).
4 H. v.d. Berg e.a.: Bouwen en Bewaren (Groen van Prinstererstichting GPV; 1974) 5 Ds. P. Kurpershoek, Opbouw 43/8, 16 april 1999.
6 Marcel ten Hooven: Een staaltje menselijk kunnen (in: Trouw, 5 juni 1999).
7 Landschap in perspectief; perspectief op het landschap (Jan van Arkel, Utrecht, 1999).

Achmed kan slecht tegen lawaai
Achmed woont in een huis voor verstandelijk gehandicapten. Vaak kon hij niet slapen. Ook had hij moeite om zich te concentreren. Als hij oververmoeid raakte, leidde dit tot bizar gedrag. Hij kreeg dan extra medicijnen.
Onlangs kreeg het huis geluidsisolatie. Tot verbazing van iedereen werd Achmed daarna veel rustiger. Pas toen bleek dat zijn onrust veroorzaakt werd door het vele geluid uit de omgeving: de start- en landingsbaan van een vliegveld en een drukke verkeersweg. De geluidsisolatie helpt Achmed.
Binnen, welteverstaan. En slapen met een open raam is er niet meer bij. Het gaat dus wel beter met Achmed, maar we hebben als samenleving tegelijkertijd zijn bestaan verder verkleind. ’s Nachts weinig frisse lucht meer, want die neemt teveel geluid met zich mee!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief