Ingezonden

1999-06-25
  • Jaargang 43
  • nummer 13
Goede hoop voor Zuid-Afrika?
Onlangs heeft B. Wielenga in Opbouw (jan 1999) twee artikelen geschreven onder de titel ’Waarheid en Verzoening’.
Daarin bespreekt hij de mogelijkheden voor verzoening in Zuid- Afrika. Wij wonen nu al 24 jaar in dit land en stellen daarom groot belang in de toekomst daarvan; daarom willen we graag reageren op Wielenga’s visie. We beseffen dat het hier grotendeels gaat om interne Zuid-Afrikaanse zaken, en daarom beperken we ons tot de meer algemene kanten daarvan.
Voor ’n goed begrip van de situatie in Z.A. is het allereerst nodig om stil te staan bij wat hier in 1994 gebeurd is.
Zoals iedereen wel weet zijn daar toen voor de eerste keer verkiezingen gehouden waaraan iedere inwoner kon deelnemen. Dat was het einde van apartheid. Tot ’94 werd het land uitsluitend door de blanken geregeerd.
Weliswaar was het de bedoeling om de verschillende volken in dit land te scheiden door elk een eigen deel te geven, maar die politiek is na de moord op de eerste minister Verwoerd in 1966 steeds meer op de achtergrond gekomen. Zodoende is het land verzeild geraakt in de situatie van ’n koloniaal stelsel. Dat betekent eenvoudig dat ’n kleine blanke minderheid regeert over ’n grote zwarte meerderheid.
Koloniale stelsels waren vroeger overal aanwezig in Afrika en Azië. Ook Nederland had zijn kolonies (Oost- en West-Indië). Na de Tweede Wereldoorlog is daarin verandering gekomen.
Overal ontstonden bevrijdingsbewegingen.
De koloniale regimes traden daartegen hard op in de gedachte dat het slechts om ’n klein groepje terroristen ging. Dat was ’n vergissing en toen de regimes daarachter kwamen, hebben ze gauw de macht overgedragen aan de bevrijdingsbeweging en daarna was het wegwezen. Op deze manier is in Indonesië Soekarno aan bewind gekomen en was dat in Z.A.
Mandela. Hier heeft dit proces veel langer geduurd omdat het regime ondersteund werd door een aanzienlijk deel van de bevolking, de blanken ca. 5 miljoen. Bovendien stonden zij met de rug tegen de muur, want er was geen moederland om op terug te vallen, zoals het geval was met de Nederlanders in Indonesië.
In ’94 is er dus in Z.A. ’n einde gekomen aan het koloniale stelsel; niks bijzonders dus. Dit was goed want discriminatie is ’n vorm van geweld en dus in strijd met de wet van God (6e gebod). Voor de zwarten was het ’n bevrijding, maar ook voor de blanken was het ’n verlichting: de verantwoordelijkheid om over ’n groot aantal mensen te regeren is van onze schouders genomen.

Hoe verder?
Maar hoe nu verder? In 1994 is in de nieuwe grondwet erkenning gegeven aan niet minder dan 11 ambtelijke talen. Dat wijst er op dat Z.A. allesbehalve ’n homogene staat is. Er heerst hier ’n Babylonische spraakverwarring.
We zitten namelijk met de typische, lelijke, koloniale erfenis. De grenzen van de koloniën zijn immers vroeger tot stand gekomen volgens de militaire macht van de koloniserende staten.
Geen rekening is gehouden met de inwoners, met hun taal en stamverband.
Toen de koloniale macht zich terugtrok zijn er overal bloedige conflicten tussen de verschillende bevolkingscomponenten uitgebroken na kortere of langere tijd. Denk maar aan Rwanda. Ook in Indonesië beginnen etnische conflicten uit te breken nu de druk van de dictatuur verslapt. Maar ook in Z.A.is al jaren lang ’n dergelijke strijd aan de gang tussen de Zulu’s in Natal, die naar onafhankelijkheid streven, en de centrale regering van de ANC. Dit heeft al duizenden mensenlevens gekost.
Dr. Wielenga, die daar woont en werkt, weet daar alles van. Maar de ANC wil zijn positie als regeerder van het hele land behouden en zet alles op alles om alle volken in dit land samen te smelten tot ’one nation’.
Daartoe is het van groot belang dat allemaal dezelfde taal spreken en daarom wordt engels sterk bevoordeeld.
De ANC beseft niet dat zij daarmee probeert om ijzer met handen te breken. Volken en talen laten zich niet manipuleren door machthebbers: de Sovjet Unie en Joegoslavië zijn daarvan recente bewijzen. Dit bevestigt ook wat Gods woord ons leert in Gen 11. Als God de taal van de mensen verwart, wie zal Hem dan keren? Alles wijst er echter op dat wij in Z.A. deze les nog moeten leren. Natuurlijk ten koste van veel bloed en tranen. Daarbij vergeleken zal de ellende van de apartheidstijd kinderspel blijken.

Zending
Wat is nu de taak van zending en kerk in dit nieuwe Z.A.? Volgens Wielenga moet er verzoening komen tussen zwart en wit met het oog op ’n gezamenlijke toekomst; kerk en zending kan daarbij behulpzaam zijn door het organiseren van gemeenschappelijke herdenkingsdagen. Uit het voorgaande zal het duidelijk zijn dat we met hem radicaal verschillen. Zijn ideaal van ’n eenheidsstaat waarin sterk verschillende volken in vrede samenleven is ’n utopie. Sterker nog: het is een recept voor spanning en eindeloze conflicten. Elke man wil zijn eigen huis hebben en elke volk wil zijn eigen samenleving. De oplossing voor Z.A. is verdeling volgens etnische grenzen.
Dit is wel waar dat mensen en volken in vrede met elkaar moeten leven. Als de één de ander te na gekomen is, dan moet er recht geschieden; de misdadiger moet gestraft worden. Vrede en verzoening berusten op recht. Het was dan ook ’n grote flater van de ANC om de misdadigers uit de apartheidstijd (zwart en wit ) volledige amnestie te verlenen. Daarmee heeft ze haar eigen doelstelling van eenheid ernstig benadeeld. Om nu nog de slachtoffers te proberen over te halen tot verzoening (Tutu) is dwaasheid. De tijd zal ook deze wonden maar moeten helen.
Er is echter nog ’n andere vorm van wrijving tussen zwart en wit. Dat is het gevoel bij de zwarten dat ze zijn uitgebuit en verontrecht. Dat is inderdaad het geval geweest. Maar het is ook zo, dat aan de zwarten de gelegenheid gegeven is (ze zijn zelfs gesmeekt) om hun eigen staten te ontwikkelen.
We verwijzen hier naar enkele artike len in Opbouw van 1979 geschreven door Milo. Maar het mocht niet baten.
De ANC was met niets anders tevreden dan met het hele land. Waar twee kijven hebben twee schuld zegt het spreekwoord en dat is hier van toepassing.
Lijkt de toekomst van Z.A. dus donker?
Inderdaad. Tenzij kerk en zending hun plicht doen. Hun taak is om het evangelie te verkondigen op alle terreinen van het leven. Ook het evangelie van Gen. 11. De prediking moet de ogen van de mensen open maken voor de schepping. Ze moeten leren de verscheidenheid in taal en cultuur te aanvaarden en te gebruiken.
Daarom adviseren wij de zendelingen in Natal om aan de kant van de Zulu’s te gaan staan en hen te ondersteunen in hun liefde voor eigen taal cultuur en politieke zelfstandigheid. Dat zullen die mensen verstaan en waarderen.
Alleen zo kan er ’n beetje licht en ’n beetje hoop komen aan de zuidpunt van Afrika.

Anton en Riet Zeevaart, Pretoria, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief