Vrees niet!

1999-07-09
  • Jaargang 43
  • nummer 14
‘Vrees niet!’ Iemand vertelde mij eens dat dit woord 365 keer in de bijbel voorkomt, voor elke dag van het jaar één keer. Ik heb dat niet nageteld, maar ook al zou het niet kloppen, de gedachte erachter is juist: Nooit, nooit, behoeven wij voor God bang te zijn, of dat van die 365 keer nu waar is of niet.

Wat in ieder geval wél waar is: Je komt dit geruststellende woord in de bijbel nogal eens tegen, als de Here God of een engel aan iemand verschijnt. ‘Weest niet bevreesd’, zegt bijvoorbeeld de engel tegen de herders van Betlehem. En dat is maar één voorbeeld uit de vele. We mogen daaruit opmaken, dat wij mensen er met schrik op reageren, wanneer we met de wereld van God in aanraking komen.

Het is ons kwade geweten dat voor die schrik zorgt.
God is heilig en wij zijn dat niet. Of wij nu gelovig zijn of niet, het besef is bij ons allen springlevend dat wij voor God geen been hebben om op te staan.
Wanneer er op dit ogenblik een engel in ons midden verscheen zou dat voor aller oog duidelijk worden. Mensen die in vroeger tijd een godsverschijning kregen, dachtendan ook dat hun laatste uur geslagen had. Jesaja bijvoorbeeld: ‘Wee mij, ik ga ten onder...’ (Jesaja 6 : 5).
Maar dan is daar van Gods kant die geruststelling: Vrees niet! Hoe moeten we dat verstaan?
Want het is toch niet kwaad dat wij God vrezen?
Het is tenminste een bewijs dat ons geweten goed functioneert.
Bovendien, is er in de bijbel geen sprake van ‘de vreze des HEREN’? En dat is toch helemaal een goede zaak. ‘Vreze des Heren’, zo zou je zelfs de hele bijbelse godsdienst kunnen typeren. De bijbel brengt ons die godvrezendheid op elke bladzij bij. Denk maar aan het bekende woord uit het begin van het Spreukenboek: ‘De vreze des HEREN is het begin van de wijsheid’ (1 : 7).

Bangheid of eerbied
Waarom dan dat herhaalde ‘Vrees niet!’? Dat is omdat vrezen en vrezen twee zijn. Vrees kan op bangheid duiden, maar vrees kan ook op eerbied wijzen. Als wij bang zijn voor God, zegt Hij: ‘Vrees niet!’ Maar hebben wij eerbied voor Hem, dan noemt de bijbel dat vreze des Heren en die wordt ons zelfs aanbevolen.
‘Er is in de liefde geen vrees’, lazen we zoëven, ‘want de volmaakte liefde drijft de vrees uit’. Hier worden vrees en liefde tegenover elkaar gezet.
Welke vrees wordt nu door de liefde uitgedreven?
De vrees van de angst of de vrees van de eerbied?
Die van de angst, dat is duidelijk. Want het gaat zo verder: ‘De vrees houdt verband met straf en wie vreest is niet volmaakt in de liefde’. De vrees die verband houdt met straf, is de vrees van de angst.
Die kan niet bestaan als wij God als de God van liefde hebben leren kennen.
Als wij God als de God van Jezus Christus hebben leren kennen, zo kan ik het ook zeggen.
En de vrees als eerbied, blijft die dan bestaan?
Wordt die niet door de liefde uitgedreven? Nee, want altijd zullen we ons met ontzag verwonderen over de liefde van God.
Die is immers niet vanzelfsprekend.
Als wij onszelf een beetje kennen, weten we dat ook wel. Of hebt u er nooit moeite mee uzelf lief te hebben?
Onderzoek eens eerlijk je eigen hart en probeer dan jezelf lief te hebben. Je zult merken dat het veel gemakkelijker is jezelf te haten. En denk je dan eens in dat God jou eerlijk onderzoekt en toch van je houdt. Is dat niet verbazend?
Dat vervult je toch met de grootste eerbied voor Hem? Eerbied vanwege zijn liefde.

Wees niet bang
En daarom zeg ik dat de liefde tot God wel de vrees van de angst uitdrijft, maar niet de vrees van de eerbied. De eerbied, omdat God deze wereld zo lief had dat Hij zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft als een verzoening voor onze zonden.
Dat is een liefde die zo ver gaat, dat je daar niet anders dan met het grootste ontzag over na kunt denken. ‘Geloofd zij God met diepst ontzag’, zoals een oude psalm het zegt (Psalm 68 : 10, OB).

Vrees God maar wees niet bang voor Hem! En als wij voor God niet bang hoeven te zijn, dan is er verder voor geen ènkele vrees nog enige reden.
Wij mensen zijn zo bang, valt u dat ook niet op? De onveiligheid op straat, de mogelijkheid dat je door mensen die er vertrouwd uitzien bij de neus genomen wordt, dat je op de markt van je geld beroofd wordt, zoveel ziektes waarvoor de dokters geen oplossing weten, het nieuwsbulletin waar we met ontzetting kennis van nemen, de toenemende armoede in de wereld, het wereldgebeuren, waarin het geweld steeds nauwere kringen om ons heen trekt, het onvoorspelbare gedrag van de natuur, zelfs de verwarring van het klimaat - de mensen zijn bang en reageren op een en ander steeds nerveuzer.
Dat kun je zien aan de spanning rond het naderende jaar tweeduizend.

Wie zal toch die angsten die wij bij ons dragen kunnen wegnemen?
Wantrouwen wij niet bij voorbaat elke geruststellende praat? Het eerlijke van de bijbel vind ik dat hij niet alle vrees oppervlakkig wegwuift en ons onomwonden zegt dat er naar het einde toe moeilijke tijden voor ons liggen.
Denk maar aan het boek Openbaring. Maar, zegt hij dan verder, die weeën waar jullie zo bang voor zijn, dat zijn de geboorteweeën van de nieuwe wereld die komt.

En dat is niet zomaar een loze pep-talk van mensen die ervoor geleerd hebben angsten weg te masseren, nee, dat van die nieuwe wereld die komt, dat staat door de opstanding van onze Heer vast.
En degenen die in geloof zich vasthechten aan Jezus Christus, die zullen die toekomende wereld ook zeker beërven. ‘Vrees niet’, zegt Jezus, ‘Ik ben door alle angsten heen met u, alle de dagen, tot aan de voleinding der wereld’ (Matteüs 28 : 20).

(Toespraak voor de middagpauzedienst in Zeist op 17 september 1998)

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief