Heiligen, demonen of gestorvenen

1999-07-09
  • Jaargang 43
  • nummer 14
Dat Afrika leeft met zijn gestorvenen, zijn levenddoden, weten we anno 2000 zo langzamerhand allemaal.
In ons wereldje, the global village, beginnen we elkaar steeds beter te kennen. Maar van onze veilige afstand in Europa kijken we naar dat voorvader-geloof met heel wat onbegrip. Hoe moeten we ons dat indenken dat de gestorven voorouders als middelaars fungeren tussen ons, de levenden, en de verre onbekende grillige God? Was dat geloof nu nog beperkt tot een liturgische dienst af en toe als een kapelleke terzijde, maar de Afrika-kenners houden niet op ons te vertellen dat het vooroudergeloof tot het alledaagse leven behoort. Zoals mijn “opoe” in de dertiger jaren bij ons thuis inwoonde, zo zijn de levend-doden bij ons thuis.
Het is wel te begrijpen dat de onmiddellijke aandacht van de zendeling zich op dat on-Bijbelse geloof richt.Weg met die schijn-middelaren!
Vorig jaar heb ik in Opbouw(23-01-98) nog verwezen naar de gestelde vragen bij het doen van belijdenis in de zendingskerken op Irian Jaya waaronder deze: verwerpt U alle dienst aan de vooroudergeesten . . .
De vraag zou ook uit een Ned.Geref. zendingskerk kunnen zijn weggelopen.
Begrijpelijk, want de heiligen van Afrika zijn in Bijbels licht demonen geworden.

Nu kunnen we met het Evangelie ons op twee manieren hiertegenover opstellen. In de terminologie van de vorige Snipper die over de bekering van de Germaanse volken ging: we kunnen de heilige eik van Donar omkappen of we kunnen voor de Donar-eik een Christusbeeld oprichten.
Toegepast op Afrika: wanneer een jaar ongeveer na het sterven van vader hij uit het wazige geestenrijk als beschermer naar huis wordt teruggebracht, kan de kerk zeggen: dat doen we niet, Christus is Heer Úf de kerk kan zeggen: bij wie zich bij de kerk voegde en die ceremonie houdt, is de kerk met het Woord in dat huis aanwezig.
Dat is Afrika-pastoraat!
Het Evangelie holt van binnen die ceremonie uit. Er is één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus. En de ten troon geheven mens wordt ont-heiligd en verontdemoniseerd. De vorig jaar overledene is geen heilige, geen demon maar een gestorvene. Luister maar naar de Heer: de gestorven Christenen zullen eerst opstaan en daarna pas worden wij die in leven gebleven zijn, tegelijk met hen weggevoerd om de Heer in de lucht te ontmoeten (I Tes 4).
De goden van gisteren worden weer wat zij waren: mensjes onder God. Om het oudtestamentisch te zeggen: Jahweh troont temidden van de goden. Christus is ook Heer van de gestorvenen.

Het omkappen van de Donareik is makkelijker. Maar de Donar-dienst is onaangeraakt.
Het is makkelijker om van de Afrika-preekstoel te fulmineren tegen de ceremoniën van het terugbrengen van de geesten naar huis.
Maar hoe we ook preken en catechiseren, er is overal wel een terugbreng-ceremonie hetzij in de familie hetzij bij de buren waar je niet verstek kunt laten gaan. Van binnen uit -en dat is de lange, moeilijke weg- kan het Evangelie de cultuur veranderen waarin de mens veel teveel eer kreeg en de Here Jezus als Middelaar aan de kant werd gezet.Want die terugbreng-ceremonie heeft door de eeuwen zo`n belangrijke plaats in Afrika ingenomen dat het tot de gewone cultuur is gaan behoren.
Hetzij in heidense, hetzij in geseculariseerde, hetzij in Christelijke vorm. Maar de ceremonie moet er zijn. Het terugbrengen wordt een ceremonie waarbij de familie bij elkaar komt, samen nog eens aandacht geeft aan de gestorvene die er toch nog echt bijhoort en waarin de Heer wordt aangeroepen.
Dat mag toch? Je zou de vraag kunnen stellen of wij van het Westen er niet eens aan zouden kunnen denken de gestorvenen bij de gemeenschap der heiligen te betrekken. Tussen zo`n verchristelijkte ceremonie en de nog volop heidense ligt een grijs gebied -ergens tussen cultuur en religie, tussen middelaars en Middelaarwaar wij geen vat op hebben of hoeven hebben. Maar als wij werkelijk geloven dat Christenen het zout van de wereld zijn, dan zijn we er rustig onder.Want zout werkt al heeft niemand het ooit zien werken. Bedenkelijk kleingeloof is echter het zout weg te houden daar waar het hoort te zijn.

J. Vonkeman, Richmond, Zuid- Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief