Eenheid en verscheidenheid

1999-09-03
  • Jaargang 43
  • nummer 18
Om te beginnen een raadseltje: uit welke kerkelijke hoek denkt u dat de volgende zinnen afkomstig zijn: Het is goed om regels te hebben, maar als je het er met elkaar over eens bent dat deze regels een goede en efficiënte besluitvorming in de weg staan, moet je ook de moed hebben om er, goed gemotiveerd, een uitzondering op te maken. Nu, waar komen zulke geluiden vandaan? Nederlands Gereformeerd, denkt u? Die hebben immers zo’n Akkoord van Kerkelijk Samenleven waar de dingen op zo’n soort manier officieel vastgelegd zijn (Preambule, artikel 34)? Nu, u hebt het bijna goed! ‘t Is namelijk Vrijgemaakt - maar dan wel zó Vrijgemaakt dat het heel herkenbaar is voor ons, Nederlands Gereformeerden.
Het komt uit De Reformatie van 17 juli, uit het weekverslag van de Generale Synode van de Gereformeerde Kerken Vrijgemaakt, en het is geschreven door Piet G.B. de Vries, die door de synode is aangesteld als persvoorlichter.

Al eerder in ditzelfde weekoverzicht was ik een opmerkelijke zin tegengekomen.
Dat is in de passage waarin De Vries verslag doet van de bespreking ter synode van de contacten tussen de Gereformeerd Vrijgemaakten en de Christelijke Gereformeerden: Met spijt moesten de CGK vorig jaar op hun synode in Haarlem constateren, dat verdere samensprekingen met de NGK (Nederlands Gereformeerde Kerken) voorlopig niet zinvol zijn. Dat deed hun verdriet, en ons ook.
Het opmerkelijke zit ‘m natuurlijk in die laatste drie woordjes: ‘en ons ook’. Wij hadden immers altijd begrepen dat Vrijgemaakten wat dit betreft maar één ding wilden: verbreking van alle contacten tussen CGK en NGK. En nu staat hier gewoon dat het hen verdriet doet dat de contacten door de CG synode zijn verbroken! Verwonderlijke dingen, die het waard zijn met dankbaarheid te vermelden.

Nu ja, het kan natuurlijk ook anders. Reformanda krijg ik helaas niet toegestuurd, maar ook elders lees je soms dingen die je de haren ten berge doen rijzen. Zo schreef bijv. M.
Noort een Ingezonden in het Nederlands Dagblad van 9 juli, óók over de Generale Synode van de GKV; maar hij kijkt er duidelijk wat anders tegenaan dan de officiële persvoorlichter.
Zo zegt Noort bijvoorbeeld dat het een veeg teken is dat er zo weinig strijd is in de kerk.
Immers: Waar de kerk is, daar is ook de satan om die kerk aan te vallen en zoveel mogelijk kapot te maken.
Het is daarom altijd weer een strijd om bij de waarheid van Gods Woord bewaard te blijven. En juist van die strijd is op de synode vrijwel niets te merken. Dat geeft te denken!
Nee, dat klinkt toch heel anders dan het daarnet van De Vries geciteerde.
Dat geldt ook voor de zorg die Noort uitspreekt over het feit dat afbreuk wordt gedaan aan de onvoorwaardelijke handhaving van Schrift, belijdenis en kerkorde - een drieslag waarop je een Nederlands Gereformeerde niet zo gauw zult betrappen, zéker niet als ze blijkbaar alle drie ook nog eens in gelijke mate onvoorwaardelijk moeten worden gehandhaafd. Dat Noort vervolgens het ontbreken van Schriftuurlijke leiding aanduidt als één van de kenmerken van de Gereformeerde Kerken in onze tijd klinkt ons van dertig jaar geleden bekend in de oren. En tenslotte eindigt hij zijn Ingezonden met de zin: Ons gebed voor de synode loopt door de genomen besluiten steeds vaker uit op de bede of de Here Zijn kerk een nieuwe reformatie wil geven. (Voor niet ingewijden: ‘een nieuwe reformatie’ is vakjargon voor: weer een kerkscheuring.) Trouwens, nu we het toch over binnenkerkelijke meningsverschillen hebben: ook binnen de Gereformeerde Gemeenten (in Nederland en Noord Amerika) is het niet allemaal koek en ei, getuige de volgende ontboezeming van één van de kopstukken van dit kerkgenootschap, ds. A. Moerkerken (in een artikel over kerkelijke verdeeldheid in De Saambinder van 24 juni): De zaak van de kerkelijke verdeeldheid is in de praktijk ook veel ingewikkelder dan zij op het eerste gezicht lijkt. De grenzen, de kloven, de vervreemdingen lopen niet alleen tussen de verschillende kerken. Zij lopen dwars door de kerken heen! Wie zal nooit eens de ervaring hebben gehad in het gesprek met mensen of luisterend naar een prediking van een andere kerkformatie, geestelijke herkenning te ervaren - terwijl er in het contact met mensen binnen de eigen kerkelijke gemeente soms sprake is van vervreemding omdat men elkaar geestelijk niet meer verstaat, al spreekt men misschien dezelfde woorden? Men moet van mij geloven dat ik soms binnen - mag ik ze dan maar noemen? - de Nederlands Hervormde Kerk, de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, de Oud Gereformeerde Gemeenten (ik ben niet volledig) kinderen en knechten des Heeren heb ontmoet en beluisterd voor wie ik veel respect voelde en met wie ik me hartelijk verbonden wist. Een respect en een verbondenheid die ik soms miste in het contact met mensen die tot het kerkverband behoren waarvan ik deel uitmaak en dat ik liefheb. Maar wat is dan eenheid?
‘Doch in ootmoedigheid achte de één de ander uitnemender dan zichzelf’, zegt de apostel (Filippenzen 2:3). Toegegeven: dat klinkt buitengewoon onpraktisch.
Maar je zou het toch op z’n minst kunnen probéren...

M.H.T. Biewenga, Emmeloord

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief