De blijvende betekenis van de HC

1999-09-17
  • Jaargang 43
  • nummer 19
In een lijvig boekwerk heeft dr. W. Verboom aandacht besteed aan de theologie van de Heidelbergse Catechismus. Hij behandelt de enige troost, de mens, het geloof, de voorzienigheid van God, Christus en de christenen, de Heilige Geest, de kerk, de eschatologie, de sacramenten, de bekering, de wet en het gebed. Wij kunnen uiteraard niet op al deze themata nader ingaan, maar willen wel enkele zaken aanstippen.
De HC. kent een eigen spiritualiteit aldus Verboom en daarin vallen wij hem bij. De HC. is antropologisch-bevindelijk van aard. ook die typering kan ik aanvaarden al vind ik het wel jammer, dat meteen al aan het begin het woordje bevindelijk gehanteerd wordt, omdat het binnen een bepaalde kring zo verschillend wordt geïnterpreteerd. Zondag 1 als opschrift geeft metterdaad aan hoe existentieel de HC is. Voorts wordt het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest belicht. Het is jammer, dat de auteur niet dieper ingaat op de oorspronkelijke betekenis van het woordje troost. Verboom heeft zich enorm verdiept in de stof, die hij behandelt en reikt ons zo veel wetenswaardige dingen aan. Geloven is kennen en vertrouwen. Dat mag nooit van elkaar worden losgemaakt.
Het is een eenheid.
Heel juist zijn de opmerkingen, die docent Verboom over de voorzienigheid van God maakt: "We moeten de uitdrukking 11 van zijn vaderlijke hand" niet al te "technisch" opvatten maar als een uitspraak die wil zeggen dat ik de dingen die gebeuren anders ga zien als ik ze betrek op Gods hand(elen). De term "VAN zijn vaderlijke hand"
zou om alle misverstand te voorkomen opgevat kunnen worden als"DOOR MIDDEL VAN" of "VIA" zijn vaderlijke hand. De dingen gebeuren niet buiten Hem om". (p.93). Verboom memoreert, dat bij Olevianus het verbond een rol speelt. Het is te betreuren, dat de auteur bij de behandeling van het thema van de kerk als vergadering der ware christgelovigen niet de werken van K. Schilder en C. Veenhof ter sprake brengt, die zich in het bijzonder met dit deel van de confessie hebben beziggehouden. Over de sacramenten worden fijne opmerkingen gemaakt.
Benadrukt wordt, dat het de HC in het sacrament gaat om het teken en zegel van GODS belofte. Wat God doet staat voorop terwijl van de kant van de mens om het gelovige gebruik gevraagd wordt (p.223). Wij hebben er echter grote moeite mee als de schrijver de vraag opwerpt of in ONZE tijd toch ook niet gezegd mag worden, dat de Heilige Geest door de bediening van de sacramenten in de gemeente het geloof werkt. Niet als substituut voor het hoorbare Woord, maar in aansluiting aan dat Woord.
Verboom houdt dan de mogelijkheid open, dat in de kerkdienst waarin Woord en sacrament bediend worden mensen door de zichtbare liturgische handeling van het sacrament aangeraakt worden door de Heilige Geest en tot persoonlijk geloof komen. (p.224). Hier vrees ik, dat een volledige identificatie van wat de Heilige Geest doet via prediking en sacramentsbediening zal leiden tot een vorm van mysticisme. En daar ben ik vuurbang voor! Maar toch: dit geschrift van dr. Verboom is er één van niveau.

N.a.v. Dr. W. Verboom: De theologie van de Heidelbergse Catechismus.
Boekencentrum Zoetermeer f49,50.

O.Mooiweer, Enchede

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief