Uit het nest vallen en niet te pletter slaan
1999-10-15
"Als een arend, die zijn broedsel opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn wieken uitspreidt, er een opneemt en draagt op zijn vlerken, zo heeft hem de HERE alleen geleid."- Jaargang 43
- nummer 21
Een prachtig detail uit de 'zwanenzang' van Mozes.
Aan de grens van het Beloofde Land kijkt deze leider terug. Hij wijst van zichzelf af naar de zorgende God. Daarvoor gebruikt hij het voorbeeld van een moeder-arend, die haar jongen uit het nest stoot om hen te leren vliegen. In “Zweven op de wind”, geschreven door Selwyn Hughes, wordt dit proces beschreven. De arend is een heel goede moeder. Ze bouwt haar nest in hoge bomen, ver weg van bemoeizuchtige mensen. Vervolgens wordt het bekeed met de zachtste veren die ze maar kan vinden. Als haar eieren uitgebroed en de arendsjongen geboren zijn, cijfert zij zichzelf helemaal weg. Iedere morgen vult ze het nest met hapjes waarmee de jongen de dag vooruit kunnen. Voor haar kostbare kroost is niets haar teveel.
Nadat ze wekenlang liefdevol voor haar jongen heeft gezorgd, verandert plotseling haar gedrag. Ze weet dat voor haar jongen de tijd is aangebroken om het nest te verlaten, ze moeten leren vliegen.
Daarom begint ze eerst de zachte veren uit het nest te trekken.
Daarna breekt ze alle takjes kapot. Ze haalt letterlijk hun veilige thuis overhoop.
Stukje bij beetje valt voor de jongen het vertrouwde weg. De kleine arenden worden doodsbang. Het gedrag van hun moeder begrijpen zij niet. Zeker niet als moeder hen ook nog eens -één voor één- naar de rand van het overhoop gehaalde nest duwt, vervolgens een zetje geeft en de ruimte in duwt.
Natuurlijk valt de kleine vogel als een bolletje naar beneden, krijsend van angst. Maar juist als hij bijna de grond raakt, duikt moeder-arend onder hem en vangt hem op haar brede vleugels en voert hem veilig omhoog, de lucht in. Het jong heeft even tijd om van de schrik te bekomen, even rusten bij moeder. Maar eenmaal weer in de hoogte, vliegt moeder schuin en laat zij het jong van haar vleugel afglijden. Opnieuw valt het de diepte in, maar deze keer klappert het al angstig met de vleugels en zo ontdekt hij dat hij vliegen kan. Zodra de moeder-arend haar eerste jong heeft leren vliegen, herhaalt zij dit proces bij al haar jongen, totdat ze allemaal het nest uit zijn, veilig en wel in de lucht.
Mozes, die veel in de bergen is geweest, heeft dit proces blijkbaar bestudeerd en van nabij gevolgd. Wat hij vertelt is dat de Here God precies zo met mensen handelt.
Hij duwt ons uit het geriefelijke nest, zodat we onze vleugels leren uitslaan en opstijgen naar het doel dat Hij met ons voorheeft. Het is een proces dat we met enkele kernwoorden kunnen weergeven; veiligheid en geborgenheid, vallen en gedragen worden, weer vallen om te leren vliegen.
Dit botst met ons eigen gevoel en verlangen naar vertrouwde patronen. Wij zijn mensen die van zekerheid en veiligheid houden.
We willen weten waar we aan toe zijn.
Wanneer dat evenwicht verstoord wordt, als er onverwachte en ingrijpende dingen gebeuren in ons leven, als de Here God toelaat dat het veilige nest van onze beschermde wereld wordt afgebroken, dan kunnen we net zo onzeker en bang worden als die arendsjongen.
Herkent u dit? Hebt u ook in uw leven perioden gekend zonder zorgen, waarin alles van een leien dakje liep en dat er plotseling nare en moeilijke dingen gebeuren waardoor u zei: "Net nu alles zo fijn leek te gaan moest dit gebeuren." Een moeilijke vraag is dan: "Hebt u daarin ook iets van de hand van de Here God ontdekt?" We moeten niet voor zo'n vraag weglopen.
Soms is het de Here God zelf, Die als een moeder- arend ons veilige nest sloopt. Niet omdat Hem dat plezier doet, niet om Zijn kinderen dwars te zitten of hun leven zuur te maken, maar om hen meer van Zichzelf te laten ontdekken en van Zijn bedoeling met hun leven.
Hopelijk mogen we daar ook in ons leven ervaring mee opdoen. Als we uit dat nest gestoten worden en we ons houvast en veiligheid verliezen en we de ervaring hebben dat we vallen en naar beneden storten, we op een onverwacht moment mogen ervaren dat daar ineens heel sterke vleugels zijn om ons op te vangen. Dat we gedragen worden door onze God en Vader, waar we veiligheid bij mogen ervaren. Bij Hem mogen we op adem komen.