Licht aan de horizon?
1999-10-15
Voor het eerst in de geschiedenis heeft een Nederlands Gereformeerde afgevaardigde gesproken op een Vrijgemaakt Gereformeerde synode, zo meldde het Nederlands Dagblad op de dag na deze historische gebeurtenis.- Jaargang 43
- nummer 21
Uit de toespraak, die ds Willem Smouter bij die gelegenheid gehouden heeft, haal ik een paar dingen naar voren.
Allereerst de noodzaak tot eenheid, wanneer het gaat om de vragen waar we als gereformeerde kerken in onze tijd mee geconfronteerd worden.
"We tillen ook aan dezelfde problemen van een afbrokkelende gereformeerde wereld en de moeite om in een samenleving waarin iedereen het o zo goed heeft, te laten zien dat het evangelie van Christus van wezenlijk belang is". In de tweede plaats stelde hij het gereformeerde karakter van onze kerken aan de orde. Een zaak die bij onze vrijgemaakte broeders en zusters nogal wat vragen oproept.
Toegespitst op de vraag naar de binding aan de belijdenis. In de derde plaats roerde ds Smouter terecht ook de schorsingen en afzettingen aan, die de breuk definitief maakten: "Maar het vergt nu eenmaal voor wie geschorst zijn meer tijd om er overheen te komen dan voor wie geschorst hebben".
Op zich mogen we ons verheugen over het feit, dat de synode ruimte gemaakt heeft voor een Nederlands Gereformeerde afgevaardigde om het woord te voeren. Dat betekent dat de ergste scherpte er van af is. En uit het verslag in de krant heb ik begrepen, dat ondanks grote verschillen in beoordeling, de deur op een kier is komen te staan. Er is herkenning.
En daar ben ik dankbaar voor. Aan deze ontwikkeling zal ongetwijfeld het contact op plaatselijk niveau hebben bijgedragen en zeker ook de contacten en de voorbeden van het Gereformeerd Appèl. Het was dan ook een verrassing om te vernemen, dat de synode kanselruil en een gezamenlijke avondmaalsviering plaatselijk toestaat, zij het binnen vastgestelde grenzen. Maar toch...
Het is al een hele stap, wanneer een plaatselijke situatie binnen het kerkverband erkenning mag genieten.
Het aardige is ook, dat het de wereld is, die onze ogen opent voor wat wij gemeenschappelijk hebben.
We blijven nog wat twisten over de ruimte die we elkaar gunnen in het beleven van ons kerk-zijn.
Hoe strak dient de binding aan de belijdenis geformuleerd te zijn? Wat mag je binnen de kerk ter discussie stellen? In de praktijk blijkt dat we met dezelfde vragen van doen hebben, en dat we in de meeste gevallen ook dezelfde antwoorden geven. Dat gebeurt in beide kerken al tastend en proevend. Door voorgangers, die hun antenne gericht houden op een cultuur waarin de kerk soms een marginale plaats heeft toegemeten gekregen. Wat wil de Schrift ons vandaag zeggen en wat mogen wij van de Here voor deze tijd verwachten? Uit de antwoorden, die gegeven worden blijkt, mijns inziens, dat we beiden op dezelfde basis staan. In beide kerken worden deze antwoorden gege ven vanuit het Woord van God, tegen de achtergrond van wat we in gemeenschap met de vaderen belijden.
Ik ben me bewust, dat daar het laatste woord nog niet over gezegd is, maar wanneer we elkaar vinden bij het centrum van het christelijk geloof, dan worden deze zaken ook in het onderling contact steeds beter bespreekbaar.
Haast zijdelings stelde ds Smouter ook de schorsingen aan de orde, die geleid hebben tot een definitieve breuk in de Vrijgemaakt Gereformeerde Kerken. Ik denk, dat hij dat terecht even aan de orde heeft gesteld. Het zal niet gemakkelijk zijn om achter die schorsingen en afzettingen terug te gaan, om ze terug te nemen.
Voor vele vrijgemaakte broeders en zusters ging het in die dagen om het behoud van de kerk.
Bewust is die verschrikkelijk pijnlijke weg toen ingeslagen. Maar het feit ligt er wel. Van harte hoop ik, dat wanneer we ooit komen tot een wederzijds belijden van schuld, dat dan ook deze schorsingen ongedaan gemaakt zullen worden.
Het kan nu nog! Velen van hen, die onder deze tuchtmaatregels hebben geleden, zijn nu nog in leven.
Hoe nu verder? Op landelijk niveau is de samenspreking op een laag pitje gezet. Gelukkig groeien er in de gemeenten en via allerlei organisaties nieuwe en soms veelbelovende contacten. Zelf hoop ik, dat er ook op het terrein van de opleiding tot dienaar des Woords iets van een samenwerking zal groeien. Tussen ons en de Christelijk Gereformeerde Universiteit bestaat een goede relatie. Ook is er een goede samenwerking tussen Apeldoorn en Kampen. Wat zou het voor de toekomst van onze drie kerken een zegen zijn, wanneer we samen zouden kunnen werken in de opleiding van onze predikanten.
Binnen die ene opleiding mag dan best plaats zijn voor allerlei nuances en verschil in nestgeur. Een droom? Misschien.
Maar toch minder ver weg, dan wij nu denken.