Zaaien, zaaien tot je niet meer kunt
1999-10-15
Ds. Johan Weij wil voluit herder zijn.- Jaargang 43
- nummer 21
Lid worden van een andere kerk, dat doe je niet zomaar.
Als 'gewoon' gemeentelid niet, als predikant al helemaal niet. Maar: 'Wanneer krijg je deel aan de zonden van een kerkverband?' ds. P.J.Weij (41) zette de stap en verruilt de Gereformeerde kansel voor de Nederlands Gereformeerde preekstoel: 'We vonden er de liefde voor het Woord van God.' Een kennismaking.
Zijn eerste ervaring met de Nederlands Gereformeerde kerken dateert uit de periode dat hij lid was van de jeugdvereniging van de Christelijk Gereformeerde kerk. Af en toe was er contact met de jongeren van de NGK in Heemstede. De eerste grensoverschrijding. En de ervaring dat grenzen niet onoverkomelijk zijn. Meer grenzen werden gepasseerd tijdens de opleiding aan de Reformatorische Bijbelschool (huidige 'Wittenberg') in Zeist: 'Ik ontdekte dat er in andere kerken uit de reformatie ook bijbelgetrouwe christenen zaten.' Een verrassende ontdekking: 'God was ook in andere kerken aan het werk. En wie was ik dan om te zeggen dat ik alleen in mijn eigen kerk aan de
slag wilde?'
Vooroordelen
Johan Weij was achttien toen hij besloot om naar de bijbelschool te gaan.
Of beter: toen hij de roeping ontving om te gaan. Die was zo duidelijk en niet mis te verstaan dat hij zonder al te veel aarzelingen het timmervak eraan gaf om zich drie jaar in bijbelse materie te verdiepen: 'Het was wel raar. Ik wist niet eens wat een bijbelschool was.
Dus dat ben ik eerst maar eens gaan onderzoeken.' Door praktische stages, de ervaring die hij daar opdeed en de gesprekken met anderen ontdekte hij dat pastoraat hem het beste lag. En in het laatste jaar van zijn opleiding solliciteerde hij dan ook links en rechts naar verschillende functies in het pastorale werk. Daarbij benaderde hij allerlei soorten kerken en uiteindelijk 'ging de deur van de Gereformeerde Kerk in Sliedrecht open'. 'Ik geloof bewust in de leiding van God, maar ik zat wel met een hele serie vooroordelen: bijvoorbeeld rond de veronderstelde wedergeboorteleer en de functie van de belijdenis.
Voordat ik dan ook de stap zette om in dit kerkverband te gaan werken, zijn er in diverse gesprekken wel een aantal kritische noten gekraakt. Wat voor mij uiteindelijk de doorslag gaf, was dat ze me vroegen of ik me aan de belijdenis wilde houden. En de toezegging dat ik hen er ook aan mocht houden.
Dat was een heel wezenlijk moment. Maar natuurlijk blijft het een hele stap. Die zet je niet zomaar.' Jaren van pastoraal werk volgden. Na de periode in Sliedrecht volgde een tijd van werken in de kerken van Almkerk, Waardhuizen, Vuren en de vacante gemeente van Meerkerk. Toen ze hier -toch nog tamelijk onver- wacht- een predikant vonden, vond Weij zichzelf opeens met de rug tegen de muur, zoals hij het zelf uitdrukt: 'Een periode van bidden en zoeken brak aan. Mede doordat er steeds minder mogelijkheden voor een pastoraal werker waren om een baan te vinden, besloot ik te gaan studeren.' Dan toch maar door voor dominee. De studie vroeg op een gegeven moment echter zoveel tijd, dat Weij besloot te zoeken naar een gemeente in de omgeving van Kampen, om studie en werk te kunnen blijven combineren.
En zo belandden hij en zijn gezin in 1994 in St. Jansklooster.
Midden in de polder, een provinciale weg kronkelt zich door weilanden en dorpen; wringt zich in allerlei bochten naar een doel dat altijd verder ligt.
Water, land, lage zon.
Boerderijen verspreid, klonteren samen, een klein dorp. Een smalle straat, supermarkt en moderne kerk. De weg kronkelt verder, maar het doel is bereikt: een parkeerplaats, een hoge heg en daarachter een huis.
'Een glazen huis', letterlijk.
'Dat heb je in een dorp', glimlacht Weij. Hij kent inmiddels het klappen van de zweep. De buren zullen niet weten dat er vandaag een journalist bij de dominee op bezoek is geweest. Een groot deel van het dorp bevindt zich 's zondags onder het gehoor van ds. Johan Weij. Zo ook die bewuste zondag in juli, toen hij na de kerkdienst iedereen verzocht weer even te gaan zitten, omdat hij een persoonlijke mededeling had. 'Ze namen het tamelijk rustig op', zegt de predikant. In de gesprekken daarna waren er mensen die hem feliciteerden en daarna de kerkenraad condoleerden.
Sommigen hadden het wel aan zien komen, anderen niet. Weij: 'Het is een proces. Zoiets gebeurt niet van de ene op de andere dag. Je signaleert dingen waar je niet gelukkig mee bent. En dat worden er steeds meer. Een andere visie op evangelisatie, zending, predikantenopleiding.
Maar je neemt het voor lief omdat het plaatselijk nog wel uit te houden is. Je bent min of meer zelfstandig en dus kun je, als je dat wilt, je muren optrekken en een eigen koers varen.
Maar het stapelt zich op en je begint steeds meer te vervreemden. Je hoort predikanten in je naaste omgeving allerlei wezenlijke zaken uit de twaalf artikelen van het christelijk geloof ondermijnen.
Je gaat je steeds meer zendeling in je eigen kerk voelen.
Zaaien, zaaien tot je niet meer kunt. Dat is je grote opdracht. Totdat er dan die laatste druppel valt: dat het hart van het evangelie wordt aangetast en er geen krachtige tegengeluiden worden gehoord. Zoals in het geval van professor Den Heyer. Hij zegt vrijuit dat Jezus niet voor onze zonden aan het kruis is gestorven en dat mag hij blijven zeggen.
Hij mag blijven preken en zijn boeken gaan als zoete broodjes over de toonbank. Het enige wat je dan eigenlijk nog kunt doen is als kerkenraad een bezwaarschrift indienen en er op de preekstoel krachtig stelling tegen nemen.'
Vertrekken
Maar: wanneer krijg je nu deel aan de zonden van een kerkverband? Dat is de vraag die Weij maandenlang heeft beziggehouden en ook steeds nijpender werd: 'Ik kwam er niet uit. God heeft me de weg gewezen naar de Gereformeerde Kerk, dat wist ik zeker. Ik moest op deze post blijven totdat Hij me duidelijk zou maken dat het anders moest. Het drukt je geweten, je bidt ervoor, praat er met anderen over, leest de bijbel.' En toen was daar het moment dat ze plotseling geraakt werden door een bepaalde tekst; een tekst die keer op keer terugkwam en waarvan ze in eerste instantie niet wisten wat ze ermee aan moesten. Weij: 'Het was een proces van maanden, maar toen wisten we dat die tekst te maken had met ons kerkverband.
Vertrekken, het onreine niet aanraken... Weggaan, maar niet overhaast en niet in een vlucht, in een opwelling. God zal voor je uitgaan en ook je achterhoede zijn. En langzaam maar zeker werd de weg geopend naar de Nederlands Gereformeerde kerken. En daarbij speelden ook andere zaken een rol: ds. Van Riessen uit Ermelo die een jaar eerder ook deze stap had gemaakt, de nood en het predikantentekort in de Nederlands Gereformeerde kerk...'
Herkenning
Weij en zijn vrouw verdiepten zich in de historie van het kerkverband: de structuur, het AKS en ook het verleden. Weij: 'Wat we aantroffen gaf zoveel herkenning. Een van de oorzaken van de breuk in '68 is dat een aantal toen nog vrijgemaakte collega's de eenheid zochten met synodaal gereformeerde broeders en zusters. Dat heb ik nooit geweten. Eigenlijk wist ik niets van wat er toen feitelijk is gebeurd.
Dat heb ik tijdens de opleidingen die ik heb gevolgd niet meegekregen.
Maar ook herkenning in de erkenning van het gezag van de bijbel.
We vonden tijdens die zoektocht de liefde voor het Woord van God. Dat niets zwaarder weegt dan het Woord van God. Ook de belijdenisgeschriften niet. En daarbij troffen we een organisatie aan die niet door allerlei regels wordt geregeerd. Waarin vrijheid is, maar wel vanuit eenzelfde basis.
Waarbinnen je elkaar ondanks de verschillen toch blijft respecteren. En we weten dat het ook hier niet volmaakt is, maar we proeven wel duidelijk een geest van verbondenheid.
In de gesprekken die we hebben gevoerd werd gezegd dat de Nederlands Gereformeerde kerken als nadeel hebben dat ze vaak niet over een eigen kerkgebouw en pastorie beschikken. "Maar", zo werd gezegd "in onze visie zijn we daar ook nooit op uitgeweest: om weer een nieuwe kerk te stichten. We zijn immers met z'n allen op weg naar het nieuwe Jeruzalem".
Kijk, je spreekt dezelfde taal en dat is hartverwarmend.'
Scheepjes
In de brief die de predikant en zijn vrouw aan vrienden en familie stuurden om een en ander uit te leggen, staan scheepjes afgebeeld. Ze hebben allemaal een naam: de naam van een kerk. Maar ze dobberen niet zomaar wat rond, ze zijn onderling verbonden met draadjes. En met die draadjes aan bakens, bakens met een kruis erop. Weij: 'Ik heb nooit beloofd alleen predikant in de gereformeerde kerk te zijn. God heeft me geroepen tot deze dienst en daar sta ik van harte achter. Ik wil voluit herder zijn. En ik geloof in één heilige algemene christelijke kerk. De stap naar een ander kerkverband is aan de ene kant groot en ingrijpend, maar aan de andere kant dus ook weer niet. Want wat betekent een muurtje als je aan de andere kant broeders en zusters ontdekt met wie je zoveel gemeenschappelijk hebt?' Van de hand van ds P.J. Weij zijn ook twee boekjes verschenen: Verliezen en toch winnen, over rouwverwerking in het gezin en: Mijn zonden heb ik U gebiecht, over de functie van de biecht in het pastoraat.
Ds. P.J. Weij heeft inmiddels een beroep gekregen en aangenomen van de Nederlands Gereformeerde kerk in Zoetermeer. Op zondag 24 oktober neemt hij in de ochtenddienst afscheid van de gemeente van St.Jansklooster.