Lijden uitbannen door leven te doden?
1999-10-15
Het zal u niet zijn ontgaan dat er een hoop aan de hand is in de gezondheidszorg (in dit verband heb ik de neiging aanhalingstekens om dat woord te zetten): beëindiging van leven na meer dan 24 weken zwangerschap wanneer er sprake is van een afwijking, de abortuspil, experimenten op geaborteerden, en tenslotte euthanasie voor 12- tot 16-jarigen zonder toestemming van hun ouders.- Jaargang 43
- nummer 21
Logisch dat er reacties komen op dit soort dingen, ook vanuit kerken en christenen. Laat ik eerlijk zijn: met sommige van die reacties ben ik wel eens wat ongelukkig. Met name is dat het geval wanneer er gereageerd wordt puur vanuit het defensief, in de sfeer van: Laten we proberen nog zoveel mogelijk vast te houden van wat we in het verleden hadden. Of wanneer alleen wordt geroepen dat iets verkeerd is en niet mag van God. Hoe waar dat misschien ook moge zijn, ik denk toch niet dat we ons als kerken op die manier moeten opstellen. Je geeft dan namelijk bij voorbaat het terrein van het openbare debat prijs. En zeker: het kan nodig zijn om op een bepaald moment dat terrein aan de tegenstander over te laten, maar laten we dat pas doen als we ertoe gedwongen worden, niet vrijwillig. Dat wil zeggen: laten we zo lang mogelijk proberen met kracht van argumenten anderen te overtuigen; levend in het diepe vertrouwen dat wat God wil nooit tot schade voor de mens (gelovig of ongelovig) kan zijn. Ik heb deze lange inleiding nodig om duidelijk te maken waarom ik blij ben met het hoofdartikel van Doeke Post in het Centraal Weekblad van 3 september. Een paar maanden geleden heb ik hier ook al eens iets van hem overgenomen; ik doe dat nu opnieuw, met veel instemming en waardering.
De kern van zijn betoog is in één zin samen te vatten: de strijd tegen het lijden mag gevoerd worden, maar niet door het doden van lijdend leven.
Als achtergrond van de huidige ontwikkelingen geeft Post een beeld van het moderne materialisme: De grondslag van het denken in het paarse kabinet is een weerspiegeling van de tendenzen in onze samenleving. En die hebben te maken met een verregaande materialistische kijk op het leven.
Met het begrip 'materialisme' bedoel ik niet alleen dat er meer oog is voor financiële waarden dan voor geestelijke normen; meer nog denk ik aan het feit dat mens en wereld worden gezien als een organisme dat uit materie bestaat. En die visie heeft ingrijpende gevolgen, zegt Post: De mystiek van het leven is voor de ontkerstende mens volledig verdwenen en leven is een chemisch proces geworden.
Dat betekent dat we met dat leven zouden mogen manipuleren. We doen dat overigens al uitgebreid.
Met middelen die op de hersenen inwerken, kunnen we bepaalde psychische processen veranderen.
De genetische ontwikkelingen hebben ons ook inzicht gegeven in de aansturing van alles wat zich in het lichaam bevindt. Die ontdekkingen hebben het idee nog versterkt dat alles materie is. De materialistische benadering van de werkelijkheid maakt het mogelijk gemakkelijker met het leven te manipuleren. We stellen als mensen immers gezamenlijk de norm en die norm ontlenen we aan wat in de maatschappij als toelaatbaar wordt beschouwd. De normen die we eerst als christelijke maatschappij hebben ontleend aan 'Boven', komen nu van 'beneden'.
We beslissen met elkaar op rationele wijze wat goed is en waar we de grenzen leggen. Een van die grenzen is de mate van lijden. Daarnaast hechten we in onze maatschappij ook erg veel waarde aan het gaaf-zijn van de materie. Beide elementen lijken op dit moment de ethiek te bepalen. Lijden is ondraaglijk als we als maatschappij stellen dat het zo is. Vroeger had het lijden een louterend karakter. Het hoorde bij het leven en het dragen ervan werd door God mogelijk gemaakt. De postmoderne mens aanvaardt het lijden nauwelijks.
We willen het lijden uitbannen, evenals we de afwijkingen willen uilbannen.
We accepteren het niet meer. De cultuur is er een van gaaf-zijn. De hoogste waarde in het leven is gezondheid en gaafheid: jong, mooi en gezond. Het lijkt er inderdaad op dat we de idealen van de maatschappij willen bereiken door lijden op te lossen via de weg van het doden. Ik denk dat we vanuit de kerken een sterk offensief zullen moeten voeren tegen de schrikbarende ontwikkelingen.
Inderdaad zijn de gehandicapte, de ernstig zieke en het ongeboren kind hun leven niet meer zeker als we deze weg verder gaan bewandelen.
De christelijke visie op het leven als geschapen leven zal krachtdadig moeten worden verdedigd, willen we iets van een reveil beleven. Als kerken moeten we ons mobiliseren om gezamenlijk tegen de ideeën van de huidige samenleving te ageren.
De politiek moeten we ervan proberen te overtuigen dat we een verkeerde weg opgaan. We moeten beseffen dat we deze maatschappij niet kunnen verbeteren en lijden en afwijkingen niet kunnen voorkomen door lijdend leven te beÎindigen. De dood is hiervoor niet de oplossing. Alleen als we aanvaarden dat deze wereld een gebroken wereld zal blijven, kan er een andere visie ontstaan.
M.H.T. Biewenga, Emmeloord