Elia, Stevens en Scholte
1999-10-15
Broeder Stevens was ontmoedigd geraakt door zijn werk als ambtsdrager 1).- Jaargang 43
- nummer 21
Hij had de indruk dat de gemeente geen geloofsgroei kende. De gesprekken ontaardden meestal in gemopper op uiterlijkheden.
Vooral de dominee was vaak het middelpunt van de kritiek. "Wat heeft mijn werk in de gemeente voor zin gehad?" zo vroeg broeder Stevens zich af.
Broeder Stevens is niet de eerste ambtsdrager die zich zorgen maakt over het geestelijk leven van volk of kerk. Neem nu de profeet Elia in het Oude Testament...
Elia
De profeet Elia heeft -geheel ontmoedigd- op het punt gestaan om zijn ambt neer te leggen. Hij trekt zich terug in de woestijn en wil daar sterven.
Veroordeelt de Here Elia nu vanwege zijn 'kleingeloof'? Nee! Het eerste dat er gebeurt is een heel menselijk gegeven.
Elia heeft slecht voor zichzelf gezorgd, hij heeft honger en dorst. Dan komt er een engel. Elia, zorg eerst eens voor jezelf, eet deze koek en drink van dit water! De profeet knapt op en heeft genoeg kracht om veertig dagen op reis te gaan.
Dan volgt een ontmoeting met Jahweh. "Ik heb zeer geijverd voor de HERE, de God der heerscharen."
Maar wat heeft het alle maal voor zin gehad? zo lijkt Elia zich af te vragen.
Ik sta er helemaal alleen voor, ik alleen ben overgebleven 2). Opmerkelijk is dat Jahweh zich niet in de storm laat ontmoeten, ook niet in een aardbeving, noch in het vuur, maar... in het suizen van een zachte koelte.
Volgt er nu een veroordeling?
Nee, er volgt een opdracht. "Ga terug!"
zegt Jahweh tegen Elia.
Maar dat gebeurt niet met lege handen. Een heel bijzonder aspect is dat Jahweh de moeite van Elia gezien heeft. Hij geeft hem een opvolger.
"Elisa zul je zalven tot profeet in jouw plaats!"
Met andere woorden: het hangt het niet alleen van jou af, Elia! Ook later in dit hoofdstuk volgt nog een lichtpuntje. Er zijn nog zevenduizend die hun knieën niet hebben gebogen voor de Baäl.
Elia: je bent echt niet de enige!
Ds Scholte
Ds H.P. Scholte is halverwege de vorige eeuw met een aantal gemeenteleden geëmigreerd naar Amerika. Ze vestigen zich uiteindelijk in Pella, op de prairies van Iowa. Het is een gebied met hete zomers en zeer strenge winters. Ds. Scholte laat zich niet ontmoedigen door het meteorologische klimaat, maar wel door het geestelijke klimaat in zijn gemeente. Vaak was hij zelf het slachtoffer van kritiek van gemeenteleden 3). Hij schrijft het volgende: "Wat de godsdienstige toestand van onze kolonie betreft: wanneer men oppervlakkig oordeelt, dan zou er niet zooveel aan te merken zijn. Er werden vanaf onze eerste komst alhier geregeld des Zondags godsdienstoefeningen gehouden. De gemeente is weder gevormd, ouderlingen en diakenen zijn verkoren. Er zijn bovendien in de week bijeenkomsten, waar de leden zich oefenen in de lezing en verklaring der Heilige Schrift. Niettegenstaande dit alles moet ik, in opregtheid getuigenis gevende, zeggen, dat het godsdienstig leven niet voorspoedig opwast, omdat in de dagelijkse wandel niet openbaar wordt, dat het zoeken van Gods Koninkrijk en geregtigheid op de voorgrond staat, maar integendeel: de dingen dezer wereld...
eigenbelang en zelfzoeking.
Meermalen was dit een onderwerp mijner gebeden, doch het scheen mij soms toe alsof het gebed vruchteloos was."
En toch: er kwamen lichtpuntjes.
In zijn 'Tweede stem uit Pella' schrijft Ds. Scholte over de bekering 'ener der ondeugendste kinderen uit de kolonie'.
En er volgen er meer. Het ambtswerk en de gebeden zijn niet vruchteloos gebleven. Hij besluit met: "Tijd die anders verkwist werd in onnutte bezigheden of ijdele samensprekingen, wordt nu besteed tot opbouwing in het geloof en tot het gemeenschappelijk loven van den Heere." Dat verhaal uit de kerkgeschiedenis is ook nu realiteit...
Ambtsdragers kunnen ervan getuigen. Je dreigt de moed soms op te geven en dan opeens: een prachtig getuigenis van een jong gemeentelid, een onverwachtse genezing, een doopdienst.
Gebouwd door het ambt
Een drukbezet 'Opbouwlezer' schreef, naar aanleiding van het verhaal van broeder Stevens, de volgende reactie: "Ik heb zelf, en met mij velen, gelukkig heel andere ervaringen. Onlangs ben ik na een periode van 5 jaar verplicht afgetreden.
Het was de derde keer dat ik als ouderling in de kerkenraad heb gezeten. En wat mij betreft kan een volgende keer niet snel genoeg komen. Hieruit blijkt het enthousiasme en voldoening dat ik heb gehad voor dit werk in Gods Koninkrijk. Uiteraard ben ik het met broeder Stevens eens dat niet elk bezoek loopt zoals je van tevoren hoopt en misschien gepland hebt.
Maar tijdens een periode als ambtsdrager kan je zelf veel leren en gesterkt worden door opmerkingen uit, soms, onverwachte hoek."
Ontmoedigd?
Het gemeentelid dat reageerde op de bijdrage over broeder Stevens stelt ook een kritische vraag aan het adres van de redactie van Opbouw en aan de schrijver van de bijdrage over Stevens in het bijzonder. "Iedereen die dit stukje Opbouw leest krijgt daar, mijns inziens, heel negatieve gedachten bij. Dit is zeker niet bemoedigend voor de toekomstige ambtsdragers die geroepen worden om in Gods Koninkrijk te werken." Het is in veel gemeenten moeilijk om ambtsdragers te vinden.
Moet je de mensen dan nog verder ontmoedigen door zo'n bijdrage? Dat is toch niet tot opbouw van het gereformeerde leven?
Daarnaast vraagt de inzender zich af of broeder Stevens niet teveel op zichzelf gericht is (geweest). Iedere ambtsdrager kent teleurstellingen, heeft te maken met ziekte of dood, maakt mensen mee die de kerk de rug toekeren. "En het valt niet altijd mee om mensen zichtbaar op te bouwen in hun geloof.
Maar misschien behoef ik die opbouw ook niet te zien, omdat ik dan mezelf de eer zou kunnen geven.
Ik ben er van overtuigd dat -ook als ik die opbouw niet zie- dat er een Ander is die die opbouw wel ziet als deze er geweest is."
Verdriet en moeite niet ontkennen
Voor de brief van deze Opbouw-lezer ben ik zeer dankbaar. Ook bij mij kwamen deze kritische vragen naar boven (mede daarom lag er al een tweede bijdrage klaar).
Niettemin heb ik gemeend het verhaal van broeder Stevens (gebaseerd op een vraaggesprek met een ambtsdrager uit een 'naburig kerkgenootschap') zo door te moeten geven. Waarom?
Puntsgewijs en (te) kort een drietal redenen.
(1) Zou het niet zo kunnen zijn dat we er in de gemeente soms zelf de oorzaak van zijn dat sommige ambtsdragers de moed op dreigen te geven? Als we alleen maar mopperen op 'de kerk': welk effect heeft dat dan op broeders en zusters die leiding geven aan de gemeen te?
(2) Het is belangrijk om te erkennen dat de gebrokenheid van de wereld ook dwars door de kerk heen loopt.
Soms zijn we geneigd om de kerk teveel door een roze bril te (willen) bekijken. Larry Crabb houdt ons dit heel duidelijk voor: loop niet weg voor het verdriet en de ellende, benoem de gebrokenheid en het verdriet en houdt er rekening mee 4).
(3) Tenslotte heeft de zwaarte van het ambt ook te maken met de groeiende verschillen binnen de gemeente.
Hoe gaan we om met deze verschillen?
Daarom is het een uitstekend initiatief dat de komende ouderlingenconferentie aan dit thema aandacht zal besteden 5).
Desondanks
Het is van belang om bij onszelf te erkennen dat er verdriet is over de gebrokenheid binnen de kerk: het is goed om dat verdriet tegen elkaar te benoemen. Tegelijkertijd is er een andere kant: niet wij houden de kerk in stand, dat doet God. "Ik kan gaan slapen Heer, het is Uw Kerk" zei één van de bezoekers aan de Opbouwdag 1999. Daar wijst de ambtsdrager op die zijn waardevolle brief aan de redactie van 'Opbouw' heeft gestuurd.
Met het slot van zijn brief wil ik eindigen: "In tegenstelling tot broeder Stevens zeg ik niet 'Ik word er moe van', maar: 'ik word er door gebouwd'. Ik hoop dat broeder Stevens niet zal aarzelen als hij weer wordt geroepen tot het ambt van ouderling, maar dat hij tegen zijn Heer en Heiland volmondig zal zeggen: 'Ja, ook nu doe ik het weer, steunt U mij en sterkt U mij in dit werk!' "
Noten:
1) Opbouw 1999/19
2) 1 Koningen 19
3) J.A. Wormser: Een schat in aarden vaten; Nijverdal, 1915 4) O.a. in: Larry Crabb, Van binnen uit; Navigators/Novapress, 1993
5) Zaterdag 13 november 1999 in Utrecht. Zie: de kalender op blz. 2