Evangelische theologie

2010-02-19
  • Jaargang 54
  • nummer 4
Het was even blijven liggen, maar nu is het hoog tijd om aandacht aan te besteden aan het 25-jarig jubileum van Soteria, ‘kwartaalblad voor evangelische theologische bezinning’. In die kwart eeuw is er nogal een ontwikkeling geweest. In de jubileum-uitgave ‘Evangelische theologie schrijft geschiedenis’ kijken Ad van der Dussen en Bernhard Reitsma zowel terug als vooruit:

...binnen de evangelische beweging (is) afstand genomen van het biblicisme. Eerlijk en moedig werd toegegeven, dat niet langer kon worden volstaan met de traditionele antwoorden op moeilijke vragen. En al werden de antwoorden van de ‘moderne’ theologie nog altijd als teleurstellend ervaren - haar probleemstelling werd steeds meer herkend als relevant. Juist vanwege hun overtuiging dat de kerk missionair aanwezig dient te zijn in de moderne wereld, voelden de evangelischen zich zo gedrongen om betere vragen te stellen dan zij vroeger gedaan hadden, en betere antwoorden te geven dan elders te horen waren.
Voor een deel van de achterban was en is die ontwikkeling moeilijk te verteren. Het roept gevoelens van vervreemding op dat de vlammend sprekende bijbelleraar in Soteria steeds meer plaats maakt voor zeergeleerde dames en heren die de dingen zo moeilijk zeggen en soms ook zo moeilijk maken. De redactie is gevoelig voor de signalen die zij daarvan krijgt. Want ‘evangelische theologie’ is toch ook mede bedoeld als bezinning ten behoeve van de evangelische christenheid. Zij dient herkenbaar te blijven voor al die warmbloedige en bevlogen christenen, die niet voor niets ontdekt hebben dat ‘geloven in Christus’ niet alleen op het hoofd betrekking heeft, maar voor alles op het hart. Zij dient ook niet zodanig onder de indruk te zijn van de problemen, dat het blijmoedige en zekere getuigenis omslaat in louter aarzeling en verlegenheid. Van haar mag ook verwacht worden, dat zij het pleit blijft voeren voor een onmodieuze moraal en voor diepgaande cultuurkritiek. Want dat is altijd kenmerkend geweest voor de evangelische christenheid: warmbloedig, blijmoedig en vrijmoedig opkomen voor de Naam van de Heer. ()
Doorgroeien en haar plek innemen in een steeds mondiger wordende wereld: dat is de weg die ook de evangelische christenheid te gaan heeft. Het is zo begrijpelijk dat velen ervoor terugschrikken om werkelijk binnen te treden in de moderne en de postmoderne tijd, en een bestaan op te bouwen in het onherbergzame geestelijke klimaat vandien. Het is zo herkenbaar, dat terugverlangen naar een vermeende gouden tijd van eenvoud en onschuld. Maar betreft het hier geen verzoeking, die als twee druppels water Iijkt op die van de Israëlieten om terug te keren naar het vertrouwde Egypte, toen de berichten over de reuzen in het beloofde land hen angst aanjoegen? Zo gezien is de afkeer van theologie, die binnen de evangelische wereld aanwezig was en is, niet per definitie een teken van trouwe navolging van de eerste apostelen. In bliblicisme en fundamentalisme zit toch werkelijk ook de component van de angst. Men kon zo de rationele discussie ontvluchten, een denksysteem creëren waarbinnen men zich veilig voelde. Het proces dat Soteria nu doormaakt, kan zo gezien ook positief worden opgevat, en wel als een aanvaarding van de intellectuele verantwoordelijkheden die de Heer zijn kerk in de eenentwintigste eeuw toevertrouwt. Daarmee is niet ontkend dat zich in de geschiedenis die door de Geest wordt voortgestuwd, ook een proces van decadentie, perversie en afval voltrekt. En wat minstens zo belangrijk is: de mondigheid die in de loop van de tijd verworven werd heeft zeer duistere schaduwzijden. Daarom is het even onrealistisch en naïef om terug te verlangen naar een gouden eeuw, als om de verwachting te hebben dat de geschiedenis er een is van gestage vooruitgang.

Tenslotte sommen Van der Dussen en Reitsma een aantal hete hangijzers op die moeten worden aangevat; ik noem er hier drie:

· Nu het tot een steeds ruimere erkenning komt dat we minder gemakkelijk terug kunnen achter Darwin dan we vroeger dachten, wordt een bezinning op de historiciteit van de zondeval steeds urgenter. Het is immers één ding om een fundamentalistische lezing van Genesis 1 en 2 los te laten. Het is heel wat lastiger, om dan vast te houden aan een historische lezing van Genesis 3.
· Nu ook in de kerk het pragmatische denken veld wint, is nieuwe bezinning op de functie van de leer van de kerk noodzakelijk. Denk hier aan het feit, dat bij de keuze van een kerk tegenwoordig veelal maatstaven van functionaliteit worden aangelegd. ‘Voel ik mij in deze gemeente thuis? Wordt hier iets voor jongeren gedaan? Is deze gemeente missionair actief?’ Hoe te plaatsen dat de leerstellige achtergronden steeds minder van betekenis lijken te worden?
· Nu er ook in traditionele kerken aandacht komt voor de dienst der genezing, de dienst van bevrijding en tekenen en wonderen, groeit in de ervaringscultuur van de 21e eeuw ook de noodzaak van grondige theologische studie. Wat is geestelijke strijd nu precies, welke macht heeft de boze nog, wat mogen we wel en niet op gebed verwachten?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief