Wat zal ik roepen?

1997-07-25
  • Jaargang 41
  • nummer 15
Ons tekstgedeelte is vol van stemmen! De ene stem buitelt haast over de andere heen, en wie er nu precies allemaal aan het woord zijn is in alle consternatie niet goed duidelijk. Wat zou er toch aan de hand zijn?

Stemmen
Temidden van al het rumoer is er opeens iemand die roept: Bereidt de weg des Heren! En hoor, er is ook iemand die zegt: Roep! En er is ook nog iemand die een vraag stelt, en er is een bode met de naam 'Jeruzalem', en een bode met de naam 'Sion', en ook zij worden opgeroepen om hun stem te verheffen, om ook hun stem luid en duidelijk te voegen in dat heilig koor van stemmen. En zo zijn er meerderen aan het woord in Jesaja 40:1-11.
De opgewondenheid is wel te verklaren. God heeft gesproken! Zijn Stem allereerst doorbrak de stilte, en toe kwam alles in beweging. Een heilig koor van stemmen riep Hij op, vol blijde gezichten! Hij sprak van troost.
Troost, troost, Mijn volk, zegt uw God! En meer nog dan dat, Ik kom eraan, zegt Hij, Ik wil bij jullie zijn. Troost, troost, Mijn volk, zegt uw God. De God die erbij wil zijn! Vandaar natuurlijk die blijde gezichten, en vandaar die blijde opgewondenheid, en vandaar dat die bode met de naam Sion, en met de naam Jeruzalem (vers 9), een vreugdebode is.
Vreugde natuurlijk, want de Here komt! Troost, troost, Mijn volk ...

Een andere stem
Maar nu is er één stem die toch wat afstand lijkt te nemen van al die blijde emotie. Het is de man of de vrouw van die vraag, de vraag van vers 6. Wat zal ik roepen? Is het wel zo 'natuurlijk' om blij te zijn met God? Die persoon van vers 6 lijkt het te betwijfelen. Ik moet roepen, ik moet meedoen in dit koor van stemmen, maar wat zal ik dan roepen? Moet ik blij zijn omdat de Here komt? Is dat werkelijk een troost? Maar kijk dan eens, kunnen we dat wel hebben? We zijn zo kwetsbaar als gras. En al onze pracht is breekbaar als een veldbloem. En wat zal er dan gebeuren als de Here komt? Zijn adem alleen al doet alles verdorren! (vers 7). En nu hoor ik ook nog eens dat Hij komt met kracht! (vers 10).
Als een vliegende storm nadert Hij ons, als een wilde reus dendert Hij op ons af! Hij, die alles op z'n kop zet, Hij die al het onze verstoort, onze bergen en onze dalen (vers 4), ons gras en onze bloemen (vers 7), Hij, Wiens adem alleen al alles kan verteren, waarom zou je daar juist niet bevreesd van worden, en volkomen overstuur? Waarom zou je daar ook niet woedend van worden, van zo'n radicale inbreuk op het onze? Vlucht, vlucht, mijn volk, verberg je!
Zal ik dat maar roepen?

Gaven
Is het een troost voor ons dat de Here eraan komt, of slaat de schrik me veeleer om het hart ...? Voor wie gelooft is het een troost! Want wat heeft Hij voor hen bij Zich? Armen vol heil! Vergeving (vers 2). Eeuwig leven (vers 8). Liefdevolle zorg (vers 11). Hij mag dan wel komen met kracht, als een vliegende storm, maar als Hij aankomt bij wie op Hem hopen, is er het suizen van een zachte koelte. Dan is het rust en vrede. Dan is er geen verwoestende adem en geen angstaanjagende reus, maar dan is er de Herder, die zacht en teder voor Zijn kudde zorgt. En zij die het moeilijkst mee kunnen komen, de kleine lammeren (die zo snel moe zijn, of verdwalen), de zogenden (die zo vaak stil moeten staan, en die zo uitgezogen worden door het leven), die verzorgt Hij nog het meest.

Christus
Na Jesaja 40 is het verder gegaan. Hoe nabij is God ons al gekomen in Jezus Christus! En hóe kwam Hij bij ons, in deze Heer! Als het suizen van een zachte koelte. Als een kind in de kribbe. Als een man die zei: leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Als een Meester die kwam om te dienen. Als een Heelmeester, die genezing gaf. Als een Herder, die Zelf schaap werd, en als een lam dat ter slachting werd geleid, om zo Zijn kudde te behouden en een losprijs te zijn voor velen. Troost, troost, Mijn volk, dat zal ik roepen! Want in vrede wil Hij bij ons zijn.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief