Opvoeden tot vertrouwen

1997-07-25
  • Jaargang 41
  • nummer 15
Wie een vliegreis maakt, krijgt de instructie dat in noodgevallen eerst het zuurstofmasker opgezet moet worden. Pas als je merkt dat de zuurstof goed je longen bereikt, en je je daardoor vrij voelt om te ademen, bewegen en om te handelen, dan mag je het zuurstofmasker van je kind opzetten.

Het lijkt de wereld op zijn kop. Je denkt als ouders toch eerst aan je kind? Waarom dan deze wonderlijke keuze?
Omdat een ouder die zichzelf niet onder controle heeft, niet goed tegemoet kan komen aan de behoeften van het kind. Zorg dus eerst goed voor jezelf en dan pas voor je kind ....

Paarse gezinsvorming
Eerst aan jezelf denken .... Dat past precies in de huidige samenleving. Het principe van de paarse gezinsvorming: eerst een mooi huis, een goede baan, een flinke carrière. Als we tijd hebben, past er misschien nog een kind bij.
Maar ... dat kind moet wel perfect zijn, het moet onze idealen niet verstoren; we moeten allebei wel full-time kunnen blijven werken .... Toch komt het voorbeeld van de vliegreis en de daar aan verbonden oproep om eerst voor jezelf te zorgen en dan pas voor het kind uit een boek over christelijke gezinsvorming .....

'Intimacy'
De auteurs van het boek (de echtparen Ferguson en Warren) zijn werkzaam als gezinstherapeut. Ze streven een op Bijbelse principes gebaseerde vorm van hulpverlening na. Het sleutelbegrip in hun behandeling is het woord intimacy.
De betekenis van dat engelse woord gaat dieper dan ons woord vertrouwen; men kan het ook met intimiteit vertalen, mits men er niet een seksuele lading aan geeft. Het gaat om het 'gekend zijn'; om de diepe ervaring dat er mensen zijn die jou bijzonder waardevol vinden, die onvoorwaardelijk om je geven. Het is voor kinderen erg belangrijk om dit basisvertrouwen in hun leven op te doen. Veel kinderen komen niet zo ver; er zijn allerlei omstandigheden waardoor ouders het kind die ervaring niet kunnen geven. Eén van de titels van een boek van Dr. Paul Warren is: Kids who carry our pain (kinderen die onze pijn met zich mee dragen). Bekend zijn de psychologische effecten op kinderen van oorlogsslachtoffers; men spreekt zelfs wel van 'tweede-generatie-oorlogsslachtoffers' . Zij dragen een stukje trauma van de ouders met zich mee.
Echter: ook andere emotioneel beschadigde ouders dragen hun pijn soms ongewild over op hun kinderen. Dat is dan ook de achtergrond waarom de auteurs het zo belangrijk vinden dat opvoeders goed voor zichzelf zorgen.
Pas als je zelf 'emotioneel gestabiliseerd bent' heb je ook de ruimte om onvoorwaardelijk aan de behoeften van je kind toe te komen. Om goed voor de ander te kunnen zorgen, moet je dus eerst goed voor jezelf zorgen.

De kwaliteit van het huwelijk
Volgens Ferguson en Warren heeft het goed zorgen voor zichzelf door opvoeders alles te maken met de kwaliteit van hun huwelijk. Het werken aan de relatie behoort binnen het huwelijk zelfs absolute prioriteit te hebben. Dat is goed voor henzelf, maar het is ook van groot belang voor de kinderen. Wordt daarmee niet zout gestrooid in de toch al pijnlijke wonden van echtparen die teleurgesteld zijn in hun huwelijk, en zeker voor ouders van wie het huwelijk is vastgelopen? Toch kunnen we er niet omheen dat een stabiel huwelijk van de ouders bijzonder belangrijk is voor de kinderen. Het geeft kinderen de noodzakelijke ruimte om met een vrij gevoel de nestgeur van het gezin in te ademen.
Sommige ouders denken hun huwelijk te redden door de aanwezigheid van kinderen. Het komt zelfs voor 'dat men een kind neemt' omdat de relatie anders vast loopt. Deze kinderen beginnen hun leven met een zware emotionele hypotheek; ze worden belast met een verantwoordelijkheid die ze niet mogen hebben en die ze ook niet aankunnen. Kinderen voelen zich toch al gemakkelijk verantwoordelijk voor het huwelijk van hun ouders. Sommige kinderen van gescheiden ouders vragen zich levenslang af wat ze er aan hadden kunnen doen om het huwelijk van hun ouders te redden. Maar: het mag nooit de taak van kinderen zijn om voor het huwelijk van hun ouders zorg te dragen. Het huwelijk van ouders hoeft niet perfect te zijn. Wel moeten kinderen kunnen ervaren dat er een sterke band is tussen de ouders. Als kinderen die sterke band ervaren, zuIlen ze ook veilig kunnen oefenen voor de opdracht die God hen in deze wereld wil geven. En die opdracht luidt voor kinderen heel gewoon: in een veilig klimaat als vrije mensen op kunnen groeien.

Geen perfecte ouders, geen perfecte kinderen
Goed voor jezelf zorgen binnen het huwelijk betekent dus, naar de mening van Ferguson en Warren, dat je goed voor de ander en dus voor elkaar zorgt. Zetten ze dan alles in op de horizontale lijn? Nee, want ze vervolgen met een tweede aspect van het goed zorgen voor jezelf: dagelijks de liefde en genade tot je door laten dringen die jou gegeven wordt door een liefhebbende hemelse Vader. Ook die visie heeft gevolgen voor de manier waarop we kinderen opvoeden. We kijken maar al te vaak naar kinderen op een manier die suggereert dat ze perfect moeten zijn. De auteurs stellen daarbij de vraag of we, met ons streven naar perfectionisme, niet de liefde en genade vergeten, die God ten opzichte van ons betoond heeft. God vraagt niet van ons dat we perfecte ouders zijn met perfecte kinderen. Wat Hij wel van ons vraagt is dat we gelovige ouders zijn, die hun kinderen toe willen rusten tot datgene waartoe Hij hen bestemd heeft.

Positief en negatief zelfbeeld
Niets is meer verwant aan een gezonde persoonlijkheidsontwikkeling dan een gezonde waardering van jezelf. 'Ik mag er zijn en ik mag zijn wie ik ben.' Wat volwassenen van zichzelf denken wordt voor het grootste deel bepaald door het beeld dat ze tijdens hun jeugd van zichzelf gevormd hebben. In een bijdrage over de kinderlijke ontwikkeling van het geweten (Opbouw, 41/11) werd geschreven dat het erg belangrijk is als kinderen thuis kunnen ervaren dat ze 'er mogen zijn'. Een kind dat een positief beeld van zichzelf heeft laat zich minder gemakkelijk beïnvloeden door de groep waar het in verkeert; het komt eerder tot eigen keuzen. In een tijd waarin christenen in de minderheid zijn is deze geestelijke weerbaarheid van levensbelang. Deze opmerkingen in Opbouw riepen enkele nieuwsgierige reacties op. Ze vormden de directe aanleiding om het één en ander uit het boek van Ferguson en Warren te citeren. De auteurs leggen sterk de nadruk op het belang van een positief zelfbeeld voor kinderen. Ze weten echter ook wel dat dat 'positieve zelfbeeld' onder christenen veelvuldig wordt bediscussieerd.
Men is zelfs geneigd om elkaar op dit punt flink de oren te wassen. Er zijn op dit punt twee tegenovergestelde visies, met daar tussen in uiteraard een aantal meer genuanceerde gradaties. Aan de ene kant zijn er mensen (en helaas ook christenen) die denken dat alles wat er in je opkomt goed is. Mijn gevoel zegt mij dat... en dus is het goed. Zo'n manier van denken heeft echter niets met een positief zelfbeeld te maken. Het is een vorm van egocentrisch denken, van het jezelf in het middelpunt plaatsen. Aan de andere kant zijn er christenen die denken dat een positief zelfbeeld je door de duivel wordt ingefluisterd.
Je mag immers niet positief over jezelf denken? We zijn allemaal wormen en niets meer dan dat! Hoe vreemd het ook klinkt: deze manier van denken vormt een variant op het denken van de eerste groep mensen. Het is een manier van op jezelf gericht zijn met een christelijk sausje. Ook deze mensen stellen zichzelf centraal. Het accent ligt weer bij mijzelf: "hoe slechter ik over mezelf denk, hoe meer ik geestelijk waard ben" (2 maal ik!).

Ik ben nietes) zonder God
Het werkelijke antwoord op deze vragen behoort te zijn dat onze identiteit, de vraag wie we zijn, onlosmakelijk met God is verbonden. Ouders hebben niet de opdracht om alles maar goed te vinden, ze hebben evenmin de taak om hun kinderen te kleineren. God geeft ouders de opdracht om een afbeelding van Hem te zijn. In de woorden van Psalm 103: "Zoals een vader liefdevol zijn armen slaat om zijn kind, omringt God ons met Zijn zorgen."
Christen-ouders hebben de opdracht om in woord en daad aan hun kinderen door te geven wie God is en hoe Hij naar ons omkijkt. We mogen weten dat we zijn geschapen naar Gods Beeld. Als mens zijn we in zonde gevallen. Dat is een harde realiteit. Desondanks zijn we voor God niet waardeloos, we zijn juist kostbaar in Zijn ogen.

Opvoedingsdimensies
Ferguson en Warren noemen 3 dimensies die van belang zijn bij de opvoeding. Opmerkelijk is dat ze daarbij een lijn trekken van de Drieëenheid naar de opvoeding. In de Drieëenheid onderscheiden we Vader, Zoon en Heilige Geest.
(a) De Vader vindt ons zo waardevol, dat Hij Zijn Zoon heeft gegeven.
(b) De Here Jezus doet ons ervaren dat we bij Hem mogen horen en dat we leden van Gods gezin zijn.
(c) De Heilige Geest maakt dat we vanuit het geloof de wereld in kunnen gaan.

In de opvoeding kunnen ook deze 3 dimensies worden onderscheiden. God geeft aan kinderen ouders
(a) om hen te doen ervaren dat ze uniek zijn, dat ze bijzonder waardevol zijn, dat ze er mógen zijn (oftewel: om een positieve identiteit op te kunnen bouwen). Voor Ferguson en Warren heeft die ervaring een dubbele betekenis: de ervaring wordt in het gezin opgedaan en we mogen tegelijkertijd ervaren dat we voor God waardevol zijn. Daarnaast moeten kinderen in het gezin

(b) de basiservaring opdoen dat ze erbij mogen horen, dat ze onderdeel zijn van het gezin en ook dat ze actief mee mogen doen. Naarmate kinderen ouder worden kunnen ze ook meer worden ingeschakeld bij het nemen van beslissingen (bij duurzame aankopen, het menu, de tijdsbesteding, huisvesting, vakantie). Tenslotte noemen de auteurs het belang van het binnen de veilige basis van het gezin

(c) kunnen oefenen voor 'de wereld'. In het gezin leert het kind een aantal vaardigheden die het later nodig heeft. De auteurs bedoelen daarmee allerlei praktische zaken, zoals: een band leren plakken, een formulier invullen, mee doen in een gespreksgroep van de kerk, leren koken.

Wordt vervolgd?
Uiteraard is daarmee het verhaal niet af. Een vraag die gesteld kan worden is: gaan Ferguson en Warren niet teveel uit van het maakbare kind? Denken ze niet te gemakkelijk: als het in het gezin goed gaat, gaat het met het kind ook goed? Er zijn immers aangeboren eigenschappen? Er zijn toch ook omgevingsfactoren die ouders nauwelijks in de hand hebben? Kweekt deze visie niet te gemakkelijk een schuldgevoel bij ouders die kinderen hebben die in de problemen zijn geraakt? Inderdaad: dat is een risico. Opvoeding is een complexe bezigheid en kinderen zijn niet maakbaar. In twee bladzijden Opbouw kan hier dan ook onvoldoende over gezegd worden. Toch is het goed om nu eens niet bij de 'buitenkant' te beginnen, maar bij de kern: wat hebben ouders en kinderen in het gezin nodig? Daarin zijn de auteurs bijzonder duidelijk.
Mogelijk wordt er later nog eens teruggegrepen naar een hoofdstuk uit het boek.

Uit: Ferguson and Warren: Parenting with Intimacy. Uitgegeven in de serie Intimate Life. Uitgave: Victor Books, USA, 1995; 232 pagina's; ISBN 1-56476-522

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief