Herkenningsmelodie
1999-10-29
Tijdens de duitse bezetting zagen we uit naar de verlossing.- Jaargang 43
- nummer 22
Ik herinner me nog met welk een spanning je dagelijks de knop van de radio omdraaide om te luisteren naar Radio Oranje en de BBC.
Je was teleurgesteld als de zender gestoord werd en je geen nieuws kon opvangen.
En hoe langer de verlossing op zich liet wachten, des te ongeduriger en ongeduldiger werd je. Dat is de situatie van Ps. 42. De dichter zit als het ware aan de knoppen van zijn radio te draaien om Gods nieuwsberichten op te vangen.
Hij is een en al spanning en verwachting: wanneer komt de bevrijding? Hij snakt ernaar. Hij heeft afgestemd op Gods zender en heeft de goede golflengte te pakken.
De berichten over de komende bevrijding komen door. Hij hoort via het toestel Gods overwinningsmuziek al klinken: een bevrijdingsconcert.
Maar er zijn nog stoorzenders, vijanden, en hun stemmen klinken hard en opdringerig: waar is uw God? Waar blijft Hij met zijn bevrijding?
Er komt niets van terecht, want wij hebben het voor het zeggen. Het doet pijn dat te horen en te zien hoe de vijanden zich breed maken. Dat kan je kapot maken en je een doodsteek in je beenderen geven. Gods vijanden kunnen je leven binnenkomen, er vernielingen aanrichten en iets stukknijpen in je leven.Wat een geluk dat dan toch Gods zender het bericht van de komende bevrijding blijft uitzenden.
Wat een geluk als je toestel dan zo is afgesteld, dat je de goede golflengte te pakken hebt en het bericht van de bevrijding blijft opvangen. Dat houdt je overeind.
Hoop op God. Zijn bevrijding komt. Er komt een dag waarop ik zal meezingen in het bevrijdingsconcert en één en al loflied zal zijn, één en al jubel vanwege de God van mijn verlossing. De melodie van dat lied klinkt nu al in mijn hoofd, onuitroeibaar.
De vijanden zijn er nog. Het is nog nacht. Maar middenin de nacht zing ik toch al de melodie van de bevrijding, misschien met een bevende stem, met een stem die nog door tranen wordt verstikt, maar ik zing wel.Want ik weet: mijn Verlosser leeft. De bevrijding komt. De grootste vijand met de krachtigste stoorzender is de dood.Wij mensen staan er machteloos tegenover. Met al onze gigantische ziekenhuizen en knappe specialisten slagen we er niet in de dood te overwinnen.
Wij kunnen er nog geen speld tussen krijgen, laat staan een breekijzer. Alleen God kan er een speld tussen krijgen. Hij hééft er een speld tussen gekregen toen Christus opstond uit de doden. Daarom hoort de bevrijding van de dood onlosmakelijk bij Gods verlossingspakket.
Als je dat een keer gezien en de melodie van Gods bevrijdingslied eenmaal gehoord hebt, blijft het in je zingen: hoop op God! Dat is de herkenningsmelodie van het geloof: hoop op God!
Dan blijven er wel allerlei vragen. Ze klinken ook in Ps. 42: waarom vergeet U me?
Waarom ga ik in het zwart?
Waarom moest dit gebeuren?
Die vragen kunnen als messen door je hart snijden en je naar de keel vliegen. Maar als je Christus eenmaal gezien hebt als je Verlosser, blijft die melodie onverwoestbaar klinken, dwars tegen de dood in: hoop op God; ik zal Hem nog loven, mijn Verlosser en mijn God.