Door Jezus gevonden

1999-11-12
  • Jaargang 43
  • nummer 23
Die man die al jaren bij dat bad Betesda ligt wordt door Jezus gezien. Dat raakt zijn leven aan, maar zijn leven blijkt niet werkelijk veranderd te zijn.
Jezus zoekt de mens op.

Dat badhuis is een vervelende plek. Het is nog maar de vraag of er werkelijk een engel van God komt om in dat water af te dalen (de tekst is zo onzeker, dat het in onze bijbel tussen haken staat).
Het zou van de genezing een eigenaardige loterij maken. Dit badhuis lijkt een plek waar het recht van de sterkste geldt. En dat in een situatie waar de zwakheid en gebrokenheid overheerst. Het is een wereldse sfeer, waar de beweging van het water, door welke reden ook veroorzaakt, mensen er toe brengt om vooral op zichzelf gericht te zijn.
Die houding herkennen we ook in de man die door Jezus genezen wordt. Er is iets met die man. Dat proef je al in de vraag die Jezus stelt: "Wil je genezen worden?". Het is niet voor niets dat de Here vraagt naar de bekende weg. De Here heeft blijkbaar iets herkend in deze man, waardoor het nodig was hem door middel van die vraag te spiegelen aan wie hij was. De man reageert ook opvallend zuinig. Dat zien we vaak anders in het evangelie.
Als Jezus mensen aanspreekt, zijn ze meestal alleen daardoor al aangeraakt.
Dat is vaak een reden voor verwondering, het begin van genezing van je leven. Maar deze man blijkt in zijn eigen wereld vast te zitten. Hij wordt in de Heiland geconfronteerd met het Levende Woord, maar hij haalt de neus op. Het is goed om te zien dat Jezus hem toch opzoekt. De Here gaat de wereld niet uit de weg. En Hij raakt het leven van die man op een ongedachte manier aan. Hier wordt gezang 487 waar: " Zo komt Hij steeds met stille overmacht, en zo neemt Hij voor lief mijn onvermogen".

Gevonden zijn vraagt om een antwoord.
Toch neemt de Here geen genoegen met alleen maar onvermogen van die man. Later vindt Jezus die man in de tempel. Het is een opvallend verschil in de beschrijving. Jezus zag die man in Betesda, en later vond Hij hem in de tempel. De Here is er op uit geweest die man weer te ontmoeten. Hij had nu wel kracht in zijn benen, maar dat was niet genoeg. Er moest nog meer gebeuren. Dat verklaart ook waarom de Here spreekt over de zonde van die man. Dat moet te maken hebben met de houding die hij had voordat hij genezen werd: gericht op zichzelf, niet werkelijk open om het leven door de Here Jezus te ontvangen. In de tempel ontdekt de Here blijkbaar dat die houding nog niet veranderd is. Dat blijkt even later ook, want de man heeft het gezicht van Jezus in zich opgenomen en gaat Hem vervolgens aangeven als schender van de sabbat. Zijn sterk geworden benen konden de weelde niet dragen. Dat heeft de Here ongetwijfeld herkend, en daarom die waarschuwing uitgesproken: "zondig niet meer, opdat u niets ergers overkome". Dat ergere zal wel niet gaan om een of andere ziekte.
Het gaat erom dat deze man, als hij zich niet bekeerd, de Heer van het leven niet herkent. Dat is erg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief