apartheid en zending

1999-11-12
  • Jaargang 43
  • nummer 23
Hoe kon de Gereformeerde Kerk van Kampen samen met de haar Steunbiedende Kerken toch ooit in 1957 tot het besluit komen met zending in Zuid-Afrika, het bakerland van apartheid, te beginnen? Vandaag, nu we apartheid met algemene stemmen als vuilnis aan de straat hebben gezet, lijkt dat een benauwende vraag te zijn. Of moesten wij als vrijgemaakten ook daarin weer nadrukkelijk anders zijn dan andere Christenen/ Gereformeerden? Vandaag zouden we er wel voor oppassen zo`n misser te maken.
Of . . . .?
Hier voor mij heb ik de notulen van 4 Juli 1961 van een vergadering in Pietermaritzburg van het "Interkerklike Advieskomitee vir Sending"
van de drie Afrikaanse Kerken waar Prof S. P. Dreyer van de Hervormde Kerk in Zuid-Afrika verslag doet over onderhandelingen met de Gereformeerde Zendingsbond van de Hervormde Kerk in Nederland. Men bedenke dat de kerk van Prof Dreyer veruit het meest consequent en rigoureus was in zijn enthousiasme voor het apartheidsbeleid.
Maar Prof Dreyer rapporteert dat zij na 15 maanden onderhandelingen met Nederland overeenstenmming hebben bereikt op alle punten, ook wat het rassenbeleid betreft.Er is om andere redenen later niets gekomen van zendingswerk hier door de Gereformeerde Bond maar blijkbaar stond de apartheid de zending niet in de weg.We stonden als Vrijgemaakten dus niet alleen. Maar ook de Christelijk Gereformeerden waren al gauw met ons in de zending aan de gang. Ds L Floor kwam als eerste zendeling in 1961 of 1962 op het vliegveld van Johannesburg aan; ik mocht er nog bij aanwezig zijn. En de Christelijk-
Gereformeerde broeders begonnen zoals wij begonnen waren: onder de vleugels van Die Gereformeerde Kerke in S.A oftewel de Doppers.
De Christelijk-Gereformeerde broeders bonden zich aan het zendingsbeleid van de Doppers zoals Kampen drie jaar eerder al beloofd had daarmee niet in strijd te zullen komen. Daarover was in Nederland trouwens nauwelijks ooit enige discussie geweest. Het Nederlands Dagblad( het oude Gezinsblad) stond oervast achter Zuid-Afrika en heeft bij mijn weten nooit enige lastige vragen aan de zending gesteld. Nee, Vrijgemaakt Nederland had andere dringende zaken op haar zendingsagenda.
De Dopperkerken waarmee Kampen samenwerkte, had immers correspondentie met de Gereformeerde Kerken(synodaal) in Nederland en dat was een valse kerk. Dus kon de samenwerking tussen Kampen en de Doppers ook niet deugen. De Deputatie die in 1962 namens de Vrijgemaakte Kerken van Drachten en Haarlem Zuid-Afrika bezocht, heeft dan ook nooit vragen gesteld ten aanzien van de apartheid maar uitsluitend gehamerd op het aambeeld van de correspondentie.
Drachten heeft toen dan ook van zending in Zuid-Afrika afgezien,niet om rassenbeleid maar om de correspondentie. Ds.W. L. Kurpershoek kwam dan ook in 1963 niet meer namens Drachten maar namens Haarlem dat inmiddels na een breuk als zendende kerk was opgetreden. In die breuk Drachten-Haarlem zat de noodlottige breuk van 67-68 al ingebakken. Maar dat hadden wij toen nog niet door evenmin als wij toen zagen waarop het apartheidsbeleid zou uitlopen.

J.Vonkeman Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief