De dood op Goede Vrijdag

1997-08-08
  • Jaargang 41
  • nummer 16
Het negende uur: drie uur in de middag op Goede Vrijdag. Dat is het tijdstip waarop Christus in stervensangst uitschreeuwde: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Dat is ook het tijdstip waarop Edward Schneider, die vele malen de Christus-partij in de Mattheus Passion gezongen heeft, ongeveer 1950 jaar later in een theekoepeltje van een landgoed bij ’s-Gravenland de dood vindt. Beide gebeurtenissen spelen een centrale rol in Het negende uur, de tweede roman van Pieter Nouwen. Met name de eerste gebeurtenis: Door het sterven van Christus heeft ons leven immers weer zin gekregen en kan de schepping opnieuw aan haar doel beantwoorden. Die geloofwaardigheid wordt ons deze keer duidelijk gemaakt in een soort detectiveroman, maar wel een met literaire waarde.

Onmogelijk mens
De genoemde Edward Schneider is een hoogst onsympathiek, onmogelijk mens. Hij is zelfingenomen en arrogant; een aartsegoïst. Hij is niet geïnteresseerd in mensen, maar in wat ze voor hem kunnen betekenen. Hij is "verslaafd aan eten, drinken en vrouwen". En toch heeft hij een kring van mensen om zich heen die hem in elk geval tot vlak voor zijn dood geweldig waarderen en zelfs vereren. Terwijl hij zelf - daar kom je in de loop van de roman achter - diezelfde mensen veracht en alleen maar waardeert voor zo ver ze bruikbaar voor hem zijn. Deze Edward Schneider is door de Schepper begaafd met een uitzonderlijk fraaie stem, maar hij ontkent zijn Schepper waar hij maar kan, sterker, hij bespot en beledigt Hem'. Het christendom noemt hij een tovergeloof, het lijdensverhaal een sprookje. En uitgerekend deze man moet de woorden van Christus zingen in uitvoeringen van de Mattheus Passion. En het publiek komt nog onder de indruk van zijn doorleefde uitbeelding ook!

Conflict in het Concertgebouw
Als het verhaal begint is Schneider al een dag dood. Het tijdstip en de omstandigheden waaronder hij gestorven is doen twijfelen aan een natuurlijke doodsoorzaak. Een week eerder, tijdens de generale repetitie van de Mattheus Passion in het Concertgebouw is Schneider namelijk in conflict geraakt met de dirigent Stanislaus Agincourt. 2 Op het meest aangrijpende moment van het stuk, als hij het Eli, Eli, lama sabachthani moet zingen.
Zijn stem slaat over en dan zingt hij de woorden verder op de melodie van een carnavalsliedje. Agincourt maakt duidelijk dat dit heiligschennis is en dat hij diep gekrenkt is. Als de zanger bij een dineetje op Witte Donderdag (!) dan ook nog de avondmaalsformule misbruikt, is voor enkele voor enkele van zijn vrienden de maat vol en haken ze af. Er is trouwens ook in het persoonlijke vlak wel een en ander gebeurd dat haatgevoelens heeft opgewekt.

Onderzoek
Moord dus? Een rechercheur begint het onderzoek. Hij is de man van wie uit we het hele boek door alles te zien en te horen krijgen. Over hem zelf kom je niets te weten, zijn naam niet eens. Pas aan het eind van de roman wordt die terloops een keer genoemd. Hij is niet meer dan de objectieve politieman die de waarheid probeert te achterhalen, de moord op te lossen. Hij is net zo nieuwsgierig en verbaasd over alles wat hij hoort en ziet als de lezer. Bovendien is hij op muziekgebied een leek, zodat de schrijver op een natuurlijke manier een hoop informatie doorgeven kan. De rechercheur ondervraagt vrienden, de dirigent; hij leest krantenartikelen over de zanger, brieven en dagboekfragmenten: je krijgt een veelzijdig beeld van de zanger.


Pieter Nouwen (1949) is journalist. Blijkens een interview in het Nederlands Dagblad van 8 maart 1997 nam hij al jong afscheid van het geloof van thuis. Na een atheïstische periode is er verandering gekomen en voelt hij zich nu weer christen.
Hij debuteerde in 1991 met de verhalenbundel De God in de machine die genomineerd werd voor de AKO-literatuurprijs. In 1993 verscheen zijn roman De lichtwachter.



Afwisselend
Ook op een andere manier is de vorm van de roman heel afwisselend. Tussen het verhaal door staan hoofdstukjes die gaan over het leven van Bach, in de week dat de eerste uitvoering van de Mattheus Passion plaats vindt - in april 1729. Je leeft met Bach mee naar de uitvoering toe. Voor hem is het het hoogtepunt van zijn werk, want het stuk gaat over het leven van zijn Heer en Verlosser. (Jammer vind ik het, dat in de Bach-hoofdstukjes nog al wat informatie doorgegeven wordt die niet ter zake is en die ook niet bijdraagt aan het hoofdthema van het boek. 3 De functie van deze gedeelten is overigens wel duidelijk: je leert de geweldige tegenstelling kennen tussen Bachs bedoeling met z'n werk, z'n ontroering tijdens de uitvoering en wat Edward Schneider ervan meent te moeten maken.)

Kern van het geloof
En nog iets. Het draait in de roman om de kern van het christelijk geloof: het lijden en sterven van Christus in onze plaats en om de handhaving van dat geloof. En dat is precies het onderwerp van de Mattheus Pass ion en ook de kern van Bachs leven. En het maakt duidelijk waarom het boek begint met de beschrijving van de kruisiging en het sterven van Jezus in al zijn gruwelijkheid en wreedheid. Behalve in Agincourt en Julius Beijlevelt, een van de 'vrienden' van Schneider, vindt die evangelieboodschap zijn beste verdediger in Vera Görgey, die persoonlijk veel te lijden heeft gehad van Schneider. In gesprekken met de zanger, die ze enorm bewondert om zijn kunst, gaat ze serieus in op zijn gespot. Het langste hoofdstuk is eraan gewijd (15). Ze laat zien dat zijn antwoorden (en die van de grote filosofen) op de grondvragen naar de zin van het leven geen echte oplossing bieden. En dat de christen op die vragen wèl steekhoudende antwoorden geeft, omdat hij weet dat God de wereld uit liefde geschapen heeft en de mens, als zijn schepsel, alles ziet in het licht van die liefde. Zo geeft ze ook het kwaad een plaats in het geheel. Het is geen gemakkelijk hoofdstuk en er komen heel wat geleerde namen voorbij, maar het past wel in het geheel; zowel bij het thema, als in het verhaal.

Plaatsvervangend
Wat het plaatsvervangend lijden concreet voor ons betekent, wordt op een prachtige, volstrekt heldere manier duidelijk gemaakt aan het eind van de roman, als we vanuit Schneider in twee merkwaardige hoofdstukken zijn sterven en dood-zijn en zelfs zijn crematie meemaken. Op een magisch-realistische manier. 4Vanuit Schneider zien we hoe zijn dood in werkelijkheid heeft plaats gevonden. Op het moment van zijn sterven 'beleeft' hij de eerste uitvoering van de Mattheus Passion, met Bach in de Thomaskirche in Leipzig 5 Nu leeft hij echt met het gebeuren mee. Hij is erbij op Golgotha, en hij is het zelf die gekruisigd gaat worden. De beul heeft al een spijker door zijn pols gejaagd.

"Er moet iemand zijn die me nu onmiddellijk bevrijdt."
En dan is het Jezus die verder gekruisigd wordt. En mag Schneider het Eli, Eli ècht doorleefd zingen. In zijn dood zit hij verstrikt in zijn verleden.
"Ik wil me schuldig voelen en kan het niet. Mag ik bestaan?"
"En toch is het Pasen, Scnneider", voegt een van de vrienden hem toe.

Het boek besluit met een citaat uit Mattheüs 25, waarin Jezus Zichzelf als rechter in het laatste oordeel laat zien.

Aangrijpend verhaal
Ik wil wel bekennen dat ik met enige aarzeling aan deze bespreking begonnen ben. Niet, omdat ik het geen goed boek vind, maar omdat er nogal een aantal moeilijke gedeelten in voorkomt. Het negende uur is een spannende detectiveroman over interessante mensen, dat in al zijn gevarieerdheid toch een gave eenheid is. 6 Een roman waarin alles klopt en alles gericht is op het hoofdthema. Een roman van literair niveau die leerlingen van de middelbare school zeker op hun literatuurlijst kunnen zetten. Ik hoop ook duidelijk gemaakt te hebben dat Het negende uur een mooi, aangrijpend verhaal is, dat je laat ervaren wat het lijden van Christus geweest is en dat de betekenis ervan staande houdt tegenover veel aanvallen op het christelijk geloof uit onze tijd, van bestrijders die met name genoemd worden. Het geeft er bijbelse antwoorden op. Wie het boek ongelezen laat, mist veel.

n.a. v. Pieter Nouwen, Het negende uur.Uitg.: Thot, Bussum, 1997./32,50

Noten
1 In sommige opzichten Iijkt hij een soort antichrist. Hij heeft twaalf vrienden om zich heen verzameld; houdt op Witte Donderdag een maaltyd met hen, waarbij hij de avondmaalswoorden van Christus gebruikt. Als hij het Eli, Eli zingt. denkt hy zich in. dat Christus ontgoocheld is, omdat Hij toch niet Gods zoon bleek te zijn.

2 Sommige lezers zullen in hem de dirigent Nikolaus Hamoncourt herkennen. Ook enkele andere namen verwijzen naar bestaande personen.

3 Over de getallensymboliek in Bachs werk bijvoorbeeld en de overeenkomsttussen de harmonie van het heelal en die in de muziek van Bach.

4 In de letterkunde spreekt men van magisch-realisme als 'van buiten af ingegrepen wordt in onze gewone werkelijkheid.
waardoor onbegrijpelijke dingen kunnen gebeuren. Het meest bekende voorbeeld is De komst van Joachim Stiller van Hubert Lampo. Ook in het werk van Meint van den Berg kom je magisch-realistische elementen tegen.

5 Nouwen weet de magisch-realistische situatie knap te gebruiken: In een Bach-hoofdstukjee die eerste uitvoering onder Bach is al eerder beschreven. Bach zag toen een man zitten die hij niet kon thuisbrengen. Nu blijkt het Schneider te zijn. De zanger hoort dezelfde preek als de gelovige Bach, maar hij pikt er veel meer van op.

6 Op hoofdstuk 16 na, misschien. Dit is een brief van Schneider aan zijn psychiater. Het hoofdstuk geeft wel noodzakelijke informatie, maar hoe het past in het geheel snap ik niet. De rechercheur krijgt de brief niet in handen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief