'Ga nu maar wel, Bileam'

1997-08-22
  • Jaargang 41
  • nummer 17
‘Nee heren’, had Bileam eerder gezegd, ‘ik ga niet mee om Israël te vervloeken: de HERE heeft het geweigerd…’ Maar als Balaks gezanten opnieuw komen, met nóg meer geld, probeert Bileam het gewoon nog een keer. Opvallend genoeg mag het nu wél. Is God wispelturig? Toegeeflijk? Of zit er wat anders achter?

Waarzegger of profeet?
Wat was die Bileam eigenlijk voor een figuur? Een heidense waarzegger? Dat zou je wel zeggen als je let op zijn geldzucht, zijn afkomst en de manier waarop hij de HERE probeert te beïnvloeden. Aan de andere kant lijkt hij wel een betrouwbare profeet. Hij heeft contact met de God van Israël; noemt Hem 'mijn God' (Num. 22:18) en hij hamert er steeds maar weer op dat hij Gods bevel niet kan overtreden. Een tweeslachtig figuur, die Bileam. Ergens tussen Israël en de heidenen in. Half waarzegger, half profeet. Ergens tussen God en Balak in. God, die Israël zegent. Balak, de koning van Moab, die Israël wil vervloeken.

Wat God doet
Wat Bileam doet, is ook niet zo heel belangrijk. Het is in de Bileam-geschiedenis veel mooier om te zien wat God doet. Dat is trouwens een vuistregel bij bijbellezen: vooral letten op wat God doet, en niet te veel op wat mensen doen. Neem Jezus' kruisiging. Als je dan alleen let op wat mensen doen, word je niet echt blij. Let vooral op wat God op Golgotha heeft gedaan. Zo ook hier, in de geschiedenis van Bileam. Let eens op wat God hier doet. Hij is het die zijn volk beschermt tegen een duivelse, occulte poging om door middel van waarzeggerij de HERE los te weken van zijn volk.

Vlak vóór de intocht
Israël is door de HERE God uit Egypte geleid. Bevrijd om zijn volk te zijn. De boze heeft op vele manieren geprobeerd om scheiding te maken tussen God en Israël, maar dat is niet gelukt. Door alles heen hebben ze geleerd dat Hij hun Herder is en voor hen de strijd voert. Hij zal ze zeker in het beloofde land brengen. De geweldige uittocht en de doortocht zijn geweest, nu alleen de intocht nog. Zojuist - in hoofdstuk 21 - heeft God volken voor hen uit weggedreven. Niets staat hen nu meer in de weg om het land in bezit te nemen. Ze liggen - dat is veelzeggend - 'tegenover Jericho' (Num. 22:1).
Juist nu onderneemt de satan nog een poging. Hij wil alsnog verhinderen dat Israël het beloofde land binnentrekt, en hij brengt zwaarder geschut in stelling. Via Balak, de koning van Moab. Een occulte poging: misschien is de HERE door bezwering te manipuleren. Als Bileam, de 'waarzegger', nou eens de HERE zo ver kan krijgen dat Hij dat volk loslaat.
Want dat is overduidelijk: dat volk is zo machtig dankzij zijn God. Als een tondeuse hebben ze de omgeving van Moab afgeschoren (Num. 22:4). Alles wordt door hen onder de voet gelopen. Machtige koningen moeten het onderspit delven.
Is dat niet slim van Balak? Nee, eerder een wanhoopsdaad van een zenuwachtige koning. Hij moet wel iets doen.
Het is zijn laatste redmiddel.

Vervloeken: manipuleren
'Vervloeken' was in die tijd heel gewoon. Zeker vlak voor een grote strijd. De vijand werd immers geholpen door zijn god. Als je nou die god eens zo ver kon krijgen dat hij zijn zegenende handen van zijn volk (= jouw vijand) af zou houden, dan was succes verzekerd. Offers waren daarvoor een goed middel. Daarmee kon je een god omkopen, manipuleren, om te zegenen of te vloeken. Herkenbaar, denk ik. Hoeveel mensen laten zich vandaag niet omkopen om zonder verdere aanleiding een ander te beschadigen. Huurmoordenaars of minder erg. Met geld kan alles. Zo omkoopbaar zijn afgoden nu ook.

God is anders
Balak denkt met de HERE God net zo te kunnen doen als met alle andere 'goden'. Bileam moet maar komen.
'Vervloek mij dat volk'. Alsof dat zo maar gaat. Voor het geld hoeft hij het niet te laten. Balak heeft er alles voor over.
De eerste keer zegt God duidelijk: 'Nee! Je zult dat volk niet vervloeken, want het is gezegend.' De God van Israël kun je niet omkopen. Heeft Hij gezegend, dan blijft Hij zegenen. Israël hoort bij Hem. Wanneer God de tweede keer zegt: 'Ga nu maar wel, Bileam' dan is het niet zo, dat Hij bij nader inzien Israël toch wel wil vervloeken. Ook is het niet zo, dat de HERE zwicht, om Bileam deze miljoenen-order te gunnen. Nee, Hij gebruikt Bileam om aan Balak en aan alle volken te laten zien dat Israël gezegend is. Doet God nu niet gevaarlijk? Jazeker. Daarom krijgt Bileam ook een ernstige waarschuwing mee: 'Alleen wat Ik u zeg ...' God laat deze waarzegger op pad gaan, want Hij is heus niet bang voor de duivel. God mijdt het strijdtoneel niet. Dat is een bemoediging ook voor onze tijd, nu de satan opnieuw occulte pogingen onderneemt om scheiding te maken tussen God en zijn kinderen. De HERE laat zien dat Hij sterker is. Dat zijn zegen sterker is dan satans vloekpogingen. Waarschijnlijk hebben de Israëlieten niks gemerkt van wat er zich allemaal afspeelde (vgl. Num. 23:13). Maar God springt in de bres. Zo heeft Hij in het kruis van Golgotha al zijn arm om je heen gelegd, toen jij nog van niks wist. In zijn armen ben je veilig.

De Heer is mijn Herder
Hij redt mij uit nood.
De vloek houdt Hij tegen
en zo geeft Hij zegen.
Hij geeft mij niet over
aan duivel of dood.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief