Afschuwelijk misverstand
1997-08-22
Elda heette ze. een mooie,jonge vrouw van midden twintig. Ze woonde aan de Umkomaas-rivier waar het toen nog dichtbevolkt was. Ze had twee kindertjes onder de zes; haar man was eenjaar of wat terug gruwelijk in een gevecht vermoord. Naar Afrika-recht moest dus iemand uit de familie van de overleden man met haar trouwen maar op de oude moeder na was daarvan alleen nog een oude vader in leven. De familie was erbarmelijk: orrn, staatspensioen zoals vandaag voor oude mensen of behoeftige weduwen was er niet. Omdat Elda feitelijk dus niemands "eigendom" was, werd er uitvoerig jacht op haar gemaakt, met name door getrouwde mannen van wie er één die zelf al drie vrouwen had, wel op de titel koningstroper aanspraak had mogen maken. Van het eerste begin aan, was de hele familie van Elda, vilf personen in totaal, trouw in de kerk te vinden. De oude man die het probleem van zijn schoondochter wel zag, zou - zoals meestal maar gaat - eerst actief worden als het al te laat zou zijn. Mijn plan leek aanvankelijk goed te werken. We hadden toch iemand nodig om de kerk schoon te houden annex de consistoriehut emaast.- Jaargang 41
- nummer 17
In elk geval iemand die eenmaal per week de postzak op de zending kwam halen. We betalen Elda gewoon wat zodat ze het allemoodzakelijkste kan kopen. Dat geeft haar wat vrijheid tegenover de stropers. Als een bezorgd pastor gaf ik extra-aandacht aan Elda. Na de dienst praatte ik altijd wat met haar na in de consistorie en deed ik op Ngwegwe huisbezoek, ik zou toch allicht even bij haar langs gaan.
Weer eens was ik met haar in de consistorie; de kerkgangers waren al weg. Ja, ze vond het uiterst moeilijk alleen de jagers op een afstand te houden. Zo'n triest geval. ik greep haar hand met de bedoeling samen te bidden maar ze had mijn optreden helemaal verkeerd gelezen.
Zij had mij beoordeeld naar haar eigen cultuur; mijn pastoraatscultuur was haar vreemd. En Elda dacht: de blanke is ook onder de stropers, en heeft gezien zijn moeite eerste rechten. Zo gaat dat in een ruilcultuur! Toen ik haar hand pakte, gaf zij op duidelijke wijze te kennen mij die rechten nu wel te willen verlenen. Het afschuwelijke misverstand was ten volle mijn schuld. Onervaren als ik nog was, had ik alleen oog voor mijn zendelingenrol zoals ik die kende, en had me nooit afgevraagd hoe men tegen mij aankeek vanuit die andere cultuur. Wat mij nu het meest ontstelde, was niet hoe Elda mij getaxeerd had maar de gemeente die heus wel mijn bemoeienis met haar had opgemerkt, wat had die in mij gelezen? Maar ik heb het nooit iemand durven vragen! Het was voorlopig wel voor het laatst geweest dat ik alleen Elda bezocht!