Namen van protestantse kerkgebouwen

1997-09-05
  • Jaargang 41
  • nummer 18
Van een Opbouw-lezer kreeg ik een proefschrift cadeau over de naamgeving van de protestantse kerkgebouwen in Nederland. De dissertatie is gedateerd (1981) maar ik kan het toch niet nalaten om er het één en ander uit te citeren.

Hoe kom je op het idee om op namen van kerkgebouwen te promoveren? Het proefschrift verschaft daarover geen helderheid. Misschien moeten we het beschouwen als een 'uit de hand gelopen hobby'. De promovendus was destijds de heer H.C. van der Jagt; hij verkreeg met dit proefschrift de graad van doctor in de letteren aan de Rijksuniversiteit in Utrecht.

Navraagbaar
Een kerkgebouw moet 'navraagbaar' zijn, zo begint de auteur. Je moet de weg kunnen vragen naar een bepaalde kerk. Dat kan de naam van het kerkgebouw zijn (de Westerkerk), maar de kerk is vaak ook herkenbaar door de naam van het kerkgenootschap (Gereformeerd kerkelijk centrum). Combinaties komen ook voor: de Hervormde Gemeente/Oranjekerk. Daarnaast noemt de auteur in een apart hoofdstuk bijnamen die uit de volksmond werden opgetekend. Soms zijn die namen bekender dan de officiële naam; zoals in veel plaatsen de Grote Kerk (die dan officieel bijvoorbeeld Onze Lieve Vrouwe Kerk heet).

Dezelfde namen
Net zoals veel plaatsen een Beethovenlaan, een Koningin Wilhelminalaan en een Stationsstraat kennen, zo worden ook bepaalde namen van kerken vaak gebruikt. Veel voorkomende namen zijn: de Adventkerk of Adventskerk (26 x), De Ark (20 x), Bethel of Bethelkerk (43 x), Eben Haëzer of Eben Haëzerkerk (30 x), Goede Herderkapel of -kerk (27 x), De Hoeksteen (18 x), Ichthuskerk (20 x), Immanuëlkerk (23 x), Kruiskerk (20 x), Maranathakerk (35 x), Ontmoetingskerk (22 x), en de Opstandingskerk (31 x). Daarnaast zijn er de geografisch bepaalde namen (Noorderkerk, Westerkerk, Duinkerk, de Brug) en de historisch bepaalde namen (Oude kerk, Nieuwe Kerk, Grote Kerk). Sommige kerken werden naar een reeds bestaande straatnaam genoemd. De Nederlands Gereformeerden in Bilthoven kerken in de Julianakerk aan de Julianalaan, de Proosdijkerk (NGK) in Ede is genoemd naar het vroegere Proosdijerveld. Apart moet de naamgeving naar de vorm van het kerkgebouw genoemd worden: zoals de Ark, de Koepelkerk, en De Schaapskooi. Onder deze kerken valt ook de Tabernakelkerk van de Nederlands Gereformeerde kerk in Apeldoorn, die qua vorm enigszins op een tent lijkt.

Naam en kerkgenootschap
Past een bepaalde naam ook bij een bepaald kerkgenootschap? Ook dat heeft de heer Van der Jagt uitgezocht. De Andreaskerk, de Bethlehemkerk, de Pauluskerk, de Sionskerk en de Vredeskerk blijken opvallend vaak Nederlands Hervormde kerken te zijn. Daarentegen passen de namen Eben Haëzerkerk en Petrakerk (o.a NGK Heemstede) juist in de Gereformeerde traditie. De Oude Kerk, de Nieuwe Kerk en de Grote Kerk behoren in bijna alle gevallen tot de Nederlands Hervormde kerk, maar de Gereformeerden hebben opvallend vaak hun kerkgebouwen Noorderkerk, Oosterkerk, Westerkerk of Zuiderkerk genoemd. Volgens dr. van der Jagt is het geven van de naam van een windstreek bijna helemaal in onbruik is geraakt. Een praktisch probleem is soms dat er in bepaalde plaatsen meerdere kerken zijn met dezelfde naam (2 maal de Noorderkerk).

Naamsveranderingen
Ook kan het gebeuren dat de naam van de kerk, als gevolg van veranderingen in kerkelijke of wereldlijke gemeente, niet meer passend is. Zo moest de Gereformeerde kerk van Zeist de naam van de Westerkerk veranderen in Zuiderkerk. Overigens, ook de naam Grote kerk kan aan erosie onderhevig zijn. Zo besloot de kerkenraad van de Nederlands Hervormde kerk in Assen de naam van de voormalige Grote Kerk te veranderen, omdat het gebouw niet meer het grootste kerkgebouw van Assen was. Ook een kerkscheuring of juist een samensmelting kan naamsveranderingen tot gevolg hebben ....

Namen in de tijd
Aan straatnamen valt vaak af te lezen in welke tijd een bepaalde wijk gebouwd werd. De namen van het koningshuis in de jaren '50 en '60, de woonerven zonder 'straat' erachter in de jaren '80 (Lepelaar, Margriet). Ook de naamgeving van kerkgebouwen blijkt door de tijd bepaald te zijn. De oude kerkgebouwen, die als Rooms-Katholieke kerk gebouwd werden, hebben bijna altijd het voorvoegsel Sint. Enkele kerken verwijzen naar een Rooms-Katholieke instelling, zoals de Kloosterkerk (4x). Tegenwoordig zijn er veel protestantse kerken die de naam van een christelijk symbool dragen. We zijn er helemaal aan gewend dat een kerk De Hoeksteen of De Kandelaar kan heten. Toch is die naamgeving betrekkelijk nieuw; voor de jaren '30 kwamen deze namen niet voor. Men had, aldus dr. van der Jagt, nog te gemakkelijk associaties met de Rooms-Katholieke eredienst. Pas na de jaren '30 komen de eerste kerken met symbool-namen: de Ichthus-kerk, de Hoeksteen en de Kruiskerk. Later komen: de Morgenster, de Kandelaar, de Rank. De (kerk- )naam de Hoeksteen blijkt ook in de recente geschiedenis veel gekozen te worden. Nieuw is daarbij de ontwikkeling dat gemeenteleden een doorslaggevende stem krijgen in de keuze van de naam van het kerkgebouw.
Met namen van Christus was men nog meer terughoudend. Slechts 4 kerken kregen voor de Tweede Wereldoorlog een naam die rechtstreeks met de naam van Christus te maken heeft. Na de Tweede Wereldoorlog raakten deze namen echter veel meer in gebruik, zoals de Goede Herderkerk, de Immanuëlkerk, de Triomfatorkerk.

Bijnamen
Een kerkgebouw krijgt in de volksmond nogal eens een heel andere naam. Bekend zijn de vele doopsgezinde kerken die de naam Vermaning hebben gekregen. In dorpen krijgt de kerk nogal eens de bijnaam van een bekend persoon. De Baronnenkerk in Emmer-Compascuüm herinnert aan de familie Baron, het Sparkerkje in Werkendam aan de eigenaar van de Spar-winkel, die hier kerkte. Het gebeurt nogal eens dat de naam in de volksmond te maken heeft met de sociale status van de mensen die er kerken. In het Aardappelkerkje in Franeker kwamen de eigenaren van een aardappel-groothandel. De naam Rijkeluiskerk (komt 3x voor, o.a. het gebouw van de Nederlandse Protestanten Bond in Baarn) behoeft geen nadere toelichting. Meer nog dan de personen speelde de kleding een rol in het geven van bijnamen van kerken.
Het gebouw van de Nederlandse Protestanten Bond in Doorn werd wel het Bontjassenkerkje genoemd. Zo zijn er Klompenkerken, Pettenkerken en Zwarte Kousenkerken. Een bijnaam kan ook gebaseerd zijn op een misverstand in de betekenis van een bepaald symbool. Daardoor werd de Ichthuskerk in klrnulden in de volksmond de Viskerk genoemd. Ook de kerkgeschiedenis kan in de bijnamen worden afgelezen, zoals de benaming Cocksiaanse kerk als benaming voor de Gereformeerde kerk in een aantal plaatsen in de provincie Groningen. Een aantal Gereformeerde kerkgebouwen heeft als bijnaam de Fijne kerk. Het gebouw van de Nederlands Gereformeerde kerk in Culemborg was vroeger een synagoge, vandaar de bijnaam Jodenkerk. Ook de Gereformeerde kerk (vrijgemaakt) in Appingedam heeft deze bijnaam. Tenslotte zijn er de bijnamen die werden ontleend aan het uiterlijk van het gebouw, zoals Het Witte Kerkje, De Kolenkit (zie foto) en De Fluitketel (Thomaskerk, Amsterdam).

Nederlands Gereformeerd
De Nederlands gereformeerden hebben lang niet altijd een kerkgebouw. Als men wel in een eigen gebouw kerkt, behouden die gebouwen nogal eens de naam van het kerkgenootschap, of de aanduiding is eenvoudig Kerkgebouw, of: Kerkgebouw Transvaalstraat 2 (Zaanstreek-Centrum). Een blik in het Informatieboekje laat zien dat onze kerkgebouwen meestal geen aparte naam hebben. Zelfs recent gebouwde kerken hebben lang niet altijd een eigen naam. Toch zijn er natuurlijk wel kerken die een naam aan hun gebouw gegeven hebben. Een willekeurige selectie ....ln Almere houdt de naam verband met de geografische ligging: de Zuiderpoort aan het 's Hertogenboschplein. De Westerkerk in Bunschoten wordt apart vermeld in het boek van dr. van der Jagt. Hoewel het geven van namen van windstreken in onze tijd in onbruik is geraakt gaf men deze kerk in 1971 toch de naam Westerkerk mee met als argument, dat men een neutrale naam wilde. In Urk en in Utrecht kent men een Jeruzalemkerk, in Rotterdam de Bethelkerk, in Wormer De Wijngaard, in Heerenveen de Goede Herderkerk en in Barendrecht in de Maranathakerk. Apart is de naam van het gebouw van de Nederlands Gereformeerde kerk in Maassluis. Het vroegere FNV-gebouw De Kern behield zijn naam, want in het evangelie draait het ook om de kern van ons bestaan. Overigens komt deze naam ook voor als de naam van een Samen-op-Weg-gebouw in Spijkenisse. Wat wil de naam van een kerkgebouw zeggen? In ieder geval is het een stukje kerkgeschiedenis. Gelovigen hebben geprobeerd om met die naam iets uit te dragen van hun geloof. Daarom is het boeiend om ook eens aandacht te besteden aan de namen van kerkgebouwen.

Naar aanleiding van: De naamgeving van de protestantse kerkgebouwen in Nederland vanaf de Reformatie tot 1973. Proefschrift door H. C. van der Jagt, Rijksuniversiteit Utrecht, 1981.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief