Zending in Zuid-Afrika: de kunst van het loslaten
2010-03-05
De kerken in Zuid-Afrika, die uit het zendingswerk van de NGK Kampen ontstonden, groeiden uit tot zelfstandig functionerende gemeenten. Het is mooi om te zien dat deze gemeenten hun plek in het kerkverband van Die Gereformeerde Kerke in Suid-Afrika vinden. De NGK Kampen zond ds. Hans Vel Tromp uit om deze gemeenten te ondersteunen. In deze bijdrage staat Hans stil bij de vraag hoe de zending verder kan, nu het proces van verzelfstandiging vordert. Deze vraag raakt de NGK-zending in KwaZulu-Natal.- Jaargang 54
- nummer 5
Zending is niet alleen iets voor mensen die zich hiervoor inzetten, maar als gemeenten dragen we de verantwoordelijkheid voor de zending. Hierom is het goed wanneer we als zusters en broers stilstaan bij de roeping die we van onze Heer gekregen hebben met het oog op ons zendingswerk.
Wanneer we over verantwoordelijkheid spreken, is het nodig een idee te hebben waarvoor we verantwoordelijk zijn. Hoewel dit vanzelfsprekend klinkt, is dit lastig onder woorden te brengen. Want aan de ene kant kennen we zelfstandige zusterkerken, maar aan de andere kant zijn zij nog afhankelijk. In zekere zin geldt dit ook voor het zendingswerk. Aan de ene kant erkennen wij een zelfstandige zendingsopdracht, maar aan de andere kant is de zending afhankelijk geworden van kerken in Zuid-Afrika. Hoe gaat dit nu samen?
Geven en ontvangen
In het boekje van ds. Wim Rietkerk, De kunst van het loslaten, vertelt hij hoe lastig loslaten kan zijn. Om te beginnen omdat mensen niet altijd in de gaten hebben, dat loslaten zelf een probleem is. Rietkerk schrijft: ‘Loslaten is naast een geschenk ook een opdracht.’ Hij verwijst naar Lucas 6:37 waar Jezus zegt: ‘Vergeef, dan zal je vergeven worden.’ Rietkerk besteedt aandacht aan het woord vergeven. Het gebruikte woord in de Griekse tekst kan ook loslaten betekenen. ‘Laat los, dan zul je losgelaten worden.’ Dit is ook waardevol voor de zending, want loslaten en losgelaten worden kan tot een zegen voor kerk en zending zijn.
Wanneer ouders kinderen loslaten, verbreken zij niet hun relatie. In een gezonde situatie groeit er een verhouding van gelijkwaardigheid. Ouders en kinderen groeien in geloof door voor elkaar te bidden en te zorgen. Dit gaat ook op voor de relaties in de zending. Wanneer de zending jonge kerken loslaat, dan verbreken zij niet hun relatie. Nee, in Christus ontstaat er een hernieuwde spiritualiteit: zusterkerken die voor elkaar: bidden, zorgen en daardoor groeien.
| Nieuwe relaties Opgroeiende kinderen maken nieuwe vrienden en gaan relaties aan. Hierdoor krijgen ouders deel aan de leefwereld van hun kinderen. Deze ontwikkeling zien we ook met betrekking tot de relaties in de zending. Nu de zelfstandige gemeenten een plek in de classis hebben (vergadering van kerken in de nabije regio), ontstaan er ook nieuwe kerkelijke contacten met de zending. Een voorbeeld hiervan is het initiatief van de classis. Kerken met verschillende achtergronden (Afrikaans sprekend en Zulu sprekend) werken samen om nieuwe, Zulu-sprekende kerken te stichten. Dit betekent dat de classis verantwoordelijkheid neemt voor zending. Hierdoor ontstaan voor de Nederlandse zending nieuwe mogelijkheden. Bijvoorbeeld: de zending kan een rol spelen op het gebied van expertise of ondersteuning. |
| Gebed In het proces van loslaten, komt niet zozeer de vraag naar voren of hiermee het zendingswerk tot een einde komt. Want wij zijn geroepen om het evangelie van Christus Jezus te verkondigen. Maar laten we ons wel bezinnen op hoe we deze opdracht invullen. Dat doen we niet meer alleen, maar samen met de kerken in Zuid-Afrika. Wilt u ons werk met uw voorbede ondersteunen? |